Het rendement van ondernemerschapsonderwijs op de Vlaamse arbeidsmarkt

Deze studie beschrijft het economisch effect van ondernemerschapsopleidingen van SYNTRA.1 Voor een individu meten we het effect van een opleiding als de arbeidsmarkteffecten die een cursist geniet na het volgen van een SYNTRA-opleiding. We kunnen een SYNTRA-opleiding immers beschouwen als een extra scholing, die resulteert in de opbouw van menselijk kapitaal. Het extra menselijk kapitaal vertaalt zich op de arbeidsmarkt in hoger loon of hogere kans voor ondernemerschap. Door te analyseren wat het effect is van het volgen van een SYNTRA-opleiding voor een individu, kunnen we het economisch effect van een SYNTRA-opleiding onderzoeken. Daarnaast biedt deze studie een overzicht van de beschikbare literatuur rond de effecten van ondernemerschapsonderwijs.

  • 1. We danken de leden van de stuurgroep voor waardevolle suggesties en feedback op eerdere versie van de tekst. We danken ook Chris Brijs voor het aanleveren van de gegevens. Corresponderend auteur: deni.mazrekaj@kuleuven.be. Dit artikel is een herwerking van ‘Mazrekaj, D., De Witte, K., Schiltz, F. (2019). Het Rendement van Ondernemerschapsonderwijs op de Vlaamse Arbeidsmarkt. Over.Werk 2019/2.’

Gemengde conclusies in de internationale literatuur

Om ondernemerschapscompetenties te bevorderen, stellen de meeste OESO landen ondernemerschapsonderwijs ter beschikking. De OESO (2009) definieert dit type onderwijs als “deel van het onderwijs dat zich bezighoudt met de inplanting van een waaier aan competenties en eigenschappen, inclusief het vermogen om creatief na te denken, om te samenwerken, om risico’s te managen en om met onzekerheid om te gaan”.

In Vlaanderen worden ondernemerschapsopleidingen aangeboden door het netwerk van SYNTRA. Dit netwerk bestaat uit vijf opleidingscentra: Antwerpen en Vlaams-Brabant, Brussel, Limburg, Midden-Vlaanderen, en West. De ondernemerschapsopleidingen zijn bedoeld voor jongeren ouder dan 18 jaar en kennen twee aanbiedingsvormen, namelijk voltijdse dagopleidingen en avondopleidingen.1 De meeste dagopleidingen duren één jaar. De avondopleidingen duren meestal van één tot drie jaar. Alle SYNTRA-opleidingen zijn door de Vlaamse overheid erkend en geven aanleiding tot een erkend certificaat.

In deze studie berekenen we het rendement van een ondernemerschapsopleiding in Vlaanderen. Voor zover we weten, is dit de eerste keer dat dit gebeurt. Meer specifiek, beantwoorden we in de volgende onderdelen drie onderzoeksvragen: (1) leidt het succesvol afronden van een ondernemerschapsopleiding tot een groter kans om zelfstandig te worden?, (2) leidt het succesvol afronden van een ondernemerschapsopleiding tot een hoger inkomen voor de cursist?, en (3) hoe verhoudt zich het rendement van een ondernemerschapsopleiding aangeboden door SYNTRA ten opzichte van het rendement van andere opleidingen aangeboden door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) en door de Centra voor Volwassenonderwijs (CVO’s)?.

  • 1. Let wel, SYNTRA biedt ook opleidingen aan binnen de leertijd. Deze vallen buiten het bestek van deze studie.

Gegevens

Om het economisch effect van ondernemerschapsopleidingen op een individu te analyseren, doen we een beroep op gegevens van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). Meer bepaald gebruiken we de gekoppelde administratieve gegevens over de school- en arbeidsmarktloopbaan van jongeren van 2005 tot 2015. Dit laat ons toe om precies te bepalen of en wanneer een persoon een (ondernemerschaps)opleiding succesvol heeft beëindigd. Bovendien observeren we door welke instelling de opleiding werd aangeboden.

Om het economisch effect te analyseren van het volgen van een ondernemerschapsopleidingen construeren we in de gegevens de onafhankelijke variabele “ondernemerschapsopleiding” als een categorische variabele bestaande uit 2 categorieën: “geen ondernemerschapsopleiding” en een ondernemerschapsopleiding van “SYNTRA”. We focussen hierbij enkel op de ondernemerschapsopleidingen van SYNTRA, en laten de opleidingen in de leertijd buiten beschouwing. Om de derde onderzoeksvraag te beantwoorden, namelijk hoe verhoudt zich het rendement van een ondernemerschapsopleiding aangeboden door SYNTRA ten opzichte van het rendement van andere opleidingen aangeboden door de VDAB en door CVO’s, voegen we later nog twee bijkomende categorieën toe aan de variabele. Meer bepaald voegen we toe of een cursist een opleiding succesvol afrondde bij een CVO of bij de VDAB. Als referentiecategorie beschouwen we de categorie “geen ondernemerschapsopleiding”. Dit zijn leerlingen die al dan niet een opleiding in het secundair of hoger onderwijs succesvol hebben afgerond, maar geen bijkomende kwalificatie hebben verworven van SYNTRA, CVO of VDAB. 

Daarnaast kunnen we een aantal controlevariabelen construeren. Het opnemen van deze variabelen laten toe om de geschatte effecten te corrigeren voor de geobserveerde heterogeniteit. We construeren controlevariabelen voor geboortejaar, geslacht, migratieachtergrond, gemeente, arbeidsintensiteit van het huishouden en vooropleiding. Migratieachtergrond wordt berekend op basis van de eerste geregistreerde nationaliteit van zowel de persoon zelf, als van de ouders en de grootouders. Als één van deze nationaliteiten niet Belgisch is, wordt de persoon beschouwd als van niet Belgische achtergrond. De arbeidsintensiteit van het huishouden is een index van 0 tot 100 en geeft het werkelijk gepresteerde jaarlijkse arbeidsvolume in voltijds equivalenten ten opzichte van het potentiële jaarlijkse arbeidsvolume in voltijds equivalenten op huishoudniveau (rekening houdend met zelfstandig werk). Een hogere waarde voor deze index betekent dat er in het huishouden meer arbeid wordt verricht en vormt zo een benadering voor sociaal-economische status. Vooropleiding is een categorische variabele die aangeeft of een persoon voor het behalen van een SYNTRA-, CVO- of VDAB- kwalificatie een opleiding in het ASO, TSO, BSO, KSO, hoger onderwijs of geen enkele opleiding heeft afgerond. Studenten met verschillende vooropleidingen hebben vaak andere arbeidsmarktuitkomsten (Mazrekaj, De Witte, & Vansteenkiste, 2018) en hebben potentieel een verschillende geneigdheid om een (ondernemerschaps)opleiding succesvol te beëindigen (De Witte & Mazrekaj, 2016).

Voor de analyses bakenen we twee deelgroepen af: (1) personen tussen 18 en 25 jaar (wordt via de regressie-methode geanalyseerd; zie verder) en (2) oudere personen (wordt via de “individual fixed effects”-methode geanalyseerd; zie verder). De eerste deelgroep bestaat uit personen tussen 18 en 25 jaar. Dit is omdat we de vooropleidingen observeren van 2005 tot 2015. Als iemand bijvoorbeeld in 2006 op 36-jarige leeftijd een ondernemerschapsopleiding bij SYNTRA heeft gevolgd, zullen we de vooropleiding van deze persoon niet observeren omdat deze (naar alle waarschijnlijkheid) voor 2005 werd behaald. De vooropleiding is echter een belangrijke variabele aangezien dit ons toelaat om groepen van personen te vergelijken die dezelfde vooropleiding hebben gevolgd (bijvoorbeeld beide groepen hebben ASO gevolgd) en bijgevolg beschikken over gelijkaardige cognitieve vaardigheden. Als we individuen met dezelfde vooropleiding maar met een verschillend bijkomende kwalificatie vergelijken, kunnen we nagaan wat de invloed is van deze bijkomende kwalificatie.

We observeren in totaal 180 530 personen. Hiervan hebben 162 853 personen geen ondernemerschapsopleiding (door SYNTRA), CVO- of VDAB-opleiding gevolgd. Daarnaast bevatten onze gegevens de kenmerken van 14 587 personen die een ondernemerschapsopleiding gevolgd hebben bij SYNTRA. We beschikken ook over gegevens voor 1 723 personen met een CVO-opleiding en 1 367 met een VDAB-opleiding.

Conclusie

In deze studie hebben we drie onderzoeksvragen beantwoord op basis van administratieve gegevens van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). 

Ten eerste vroegen we ons af of het succesvol afronden van een ondernemerschapsopleiding tot een grotere kans leidt om zelfstandig te worden. Onze resultaten tonen aan dat de kans om zelfstandig te worden significant toeneemt met ongeveer 9% tot 13% als een persoon een SYNTRA-opleiding succesvol heeft beëindigd. 

Ten tweede wilden we weten of het succesvol afronden van een ondernemerschapsopleiding tot een hoger inkomen leidt voor de cursist.

Uit onze resultaten blijkt dat de bruto-inkomsten significant toenemen met 10% tot 27% naargelang de econometrische strategie als een persoon een ondernemerschapsopleiding bij SYNTRA succesvol heeft beëindigd. Ten slotte probeerden we te achterhalen hoe het rendement van een ondernemerschapsopleiding aangeboden door SYNTRA zich verhoudt ten opzichte van het rendement van andere opleidingen aangeboden door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) en door de Centra voor Volwassenonderwijs (CVO's). Uit de resultaten observeren we dat alle drie groepen van opleidingen tot hogere bruto-inkomsten leiden. Daarentegen, en gezien het profiel van de opleiding niet onverwacht, stijgt de kans om zelfstandig te worden alleen als een persoon een SYNTRA-opleiding heeft gevolgd. De kans om zelfstandig te worden blijft onveranderd als een persoon een CVO-opleiding heeft gevolgd, terwijl personen die VDAB-opleidingen hebben gevolgd ongeveer 2% minder geneigd zijn om zelfstandig te worden.

Er zijn ook enkele beperkingen verbonden aan het onderzoek. Ten eerste corrigeerden we voor niet-observeerbare factoren alleen voor een bepaalde subpopulatie van cursisten die al langer aan het werken zijn. Voor cursisten die kort na hun studies een ondernemerschapsopleiding hebben beëindigd, konden we alleen voor een beperkt aantal observeerbare factoren corrigeren. Ten tweede drukken we het rendement van ondernemerschapsopleidingen alleen uit in arbeidsmarktuitkomsten. Uiteraard kan het extra onderwijs aangeboden in ondernemerschapsopleidingen ook een impact hebben op andere factoren die niet louter in geldtermen uit te drukken zijn, zoals levensvoldoening, gezondheid en welzijn, politieke participatie en dergelijke meer (Oreopoulos & Salvanes, 2011). Ten slotte hebben we het rendement van het ondernemerschapsonderwijs bepaald op het niveau van de individu. We doen hierbij geen uitspraken over het globaal economisch en sociaal effect van het ondernemerschapsonderwijs. Toekomstige studies kunnen ook deze factoren verder onderzoeken.

Samenvatting

  • Wie een SYNTRA-opleiding succesvol beëindigde, verhoogt zijn of haar kans om zelfstandige te worden.
  • Wie een ondernemerschapsopleiding bij SYNTRA succesvol beëindigde, verhoogt zijn of haar bruto-inkomsten.
  • Dankzij een SYNTRA-opleiding blijven personen langer in dezelfde sector werken.
  • In vergelijking met opleidingen van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) en van Centra voor Volwassenonderwijs (CVO's) neemt de kans op zelfstandig werk alleen toe bij SYNTRA-opleidingen.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties

 

  • Bae, T. J., Qian, S., Miao, C., & Fiet, J. O. (2014). The Relationship Between Entrepreneurship Education and Entrepreneurial Intentions: A Meta-Analytic Review. Entrepreneurship Theory and Practice, 38(2), 217-254.
  • Charney, A., & Libecap, G. D. (2000). The Impact of Entrepreneurship Education: An Evaluation of the Berger Entrepreneurship Program at the University of Arizona 1985-1999. Kansas City, Missouri: Kauffman Center for Entrepreneurial Leadership.
  • De Rick, K., Mazrekaj, D., & De Witte, K. (2016). Hoe kunnen we weten of opleidingen in het beleidsdomein Werk renderen? Over.Werk. Tijdschrift van het Steunpunt Werk, 26(2), 83-90.
  • De Witte, K., & Mazrekaj, D. (2016). Vroegtijdig schoolverlaten in het (deeltijds) beroepsonderwijs. Over.Werk. Tijdschrift van het Steunpunt Werk, 26(1), 111-119.
  • De Witte, K., Mazrekaj, D., Schiltz, F., De Leebeeck, K., & Struyven, L. (2019). Studie ondernemerschapstrajecten SYNTRA-netwerk. Economisch effect van SYNTRA-opleidingen. Leuven: HIVA – KU Leuven.
  • Elert, N., Andersson, F. W., & Wennberg, K. (2015). The impact of entrepreneurship education in high school on long-term entrepreneurial performance. Journal of Economic Behavior & Organization, 111, 209-223.
  • Martin, B. C., McNally, J. J., & Kay, M. J. (2013). Examining the formation of human capital in entrepreneurship: A meta-analysis of entrepreneurship education outcomes. Journal of Business Venturing, 28, 211-224.
  • Mazrekaj, D., De Witte, K., & Vansteenkiste, S. (2018). Labour Market Consequences of a High School Diploma. Applied Economics.
  • OESO. (2009). Evaluation of Programmes Concerning Education for Entrepreneurship. Paris: OECD.
  • Oosterbeek, H., van Praag, M., & Ijsselstein, A. (2010). The impact of entrepreneurship education on entrepreneurship skills and motivation. European Economic Review, 54, 442-454.
  • Premand, P., Brodmann, S., Almeida, R., Grun, R., & Barouni, M. (2016). Entrepreneurship Education and Entry into Self-Employment Among University Graduates. World Development, 77, 311-327.
  • Rauch, A., & Hulsink, W. (2015). Putting Entrepreneurship Education Where the Intention to Act Lies: An Investigation Into the Impact of Entrepreneurship Education on Entrepreneurial Behavior. Academy of Management Learning & Education, 14(2), 187-204.
  • Rosendahl Huber, L., Sloof, R., & Van Praag, M. (2014). The effect of early entrepreneurship education: Evidence from a field experiment. European Economic Review, 72, 76-97.
  • Trostel, P., Walker, I., & Woolley, P. (2002). Estimates of the economic return to schooling for 28 countries. Labour Economics, 9, 1-16.
  • von Graevenitz, G., Harhoff, D., & Weber, R. (2010). The effects of entrepreneurship education. Journal of Economic Behavior & Organization, 76, 90-112.

Recente blogberichten