Cedefop-seminarie: Skill Development of Workers in the Platform Economy: Anticipating the Future of Work and Learning

Op 10 december organiseerde Cedefop een seminarie met focus op de platformeconomie: Skill development of workers in the platform economy: anticipating the future of work and learning. Bij de Europese actieve beroepsbevolking bedraagt het aantal werknemers die een deel van het inkomen verwerven uit activiteiten op de platformeconomie ongeveer 11%. Er wordt verwacht dat dit aandeel zal toenemen en dat er vragen zullen rijzen omtrent de manier waarop arbeidsmarktbeleid en vooral opleidingsbeleid wordt vormgegeven. De case van de platformeconomie illustreert hierbij de nood aan anders denken over de manier waarop ons beleid wordt vormgegeven en kan indicatief zijn voor signalen van de toekomst.

Tijdens het seminarie werden volgende uitdagingen aangekaart:

  1. Op welke manier zullen we weten wat moet geleerd worden?
  2. Op welke manier zullen we weten hoe geleerd wordt?
  3. Wie zal de rol van provider opnemen en hoe zal de governance van providers eruitzien?

De case van de platformeconomie werd op basis van kwantitatieve data gebruikt om inzicht te krijgen in bovenstaande vragen. 

Voor wat betreft de eerste vraag, is het niet zozeer het ontstaan van andere jobs of rollen binnen jobs die aan de orde is; het verschuiven of verdwijnen van een deel van het takenpakket speelt mee. Belangrijk is wel dat het platform door het aanbod van bepaalde activiteiten, een grote hoeveelheid informatie bezit over welke competenties toekomstig gevraagd zullen worden. Die gevraagde competenties binnen het platform zijn veelal gerelateerd aan de technologie die ondersteunt om de activiteit uit te voeren. Dat impliceert niet noodzakelijk het volledig vervangen van een competentie of activiteit.

Een tweede vraag die beantwoord werd op basis van de CrowdLearn-survey1 leverde verrassende resultaten op. Werknemers op de platformeconomie verwerven kennis op een specifieke manier. Waar bij werknemers in de private en publieke sectoren leren zich vooral focust op collectief formeel leren (zie tabel 1), is het bij werknemers in de platformeconomie net het omgekeerde. Dit wordt verklaard door de aard van het werk op de platformeconomie. Ieder project of nieuwe klant kan door bijvoorbeeld een nieuwe gevraagde technologie, een nieuwe aanpak van informeel leren met zich meebrengen, waardoor werknemers op de platformeconomie zich hoofdzakelijk kenmerken door informeel en individueel leren (zie tabel 1).

  • 1. CrowdLearn “is the first ever study to focus on the skill formation and matching practices of online freelancers offering labour services in the online platform or ‘gig’ economy. Based on in-depth interviews with platform owners, crowdworkers and policy stakeholders, as well as analysis of a large-scale new database of 1 000 crowdworkers, the study enables us to construct a unique typology of the skills most often developed in crowdwork, understand their learning practices, identify skill gaps and demarcate the challenges associated with new forms of algorithmic skills matching that takes place in the online platform economy.” Zie https://www.cedefop.europa.eu/en/news-and-press/news/cedefop-presents-crowdlearn-study-offering-glimpse-future-work-and-learning

Belangrijke aandachtpunten hierbij zijn dat die kennis wel achteraf gedeeld wordt met peers en dat het platform op zich een belangrijke rol speelt als provider van nieuwe kennis, en zo ook een rol speelt in levenslang leren voor werknemers van de platformeconomie.

Dit is gerelateerd aan de derde vraag: welke rol zullen providers opnemen en hoe ziet de governance eruit (zie tabel 2)? Niet zozeer wordt het platform op zich ook een provider; de rol van validering van competenties is eveneens van belang. Op basis van de bevraging van werknemers op de platformeconomie blijkt dat er geen toegevoegde waarde zit in het formeel valideren van competenties op de platformeconomie. Wanneer bijvoorbeeld werknemers een MOOC volgen in functie van een opdracht en het daarbij horend examen afleggen, zorgt dit niet voor een meerwaarde van de werknemer binnen het platform. Wat wel als validering werd gebruikt, is de beoordeling van klanten voor competenties die tijdens een project zijn ingezet. Op die manier vindt er een evolutie plaats van eerder traditionele formele certificering naar informele certificering, waarbij het wegvallen van de certificering van MOOCs al plaats heeft gemaakt voor andere soorten van validering.

De verwachting is dat meer en meer werknemers in de toekomst een inkomen zullen verwerven op basis van de platformeconomie, met een grote impact van hoe geleerd wordt en wat geleerd wordt voor een steeds groter deel van de arbeidspopulatie.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen