Ondernemersvorming in de 21ste eeuw. Lessen van het Copenhagen Institute for Futures Studies

De gerenomeerde, onafhankelijke non-profit onderzoeksorganisatie Copenhagen Institute for Futures Studies (CIFS) ontving een delegatie van UNIZO, VOKA en SYNTRA Vlaanderen tijdens een studiebezoek aan Denemarken, in kader van het ESF-project Ondernemersvorming in de 21ste eeuw (OV21). Begeleid door een stuurgroep – samengesteld uit vertegenwoordigers van UNIZO, VDAB, VLAIO, VOKA en SYNTRA Vlaanderen – en stakeholders, focust dat project op hoe ondernemersvorming er vandaag en morgen hoort uit te zien. Aanleiding voor het OV21-project was de beslissing van de Vlaamse regering om de Vestigingswet en de vereiste basiskennis bedrijfsbeheer af te schaffen vanaf respectievelijk 1 januari 2018 en 1 september 2019. We berichtten al over eerdere studiebezoeken aan Bulgarije en Ierland. Ook over het studiebezoek aan Finland kan u op ODIN meer lezen. De consultants van CIFS schetsten een breder internationaal kader omtrent ondernemersvorming dat we graag in een aparte bijdrage met u delen.

Blikken op de toekomstEN

In de naam Copenhagen Institute for Future Studies staat ‘FutureS’ in het meervoud, en dat is bewust gekozen: de ons onbekende toekomst houdt immers meerdere scenario’s in. Ondanks de onzekerheid die dat met zich meebrengt, dient elke organisatie aan de toekomst – én dat op lange termijn – te denken, stelde CIFS. Vooruitziendheid en wendbaarheid zijn daarbij sleutelbegrippen. Ook vermijdt het toekomstdenken wat Herman Kahn, futuroloog en militair strateeg, in 1979 op het World Economic Forum expert (and educated) incapacity noemde: door opleiding bouw je enerzijds expertise op, maar tegelijk beperk je ook het aantal invalshoeken omdat je een oplossing zoekt binnen het aangeleerde (theoretische) en dus in se beperkte kader. CIFS is overtuigd dat meerdere scenario’s meerdere invalshoeken weergeven, en dat dit op termijn consensus bevordert. Voor ondernemersvorming gaf CIFS een introductie op het Deense ecosysteem. Het zoomde daarnaast verder in op megatrends en creativiteit, creativiteit en innovatie, en de toekomst van ondernemerschap.

Een introductie op het Deense ecosysteem

In Europa groeide Kopenhagen in 2018 uit tot de 4de grootste startup hub, na Londen, Berlijn en Parijs (Startup Monitor Europe, 2018). Volgens de SME Performance Review van de Europese Commissie (2018) spelen KMO’s, net als in België, een belangrijke rol in de Deense niet-financiële bedrijfseconomie.1 Denemarken scoort op de Global Entrepreneurship Index (2018), die op basis van attitudes, middelen en infrastructuur landen rangschikt qua ondernemend ecosysteem, 3de in Europa, en 6de wereldwijd. België behaalt respectievelijk een 12de en 17de plaats. Niet enkel internationaal en Europees, maar ook in de Deense opinie geniet ondernemerschap een goede reputatie. Het populaire programma Lovens Hule, gebaseerd op het Japanse The Tigers of Money, droeg hiertoe bij. In het programma strijden ondernemers voor de aandacht, financiële investering en advies van ervaren zakenmensen in een pitch van drie minuten. In Vlaanderen kwam het gelijkaardige programma Leeuwenkuil op de buis, maar was hier minder populair en werd afgevoerd. We schetsen hieronder een – weliswaar onvolledig beeld – van het Deense ecosysteem.

Op de private markt zien we, net als Vlaanderen, een groot aantal initiatieven: van hubs en incubatoren (bv. inQvation), business angel-netwerken (bv. Keystones), vormingsinitiatieven (bv. Preseed Academy) events (bv. TechBBQ) voor pre-starters, tot acceleratoren (bv. Accelerace) voor groeibedrijven. Die laatste twee richten zich niet enkel op Denemarken, maar ook op de andere Scandinavische landen waar samenwerking meer legio lijkt te zijn dan tussen Vlaanderen en omliggende regio’s. Denktank Singularity University, die educatieve programma’s aanbiedt, koos voor een campus in Kopenhagen. Singularity University Nordic biedt naast educatieve programma’s ook huisvesting aan een dertigtal start-ups, naast X divisions2 van bedrijven.

  • 1. De niet-financiële bedrijfseconomie omvat industrie, bouw, tussenhandel en diensten.
  • 2. R&D-divisies die onderzoek doen naar ambitieuze, baanbrekende technologieën die een oplossing kunnen bieden voor globale problemen. Ideeën worden snel ontwikkeld en vaak ook snel terug losgelaten. De experimentele projecten die er wel uit voortvloeien, worden moonshots genaamd, gezien de return on investment, of het rendement op investering (ROI), erg onzeker is. De naamgeving X-divisie is in analogie met de voormalige R&D-divisie Google X, nu simpelweg X genaamd.

Ook de overheid speelt een rol, die vaak weinig bekend is. We voegen hier zelf graag professor Mariana Mazzucato’s vaststelling aan toe dat grote innovaties zoals internet, GPS of touch screens, met overheidssteun tot stand kwamen. Door te doen alsof de private markt de drijvende kracht is achter innovatie en de overheid enkel aan de zijlijn toejuicht, hebben overheden wereldwijd een innovatiesysteem gecreëerd waarbij de publieke sector het risico verdeelt en draagt, en de beloningen de private markt worden toebedeeld. Ook in Denemarken blijkt de rol van de overheid geminimaliseerd te worden door private spelers. De Deense overheid ondersteunt echter competities zoals de Creative Business Cup en Nordic Innovation (opnieuw voor de Scandinavische landen). In 2014 vergemakkelijkte ze de toegang tot ondernemerschap ook door de kans te geven om een start-up op te richten met slechts één Deense kroon startkapitaal. Dat werd weliswaar in 2018 teruggedraaid door grootschalige fraude. Innovatie wordt sterk gesubsidieerd, zo getuigde de oprichter van Innovisor.  Een opmerkelijke good practice is de Deense Stichting voor Ondernemerschap. Deze stimuleert ondernemend onderwijs en is het resultaat van een politieke samenwerking tussen vier verschillende ministeries.

Het Deense onderwijsmodel richt (net als het Finse model) algemeen onderwijs in voor kinderen en jongeren van 5 tot 16 jaar, waarna men kan kiezen voor algemeen of beroepsgericht onderwijs. Ondernemerschap kan weliswaar als onderwerp opgenomen worden tussen 12 en 18 jaar. Volwassenenonderwijs kent een lange geschiedenis in Denemarken, doorgaans geassocieerd met de Deense filosoof, dichter, onderwijzer en geestelijke N.F.S. Grundtvig (1783-1872). Hij pleitte voor de studie van o.a. de Deense taal, in tegenstelling tot de studie van Latijn, wat Grundtvig beschouwde als elitair. Zijn kritiek op de klassieke scholen, inspireerde de oprichting van vrijwillige, residentiële volksscholen voor alle klassen, die op hun beurt het volwassenenonderwijs in Scandinavië inspireerden. Ondernemersvorming wordt – ook op heden – echter niet mee opgenomen in het volwassenonderwijs. Wel krijgt het steeds meer aandacht in hoger onderwijs, o.a. onder stimulans van ondernemer en voormalig Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschap Ahlers. De Deense technische universiteit DTU is daar met haar Skylab, dat focust op duurzame innovatie, een voorbeeld van. In 2017 kwamen er nog 60 startups voort uit DTU, in 2018 waren dat er al 87.

Megatrends en creativiteit

Megatrends zijn complexe drijvers van verandering op macroniveau die in onderlinge wisselwerking de wereld van vandaag en morgen definiëren. Vaak overschatten we hun impact op korte termijn en onderschatten we hun impact op lange termijn. Het acroniem AVUCA, wat staat voor accelerating, volatile, uncertain, complex en ambiguous, wordt vaak gebruikt om de kenmerken van megatrends aan te geven. 

Megatrends verlopen niet overal tegelijk, noch even snel. CIFS illustreerde dit als volgt: een sterk groeiende, steeds ouder wordende populatie is een waarneembare megatrend in het Westen en niet in de rest van de wereld. Een tweede voorbeeld is dat ontwikkelingslanden vandaag veel sneller ontwikkelen dan de Westerse wereld dat deed én doet.

CIFS schoof enkele megatrends naar voor die opleiding en (ondernemers)vorming in Vlaanderen en de rest van Europa reeds beïnvloed hebben en dat nog steeds doen. Ten eerste zijn het rekenvermogen en de technologische mogelijkheden van computers toegenomen. Ze werden ook goedkoper. Een iPhone heeft vandaag meer computerkracht dan de computers gebruikt voor de Apollo 11-maanlanding vijftig jaar geleden. We leven langer en gezonder, wat tot nieuwe vragen leidt omtrent een leven lang leren. Hierdoor rijst onder meer de vraag hoe we de middelen, inclusief kennis en competenties, van en bij ouderen kunnen maximaliseren, ook na de pensioenleeftijd. Individualisering is een derde megatrend. Dat staat niet lijnrecht tegenover het vormen van een gemeenschap. Kenmerkend is eerder de persoonlijke keuze die aan belang won: je kan nog steeds de gemeenschap boven het individu verkiezen. Ten slotte is er een groeiende polarisatie en groeiende kloof binnen onze maatschappij, en dat niet enkel economisch. Deze megatrends grijpen op elkaar in en beïnvloeden de nood aan een nieuw educatief paradigma.

Onderwijs en vorming als product

In toenemende mate zien studenten onderwijs en vorming als een product en zichzelf als consument, stelde CIFS. Voorlopig blijft dit fenomeen in België, net als in Denemarken, beperkt doordat onderwijs en vorming kosteloos of goedkoop worden aangeboden. Niettemin geldt ook voor de Europese Generation Z, geboren in de late jaren 1990 en in het begin van de 21ste eeuw, dat swipen, klikken en scrollen even natuurlijk is voor hen als ademen. Lerenden verkennen (markt)alternatieven op hun maat. “Anytime, anywhere,” geldt dan ook steeds meer in onderwijs en vorming.

Als consument hebben we bovendien steeds meer liquid expectations, ofwel vloeibare verwachtingen. Wat we ervaren – vaak qua gebruiksgemak – in één domein, verwachten we ook in een andere domeinen. Zo kopen we een boek en downloaden we het onmiddellijk op onze e-reader. Die onmiddellijke voldoening staat in schril contrast met studeren, waarbij we pas na meerdere jaren een diploma behalen. De vraag rijst daarenboven of diploma’s nog steeds hetzelfde waard (zullen) zijn. In Denemarken is een masterdiploma bijna een voorwaarde om terecht te kunnen op de arbeidsmarkt, aldus CIFS. Slechts 8% van de Denen begint te werken met een bachelordiploma, in tegenstelling tot Zweden, waar zo’n 50% van de studenten menswetenschappen, en zo’n 80% van de studenten in een technische of economische studie, beginnen te werken na hun bachelorstudies. Het Deense Ministerie van Financiën gaf in een analyse aan dat praktijkervaring en een bachelordiploma op de arbeidsmarkt steeds meer gewaardeerd worden.

Dynamische levensfases

Een leven lang leren wint aan belang. We denken vandaag echter nog steeds in termen van de Industriële Revolutie: vanuit de aanname dat we een leven lang dezelfde job doen, focussen we doorgaans eenzijdig op de intrede op de arbeidsmarkt en – ook in ondernemersvorming – op de startende en jonge ondernemer. In het kader van een leven lang leren en een carrière die niet langer gekenmerkt wordt door één werkgever voor het leven, kunnen we ons afvragen of dit nog steeds opportuun is. Bovendien gebeurt de intrede op de arbeidsmarkt als zelfstandig ondernemer niet per se op jonge leeftijd.

In 2018 veranderden 1 op 3 werknemers in Denemarken van job. Het Deense flexizekerheidsmodel maakte het goedkoper voor bedrijven om werknemers te ontslaan. Na ontslag kan je echter terugvallen op de A-kasse, een sectoraal verzekeringsfonds, dat begeleiding voorziet én dat met de nodige tijd om je bij te scholen. Als werkzoekende word je dus niet gedwongen om gelijk welke job aan te nemen. Weliswaar is het stimuleren van ondernemerschap daarbij nog steeds een hiaat. Vertaald naar Vlaanderen vervullen de A-kasses taken die in Vlaanderen door VDAB en vakbonden worden opgenomen. Sociale onderhandelingen behoren daar echter niet toe, en gebeuren door de Deense vakbonden, die naast de A-kasses bestaan. Ook bij de vakbonden is het tijdens sociale onderhandelingen duidelijk dat opleiding en vorming van werknemers belangrijk zijn, gezien ze doorgaans een grote en moeilijke hindernis vormen om tot een akkoord te komen met werkgeversorganisaties.

Digitalisering

Digitalisering hervormt onderwijs en vorming razendsnel op alle niveaus, aldus CIFS. In 2010 zei de decaan van Harvard Business School, Nitin Nohria, nog dat de onderwijsinstelling zich nooit met online onderwijs zou bezighouden tijdens zijn leven. CIFS verwees ook naar het Horizon Report 2019 van Educause.1 Hoewel het rapport zich toespitst op hoger onderwijs, zien we gelijkaardige trends bij onderwijs en vorming meer algemeen. Het rapport stelt dat er op korte termijn meer aandacht zal zijn voor blended learning en het herinrichten van de leerruimtes. Op de middellange termijn van drie tot vijf jaar zal het stimuleren van een innovatiecultuur en het meten van leren, aan belang winnen. Op lange termijn zullen een nieuwe werkwijze van opleidingsverstrekkers, alsook gemoduleerde en gesplitste diploma’s steeds meer realiteit zijn.

Het bedrijfsleven zal de traditionele instituten niet vervangen. Hoogstwaarschijnlijk zal het echter wel  het bedrijfsleven zijn dat één van de drijvende krachten achter deze veranderingen zal zijn. Zo opende Google onlangs een Google Digital Learning House in Kopenhagen. Een ander voorbeeld is WeCo dat met WeGrow in New York een kleuter- en lagere school startte waarin kinderen gestimuleerd worden ondernemend te zijn. Met een prijskaartje van 35 000 USD per jaar per kind kunnen vragen gesteld worden bij het democratische gehalte van dergelijke initiatieven. Met internationale uitbreidingsplannen en meerdere, opkomende private initiatieven, ook in Europa, dienen we wel het publieke debat hierover te voeren, stelt CIFS. Als overheid is het immers interessant de beweegredenen en het succes achter zo’n private initiatieven te analyseren, om met de getrokken lessen aan de slag te gaan en onszelf uit te dagen, ook in het publieke aanbod.

  • 1. Voor u hier gelezen.

21ste eeuwse vaardigheden

Tabel 1. Vergelijking in de vraag naar vaardigheden, 2018 versus 2022, top 10 (Bron: Future of Jobs Survey 2018, World Economic Forum).

21ste eeuwse vaardigheden worden vaak opgeworpen als dé vaardigheden om op te focussen in opleiding en training. Als we echter nog niet weten hoe de jobs van de toekomst eruit zullen zien, hoe kunnen we dan de benodigde vaardigheden definiëren? Tabel 1 staat opgenomen in een publicatie van het Wereld Economisch Forum uit 2018, waarin een blik geworpen werd op de vaardigheden die gevraagd zouden worden in 2022.

CIFS ging verder in op enkele van deze vaardigheden. Om te beginnen verwezen ze naar een filmpje waarin een kind zonder medeweten van zijn ouders vraagt: “Alexa, what is 5 minus 3?”. Het jongetje schakelt Alexa, een virtuele assistent, in om zijn huiswerk te voltooien. Dit fragment illustreert de noodzaak om in opleiding en training meer focus te leggen op hoe we informatie opzoeken.

Ook interdisciplinariteit is belangrijk, vervolgde CIFS, zonder te pleiten voor de afschaffing van specialisaties. Interdisciplinariteit stimuleert nieuwsgierigheid naar wat we nog niet kennen. Vertrouwd zijn met inhouden, denk- en werkwijzen van andere disciplines, stelt ons in staat de complexe wereld van vandaag beter te begrijpen, ieder vanuit zijn eigen verdere specialisatie.

Daarnaast schuift UNESCO ook futures literacy naar voor. Dé toekomst bestaat niet, stelt CIFS, die kan enkel verbeeld worden. Dat maakt ons als mens uniek. De toekomst veroorzaakt hoop, angst, begrip en zingeving in het heden. Maar de toekomsten die we inbeelden, drijven ook onze verwachtingen, teleurstellingen en de bereidheid om te investeren of te veranderen.

Informatie kunnen opzoeken, interdisciplinariteit en futures literacy maken ons meer weerbaar in het omgaan met verandering. En laat dat net zijn wat de 21ste eeuw kenmerkt, continue verandering.

Creativiteit en innovatie

Creativiteit – de mogelijkheid iets te kunnen uitvinden – is een voorwaarde voor innovatie. We spreken van innovatie wanneer een uitvinding toepassing kent in producten, diensten en processen en toegevoegde waarde creëert. Terwijl we innovatie erg hoog in het vaandel dragen, associëren we creativiteit erg vaak enkel met artistiek zijn. Nochtans is een fysicus erg creatief vanuit een professioneel standpunt. De grenzen van kennis verleggen in haar of zijn werk, komt deels voort uit een intuïtief proces. Creativiteit kan deels aangeleerd worden aan het individu, hoewel het veel tijd en intense training vergt om een beetje creatiever te worden.

CIFS schoof naar voor dat – in plaats van ons af te vragen hoe we creativiteit kunnen aanleren – het mogelijks interessanter en maatschappelijk relevanter is ons de vraag te stellen hoe we een wereld kunnen creëren die creatieve mensen aanvaardt die lijden aan een psychische aandoening. CIFS nam daarmee stelling in een omstreden wetenschappelijk debat omtrent de relatie tussen creativiteit en psychische aandoeningen, en pleitte voor een meer inclusieve samenleving. Bekende voorbeelden van creatieve geniën met een psychische aandoening zijn Steve Jobs, gekend voor zijn perfectionisme maar evenzeer obsessieve compulsieve dwangstoornis; auteur Virginia Woolfs die erg expressief was maar ook leed aan een depressie; wiskundige John Nash voornamelijk gekend voor zijn bijdragen aan speltheorie en die ook leed aan schizofrenie; Kurt Gödel, gezien als één van de grootste logici in de 20ste eeuw, die Asperger had; de bipolaire schilder Vincent Van Gogh of de visionaire, maar evenzeer megalomane generaal en dictator Napoleon.

Bovenstaande opinie beantwoordt de vraag echter niet wat te doen met creativiteit in opleiding en vorming voor iedereen. Een mythe omtrent creativiteit die CIFS wou ontkrachten, is dat scholen creativiteit doden. Naast intrinsieke motivatie en nieuwsgierigheid, heb je immers ook kennis nodig: specifieke domeinkennis en algemene kennis uit meerdere domeinen om deze te combineren (cfr. interdisciplinariteit) alsook probleemoplossend vermogen. Kennisoverdracht in scholen draagt dus bij aan creativiteit. Niettemin bleef het antwoord ook bij CIFS voorts uit hoe creativiteit door opleiding en vorming bij te brengen.

Op organisatieniveau is het moeilijk om creativiteit om te zetten in innovatie. Een idee wordt door gebrek aan verbeeldingskracht, gevolgd door ongeloof, al snel als ongeloofwaardig bestempeld. Voordat een idee wordt overgenomen door anderen, heb je al snel 3 tot 5 ervaren collega’s nodig die je steunen, aldus CIFS. Management kijkt immers vaak niet naar het idee zelf, maar naar van wie het komt. Soms is het dan ook interessanter om je idee te laten pitchen door iemand die meer geloofwaardig is dan jijzelf. Waar nodig moet je jouw idee dan ook in handen durven geven van anderen. Daarnaast is jouw doelpubliek kennen, cruciaal om innovatie ingang te doen vinden. Ten slotte moeten in een innovatieve organisatie ook tijd en middelen worden toegewezen om experimenten toe te laten. Om innovatie te stimuleren kan je als organisatie teams binnen het bedrijf laten concurreren. Belangrijk is dan dat competitie tussen teams, niet in de teams gecreëerd wordt. Sommige bedrijven opteren echter voor de oprichting van een nieuw bedrijf, los van de bedrijfscultuur van het bestaande bedrijf, om ruimte te creëren voor innovatie. Zo richtte de holding van het Deense bedrijf Velux, het bedrijf Altaterra op. Ook in Vlaanderen doen bedrijven dit. D’Ieteren is hiervan een voorbeeld. Het bedrijf voert auto’s in en verkoopt deze, maar richtte evenzeer Lab Box op dat zich richt op toekomstige mobiliteitsoplossingen zoals autodelen. HR speelt, onder meer in het aanwerven van de juiste profielen, een belangrijke rol in het opzetten van dergelijke bedrijven.

Ondernemerschap(svorming) in de 21ste eeuw

CIFS concludeerde dat onderwijs en vorming in Europa grote veranderingen ondergingen door zich sterk te enten op arbeid vanaf de agrarische revolutie (ca. 10 000 v.C.). De slinger keert in dit high-tech tijdperk van de 21ste eeuw van arbeidsgerichte opleiding en onderwijs terug naar competentiegericht onderwijs en vorming, zowel voor de ondernemers als zijn of haar werknemers. De drijfveer daarachter is om onderwijs en vorming opnieuw meer aansluiting te laten vinden bij de arbeidsmarkt en het ondernemerschap.

De arbeidsmarkt en het ondernemerslandschap zijn in Denemarken, en bij uitbreiding ook Vlaanderen, danig verander(en)d. Wanneer we een kader voor ondernemersvorming in de toekomst bediscussiëren, raadde CIFS dan ook aan de hierboven aangehaalde megatrends mee te nemen in de discussie. Ze veranderen immers niet gemakkelijk en zorgen voor enige zekerheid in tijden van snelle veranderingen. Onderwijs en vorming worden meer en meer als product gezien. Maatwerk is cruciaal. De nood aan een meer duurzame en betere wereld komt steeds meer op de voorgrond. We zien een shift van winst- naar waardegedreven ondernemen, en van het beantwoorden van lokale noden naar het oplossen van globale problemen. Heel wat start-ups hebben dan ook een scale-up focus, doorgaans met een sterk digitale component. We zien ook een shift van op kennis gebaseerde input, naar meer belang hechten aan ook creatieve output. Verbeelding en creativiteit, waar CIFS dieper op inging, geven ons – zoals eerder gezegd – de kans een hoopvolle toekomst te scheppen. Futures literacy is dan ook een onmiskenbaar deel van het DNA van een ondernemer.

Naast risico1 durven nemen – ook al is de omgeving onzeker, en soms vijandig – is ook creativiteit en innovatie typerend voor een ondernemer, zoals we ook lezen in ‘Theory of economic development’ van Schumpeter (1934). Schumpeters creative destruction is wat we vandaag disruptie noemen. Het tempo waarop veranderingen elkaar opvolgen, stijgt snel. Een langlopende studie door McKinsey wijst uit dat de gemiddelde levensduur van een bedrijf opgenomen in de S&P 5002 in 1958 61 jaar was, terwijl dit in 2018 slechts 12 jaar meer was. Futuristen Heidi en Alvin Toffler schreven in 1970 Future Shock, waarin ze stelden dat een groot aantal, snel opeenvolgende veranderingen zowel het individu als de maatschappij in een staat van shock kunnen brengen omdat weinig herkenbaar blijft. De enige constante lijkt verandering. Een antwoord op deze continue verandering, voor zowel werknemers als ondernemers, ligt in een leven lang leren. Grieks dichter Archilochus schreef het reeds in de 7de eeuw voor Christus en de uitdrukking werd door Navy Seals3 overgenomen: “Under pressure you don’t rise to the occasion, you sink to the level of your training.”

  • 1. Industriële en technologische revoluties werden mee mogelijk gemaakt door de overgang van een ruileconomie naar een geldeconomie, die het concept van schuld ruimer introduceerde. Investeren met risico werd mogelijk.
  • 2. Door kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) samengestelde aandelenindex met de 500 grootste Amerikaanse bedrijven op basis van hun beurswaarde.
  • 3. Speciale multidisciplinaire eenheid in het Amerikaanse leger waarbij SEAL staat voor ‘SEa, Air, Land’ ofwel ‘zee, lucht, land’.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Recente blogberichten