Focus op gender in ondernemerschap en alternerende opleidingen: Cijfers en perspectieven

België kent een duidelijke genderkloof, zowel in zelfstandig ondernemerschap als alternerend leren. Onderaan de bijdrage kan u het volledige artikel raadplegen, waarin de cijfers meer in detail besproken worden. Hieronder geven we u alvast een korte samenvatting.

Ondernemerschap

De genderkloof in zelfstandig ondernemerschap is zowel in hoofd- als bijberoep een constant gegeven. Weliswaar is de genderkloof de afgelopen 5 jaar kleiner geworden, maar nog steeds zijn er meer mannen dan vrouwen die ondernemer zijn. Qua meewerkende echtgenoten zien we het omgekeerde, hoewel het aantal vrouwen dat meehelpt in de onderneming van hun echtgenoot sterk dalende is.

In hoofdberoep zijn er voor elke vrouwelijke zelfstandige ondernemer ongeveer twee mannelijke zelfstandigen. We zien dat zowel bij starters als stoppers mannen oververtegenwoordigd zijn: in 2018 waren 67% van de starters en 66% van de stoppers mannen. Bij de starters merken we bovendien een sterkere groei bij mannen. De genderkloof is minder uitgesproken bij zelfstandigen in bijberoep. Voor elke vrouwelijke zelfstandige ondernemer in bijberoep is er anderhalve man in bijberoep. Onder de starters in bijberoep is er nauwelijks sprake van een genderkloof, met 47% vrouwelijke starters tussen 2014 en 2018. De snelle aangroei van vrouwelijke zelfstandigen in bijberoep, zijnde 39% t.o.v. 36% bij de mannen, wordt ook gereflecteerd in hun aandeel onder de stoppers dat steeg van 45% in 2014 naar 51% in 2018. De genderkloof is echter het grootst bij zelfstandige ondernemers die na hun pensioen hun zaak verderzetten met een ratio van 3 mannen voor elke vrouw.

Binnen een Europese context scoorde België in 2012 met 31% gemiddeld qua vrouwelijk ondernemerschap. Kijken we naar de ondernemerschapsgraad die het aantal ondernemers t.o.v. de gehele beroepsbevolking weergeeft, dan zien we een verschuiving bij de koplopers van de Baltische naar de Zuid-Europese staten. België blijft met een ondernemerschapsgraad van 9% weliswaar net onder het EU-gemiddelde van 10%. Ons land telt bovendien een groot aantal zelfstandigen zonder personeel, maar is op dat vlak geen uitzondering binnen Europa : in 2012 had slechts 23% van de vrouwelijke ondernemers personeel in dienst, gelijk aan het EU-gemiddelde. Wel scoorden we met 19% en 6% ruim onder het EU-gemiddelde van 30% vrouwen en 12% mannen die deeltijds of in bijberoep ondernemen. De Europese Commissie stelde vast dat vrouwelijke ondernemers in 2012 vooral actief waren in de gezondheidssector, het sociaal werk en het onderwijs met een overwicht van 55-60%. Qua leeftijd is geen genderverschil merkbaar: in 2012 bevonden zowel de meeste vrouwelijke als mannelijke ondernemers zich in de leeftijdscategorieën 25-49 en 50-64 jaar. Wel zijn vrouwelijke ondernemers met 33% vs. 24% bij mannen doorgaans hoger opgeleid. Na Estland en Ierland zijn Belgische vrouwelijke ondernemers trouwens het vaakst hoogopgeleid. Bovendien verdient een vrouwelijke ondernemer in België op jaarbasis gemiddeld € 1.500 meer dan een mannelijke ondernemer, waar het gemiddelde netto jaarinkomen van een vrouwelijke ondernemer in 2012 in de EU gemiddeld € 1.000 lager lag.

Globaal gezien blijkt uit het meest recente rapport van de Global Entrepreneurship Monitor (GEM) 2019 dat op vlak van startend ondernemerschap, de genderkloof groter is in Europa dan in Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika. Verklaringen voor het kleinere genderverschil in Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika kunnen gevonden worden in het noodzaakgedreven ondernemerschap (incl. traditionele ambachten), een relatief zwakkere positie van vrouwen op de arbeidsmarkt, en gemakkelijkere en meer informele – door minder administratieve en financiële barrières – toegang tot ondernemerschap. Een andere mogelijke verklaring is het minder competitieve karakter van derdewereldeconomieën, waar faalangst minder doorslaggevend is. Dat laatste blijkt in Vlaanderen wel mee te spelen: in 2017 gaven vrouwen, met 62% t.o.v. 42%, blijk van meer faalangst dan mannen inzake ondernemerschap. Ook schatten ze hun competenties minder vaker in als adequaat om een onderneming op te richten (34% t.o.v. 54%). Zo geeft 12% van de vrouwelijke respondenten van de Vlaamse Werkbaarheidsbarometer van 2016 aan een ernstig vaktechnisch competentiedeficit te ervaren, t.o.v. 6% van de mannelijke respondenten. Ook geeft 42% van de vrouwelijke ondernemers aan een ernstig managementcompetentiedeficit te ervaren, t.o.v. 28% bij de mannelijke respondenten. Dit lijkt haaks te staan op het hogere opleidingsniveau bij vrouwen, én hun neiging zich meer bij te scholen dan mannen. Genderattitudes spelen hier mogelijks een rol.

Hoewel België op Europees en globaal vlak niet slecht presteert, is het dichten van de genderkloof een lang en gestaag proces. Zo bleek uit een UNIZO-enquête afgenomen in januari 2019 bij 540 vrouwelijke zelfstandigen - die o.a. peilde naar mogelijke acties die vrouwelijk ondernemerschap kunnen stimuleren - dat slechts 5% geen actie nodig achtte. Geprefereerde acties gingen van meer vrouwelijke rolmodellen in de media tot socio-economische en beleidsmaatregelen, waaronder een groter en flexibeler kinderopvangaanbod en meer moederschapsverlof. We merken op dat de meeste ondernemers- en werkgeversorganisaties bovendien dienstverlening hebben die specifiek gericht is op vrouwen. Ook vzw Markant richt zich op vrouwelijk ondernemerschap.

De genderkloof in ondernemerschap waarover hierboven sprake is, is minder uitgesproken in ondernemersvorming dat door de overheid gecertificeerd en gefinancierd wordt, namelijk de ondernemerschapstrajecten van de SYNTRA’s die voornamelijk (maar zeker niet exclusief) gericht zijn op starters. Uit de inschrijvingscijfers van het cursusjaar 2018-2019 blijkt dat 59% van de cursisten man was en 41% vrouw. Wanneer we de cijfers meer in detail bekijken, is er weliswaar een grote variatie naargelang de sector zowel qua inschrijvingen als slaagpercentages: zo is er een overwicht aan vrouwen binnen opleidingen gekoppeld aan ‘zachtere’ sectoren, en zijn er meer vrouwen dan mannen in bedrijfsbeheer en managementopleidingen. Uit de slaagpercentages blijkt dat vrouwen over het algemeen beter presteren in de SYNTRA-ondernemerschapstrajecten dan mannen. Opnieuw blijkt er echter een grote variatie naargelang de sector die de cijfers verkleuren. Voor de meeste sectoren waren er immers geen significante genderverschillen in de slaagpercentages. Ook bij de inschrijvingscijfers van de toegewezen trajecten stellen we vast dat de genderkloof in ondernemersvorming minder speelt, hoewel deze cijfers sterk genuanceerd moeten worden. Wat betreft lesgevers bij de Syntracentra is er wel sprake van een diepe genderkloof met slechts 30% vrouwen onder de 3000 lesgevers.

Alternerend leren

De genderkloof is, op vlak van het aantal inschrijvingen, eveneens zeer uitgesproken in de cijfers van de stelsels van alternerend leren: er zijn vaak dubbel zoveel mannelijke als vrouwelijke leerlingen. Net zoals bij ondernemerschapstrajecten is de genderverdeling van leerlingen die een alternerende opleiding volgen en een werkplekovereenkomst aangaan sterk sectorgebonden. ‘Zachtere’ sectoren kleuren sterk vrouwelijk, terwijl heel wat opleidingen in andere, zogenaamd minder zachte sectoren geen enkele vrouwelijke scholier kennen. De verschillen tussen de stelsels van alternerend leren binnen het secundair onderwijs zijn weliswaar meer uitgesproken dan in de ondernemerschapstrajecten. ESF Vlaanderen wijst op het ‘mannelijke’ karakter van veel alternerende opleidingen en sectoren, gebrekkige inclusieve ingesteldheid, met name bij mentoren, de bestaande infrastructuur bij ondernemingen en het negatieve imago van heel wat richtingen en klassen. Ook de erkende mentoren zijn – althans volgens de momenteel beschikbare gegevens – doorgaans mannen. Naarmate meer opleidingen toegelaten worden tot Duaal Leren, en dan met name opleidingen binnen het ASO en het hoger en volwassenenonderwijs, is het bovendien mogelijk dat de genderkloof in dit stelsel kleiner wordt.

Lees hier de volledige bijdrage!

volledig artikel

- gender_in_ondernemerschap_en_alternerende_opleidingen.pdf
0.77 MB

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Recente blogberichten