Innovatie in ondernemersvorming: reflectie en aanbevelingen

SYNTRA Vlaanderen, het agentschap binnen de Vlaamse overheid dat de regie duaal leren enerzijds en de regie ondernemersvorming anderzijds vormgeeft, behartigt als regisseur de toekomstgerichte competentie-ontwikkeling van ondernemers in Vlaanderen, samen met verschillende partners. Om ondernemers klaar te stomen voor de wereld van morgen, werd enkele jaren geleden door SYNTRA Vlaanderen een innovatief beleid uitgewerkt met bijhorende financiering voor de SYNTRA vzw. Deze bijdrage bespreekt de bouwstenen van dit beleid en evalueert in welke mate de doelstellingen werden behaald. Vervolgens worden er aanbevelingen gegeven zodat de SYNTRA vzw nog sterker kunnen inzetten op innovatie en toekomstgerichtheid.

Innovatie in ondernemersvorming

De maatschappelijke veranderingen stapelen zich aan een sneltempo op door een steeds dynamischere economie. Onze leefwereld wordt in toenemende mate VUCA: volatile, uncertain, complex en ambiguous. Up-to-date skills zijn een noodzakelijke voorwaarde voor mensen, bedrijven en de maatschappij om in dergelijk onzekere wereld stand te houden.

Een van de essentiële competenties die mensen nodig hebben om de economische, technologische en maatschappelijke veranderingen aan te kunnen, is ondernemerschap. Voor de Vlaamse overheid is ondernemerschap daarom een essentiële hefboom voor duurzame oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen (Vlaamse Regering, 2014a). Ondernemende mensen scheppen immers werkgelegenheid en groei, verbeteren het concurrentievermogen van de Vlaamse ondernemingen, verwezenlijken hun persoonlijke potentieel, en vormen een stuwende kracht in de maatschappij en het sociaal weefsel (Raad van de Europese Unie, 2003). 

Als 21e-eeuwse competentie veronderstelt ondernemerschap een bepaalde mate van ondernemerszin, namelijk het vermogen om initiatief te nemen, om ideeën te ontwikkelen in een bepaalde context, wat doorzettingsvermogen, verantwoordelijkheidszin, durf, creativiteit en zelfsturing vereist (Vlaamse Overheid, 2011). Ondernemerschap als probleemoplossend vermogen is dus cruciaal als competentie in alle opleidingen (Bacigalupo et al., 2016).

Om gelijke tred te houden met de economische, maatschappelijke en technologische uitdagingen, stelt zich de vraag welke leermethodes en leerinhoud opleidingsverstrekkers moeten hanteren, en op welke manier de toegang tot de leeromgeving vormgegeven moet worden. Daarom realiseerde SYNTRA Vlaanderen een beleid dat een innovatieve en toekomstgerichte vorming van ondernemers waarborgt (Vlaamse Regering, 2014b). Een sturende financiële regelgeving voor de SYNTRA vzw, vijf regionale opleidingsverstrekkers voor ondernemers en KMO-medewerkers, vormt de kern van dit beleid om hen sterker op innovatie te focussen dan in het verleden.

De doelstellingen en bouwstenen van het innovatieve beleid zijn drievoudig:

  1. Innovatie in opleidingsmethode. Omdat individualisering en flexibilisering van opleidingen in toenemende mate mogelijk zijn met de meest recente digitale toepassingen, beoogt het innovatiebeleid om competentieontwikkeling zo veel als mogelijk op maat en behoeften van de individuele lerende af te stemmen. Gepersonaliseerd leren verbetert immers de kwaliteit van het leren, verhoogt het leerrendement en verhoogt de toegang tot leren. Essentiële methodes om dat te realiseren zijn duaal leren, individuele begeleiding of coaching, en online leerplatformen.
  2. Innovatie in opleidingsinhoud. De snelheid en de dynamiek van de economie kunnen volgen, vereist innovatieve strategische en praktische kennis over de tendensen en uitdagingen van onze maatschappij. Een focus op opleidingen voor nieuwe marktactiviteiten en -sectoren, opleidingen die aan cross-sectorale behoeften voldoen, en een doorgedreven digitalisering in alle opleidingen zijn daarom de hoeksteen van het innovatiebeleid. Zo slaan opleidingsverstrekkers de brug met de economische realiteit.
  3. Excellente partnerschappen. Toekomstgerichte economische activiteiten en innovatie ontstaan niet in een vacuüm, maar net daar waar samengewerkt wordt. In dergelijke innovatiecontext vormen innoverende bedrijven, onderzoeksinstellingen en opleidingsverstrekkers een essentiële kennisdriehoek om te kunnen anticiperen op de competentienoden van mensen (lees ook hier). Het uitbouwen van partnerschappen met bedrijven en onderzoeksinstellingen door opleidingsverstrekkers is daarom een cruciaal faciliterend principe om innovatie in opleidingsmethode en -inhoud te realiseren.

Een resultaatsgerichte subsidie moet het innovatieve beleid financieel haalbaar maken. Aan de ene kant ontvangen de SYNTRA vzw een subsidie die gebaseerd is op het aantal begeleide lerenden (klassikale aanwezigheid), terwijl ze aan de andere kant een bijkomende resultaatgebaseerde subsidie ontvangen voor elke cursist die succesvol een kwalificatie behaalt. De combinatie van beide subsidies zorgt voor de SYNTRA vzw voor de nodige investeringsruimte om innovatieve opleidingen te ontwikkelen en biedt hen een incentive om de opleidingen doorgedreven te personaliseren.

Resultaten

Het innovatiebeleid in ondernemersvorming startte in cursusjaar 2016-2017 bij de regionale SYNTRA vzw als enige opleidingsverstrekkers, gezien hun historische opdracht rond ondernemersvorming. Tot nu toe ontwikkelden zij 40 opleidingen met een innovatieve inhoud en 48 opleidingen die in meerdere of mindere mate nieuwe methodieken bevatten, wat neerkomt op 88 organiseerbare opleidingen, op een totaal van ongeveer 400 opleidingen. 

Zoals uit tabel 1 blijkt, bedienden ze in het meest recente cursusjaar daarmee 3.537 lerenden op een totaal van 65.135 lerenden (= de som van de aantallen cursisten over de regio’s heen). Ze ontvingen een innovatiesubsidie van bijna 8 miljoen euro op een totale overheidssubsidie van 49.469.073 euro (= de som van de bedragen over de regio’s heen).

Voorbeelden van innovatieve opleidingen zijn back-end developer, blockchain solutions developer, drone onderhouds- en bouwtechnicus, urban farmer en virtual reality animation producer.

Evaluatie en aanbevelingen

Tabel 1 toont aan dat er grote variatie zit in de mate waarin de vijf SYNTRA vzw erin slagen innovatie te realiseren. De oorzaak daarvan is veelvoudig, zoals een evaluatie van de uitvoering van het innovatieve beleid en de sturende financiële regelgeving aantoont. Hieronder worden enkele aspecten aangehaald waarop de SYNTRA vzw (en andere opleidingsverstrekkers) zouden kunnen inzetten om tot een nog innovatievere ondernemersvorming te komen. 

Ten eerste kan de focus nog meer gelegd worden op duaal leren, een adaptieve en innovatieve leermethode die de brug slaat tussen ondernemingen en opleidingen door co-creatie. Duaal leren bij meerdere ondernemingen, ondersteunt door persoonlijke begeleiding en coaching, levert immers een betere kennistransfer en -toepassing in verschillende contexten op, en verhoogt de duurzame inzetbaarheid van mensen.

Daarnaast, en ten tweede, zou het gebruik van technologie als methode voor gepersonaliseerd leren nog sterker benut kunnen worden. Nog te weinig kan de lerende genieten van gepersonaliseerde opleidingen door de toepassing van learning analytics, van nieuwe technologieën als virtual en augmented reality, of van online leerplatformen waar hij/zij laagdrempelig, aan een lage kostprijs en aan een eigen tempo kan leren. De flexibilisering van opleidingen situeert zich nog steeds te sterk op het niveau van groepen lerenden en niet op dat van de individuele lerende. Dit geldt overigens niet alleen voor de SYNTRA vzw, maar voor het volledige onderwijs- en opleidingslandschap (Hazan, 2017).

Ten derde kan het financieringsmechanisme geoptimaliseerd worden. Nu heerst er een subsidiemodel met focus op de aanbieder, waarbij een overheidsinstantie opleidingsverstrekkers subsidieert op basis van de aanwezigheid van leerlingen in een klas. Dit is een eerder primitief model dat dateert uit een vorige eeuw en er niet in slaagt om de opleidingsverstrekker, de ondernemingen en de lerenden te betrekken, en verantwoordelijkheid te geven. Er kan op zoek gegaan worden naar alternatieve en meer hedendaagse financieringsmodellen. Een voorbeeld is een financiering in componenten, waarbij een deel van de middelen aan de opleidingsverstrekker wordt gegeven voor het bijbrengen van kennis en theorie, een deel aan ondernemingen voor wat er geleerd wordt op de werkvloer, en een deel aan individuele lerenden voor bijkomende (online) training.

Dergelijke financiering ondersteunt, ten vierde, ook beter de samenwerking tussen opleidingsverstrekkers, bedrijven en onderzoeksinstellingen dan nu het geval is. Het innovatieve beleid vraagt een andere aanpak en werking van de regionale SYNTRA vzw dan voorheen het geval was. De SYNTRA vzw hebben zich daardoor nog onvoldoende kunnen inschrijven in een gezamenlijke innovatielogica en de idee van een innovatief opleidingsportfolio in samenwerking met bedrijven (speerpuntclusters en innovatieve bedrijfsnetwerken) en onderzoeksinstellingen. Door de focus van het beleid sterker op de uitbouw en het onderhoud van een ecosysteem met diverse partners te leggen, met daarin een faciliterende rol voor de overheid, worden kansen voor het versterken van de lerende in de nieuwe leeromgeving beter benut, met als gevolg een hoger leerrendement.

Ten vijfde: de focus van het innovatieve beleid is op dit moment beperkt tot ondernemers, meer specifiek ondernemers die de weg naar de SYNTRA vzw vinden. Echter, de competentie ‘ondernemerschap’ als probleemoplossend vermogen is in toenemende mate relevant voor alle mensen (Matricano, 2014). Alle lerenden hebben er immers baat bij in een steeds dynamischere economie. Door ondernemersvorming eng te focussen op ‘vorming voor ondernemers’ in plaats van ‘ontwikkeling van ondernemerscompetenties’, lopen mensen, bedrijven en de maatschappij kansen mis.

Conclusie

  • Het huidige innovatiebeleid in ondernemersvorming is een eerste stap in de goede richting, maar kan nog bijkomende opportuniteiten aangrijpen om de SYNTRA vzw gelijke tred te laten houden met de dynamiek van de economie.
  • Het uitbreiden van de definitie van ondernemersvorming tot ‘het ontwikkelen van ondernemerscompetenties’ bij alle lerenden is een eerste noodzakelijke opstap. Dergelijke aanpak vertrekt vanuit de specifieke noden van verschillende doelgroepen van lerenden, zoals bijvoorbeeld zelfstandige ondernemers en KMO-medewerkers.
  • De uitbouw van een ecosysteem waarin alle opleidingsverstrekkers, bedrijven (speerpuntclusters en innovatieve bedrijfsnetwerken) en kennisinstellingen een gedeelde verantwoordelijkheid krijgen en dragen, biedt meer kansen op succes.
  • De overheid dient daarin een faciliterende rol op te nemen, onder meer door het implementeren van een slimmere financiering.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen

Recente blogberichten