Studiereis Denemarken: duaal en levenslang leren

Op 2 en 3 oktober 2019 trok SYNTRA Vlaanderen samen met een delegatie van stakeholders naar Denemarken, om kennis te maken met het Deense systeem van duaal en levenslang leren. Op het programma stonden tal van ontmoetingen, onder meer met overheidsdiensten, opleidingsverstrekkers en ondernemingen. 

In deze bijdrage vindt u: 1) een overzicht van het programma dat de deelnemers aangeboden kregen, 2) achtergrondinformatie over beroepsonderwijs en duaal leren in Denemarken, 3) een reisverslag en 4) een overzicht van de bezochte organisaties en bijhorende presentaties. 

Hier vindt u een fotoreportage. 

1. Programma

Hier vindt u het programma dat de deelnemers aangeboden kregen. 

Studiereis Denemarken: programma

- studiereis_denemarken_programma.pdf
1.04 MB

2. Achtergrondinformatie

Hier vindt u informatie over beroepsonderwijs en duaal leren in Denemarken, die eerder ook al gepubliceerd werd op ODIN.

Studiereis Denemarken: achtergrondinformatie

- studiereis_denemarken_achtergrondinformatie_.pdf
0.82 MB

3. Reisverslag

Op ODIN verscheen al een bijdrage met achtergrondinfo over het Deense beroepsonderwijs en duaal leren. Deze bijdrage bouwt hierop verder en kan gezien worden als een reisverslag, dat de vorige bijdrage verder aanvult en uitdiept. We sluiten af met een aantal reflecties en aanbevelingen voor Vlaanderen.

3.1. Achtergrond

De studiebezoeken vonden plaats van 1 tot 4 oktober 2019 waarvan twee dagen met diverse studiebezoeken. De eerste dag bevonden we ons in de hoofdstad Kopenhagen om o.a. de ministeries en overheden te bezoeken. Erna reisden we door naar de provincie Jutland. Daar bezochten we twee onderwijsinstellingen, een bedrijf en een technologisch centrum. Het volledige programma kan u hierboven terugvinden.

De delegatie bestond uit 33 personen, afkomstig uit diverse geledingen: het hoger en secundair onderwijs, sectoren en bedrijven, sociale partners, SERV, Vlaamse administraties, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren en SYNTRA Vlaanderen. De studiereis werd ter plaatse begeleid door de Vlaams Economisch Vertegenwoordiger van Flanders Investment & Trade.

3.2. Bezoeken

National Agency for Education and Quality

Figuur 1. Structuur van het Deense Ministerie van Onderwijs (Bron: Ministry of Children and Education Denmark)

We vatten ons bezoek aan bij het Deense Ministerie van Onderwijs, dat bestaat uit een departement en twee agentschappen (zie figuur 1). Eerst kwam het National Agency for Education and Quality aan bod. Dit agentschap is verantwoordelijk voor het onderwijsniveau tot en met ‘upper secondary education’ (zie figuur 2).

In Denemarken kan men ruim 100 verschillende beroepsopleidingen volgen in het hoger secundair onderwijs, aangeboden door ongeveer 100 verschillende instellingen. De leerlingenpopulatie bedraagt ongeveer 70 000 leerlingen. De duur van een opleiding kan variëren van 18 maanden tot 5,5 jaar. Als toegangscriterium geldt dat een leerling geslaagd moet zijn voor een specifiek examen of een overeenkomst met een werkplek moet hebben.

Figuur 2. Schematisch overzicht van het Deense onderwijssysteem (Bron: Apprenticeship Toolbox).

Werkplekleren maakt integraal deel uit van beroepsopleidingen. Daardoor wordt wat de student leert tijdens de opleiding, actief verbonden met een reële werksituatie. De basis voor de sterke positie van werkplekleren in deze opleidingen ligt bij de nauwe band tussen de scholen en de lokale werkgevers, evenals de dialoog tussen het ministerie van onderwijs, werkgeversfederaties en vakbonden. 

Leerlingen ontvangen een leervergoeding, maar die kan verschillen tussen opleidingen en sectoren. De leervergoeding wordt telkens bepaald op basis van een akkoord tussen de vakbonden en de werkgevers. Zo zou de leervergoeding lager zijn in zorgopleidingen dan bij schrijnwerkerij of elektriciteit. 

Leerlingen gaan meestal zelf op zoek naar een werkplek. Waar nodig wordt ondersteuning geboden vanuit de school. Scholen hebben vaak reeds een netwerk opgebouwd bij bedrijven in de buurt. Scholen staan ook zelf in voor de erkenning van de werkplekken; er zijn geen centrale criteria vastgelegd. 

Er wordt in Denemarken een onderscheid gemaakt tussen beroepsonderwijs voor jongeren (tot 25 jaar oud) en voor volwassenen:

  • De opleiding voor jongeren wordt aangevat met een inleidende module van 20 tot 40 weken. Deze inleidende module is gericht op een goede oriëntatie. Nadien volgt de basismodule, bestaande uit een schoolcomponent en een gedeelte leren op de werkplek.
  • Het aanbod voor volwassenen start met een evaluatie van reeds verworven vaardigheden, opdat het aanbod aangepast kan worden aan de individuele noden. Het zijn dus echte trajecten op maat. Het is op elk moment mogelijk om een opleiding te beëindigen. Een aangepast certificaat wordt dan voorzien met vermelding van het niveau of de competenties die men reeds heeft verworven. 

Sinds kort is er ook een nieuwe variant binnen de beroepsopleidingen, de EUX-opleiding, waarbij een leerling voorbereid wordt op het academisch hoger onderwijs en waarin men meer theoretische kennis vervat zit. Deze variant is momenteel uitgebouwd in 46 opleidingen.

Voor leerlingen die nog niet arbeidsrijp zijn werd er recent een nieuw traject uitgewerkt: EUD10. Hier wordt een periode voorzien tot 2 jaar om jongeren voor te bereiden. Dit kan via verschillende formules, al dan niet met werkplekleren. Er zijn dit jaar 13 000 studenten gestart in dit traject. Bij de start wordt een screening voorzien die bepaalt welk type traject de leerlingen best kunnen volgen.1

  • 1. Voor meer informatie over het Deense onderwijssysteem: https://eng.uvm.dk/upper-secondary-education/vocational-education-and-training-in-denmark en https://odin.syntravlaanderen.be/onderzoek-en-beleid/beroepsonderwijs-en-duaal-leren-denemarken

National Agency for IT and Learning

Vervolgens kwam het National Agency for IT and Learning aan bod. Dit agentschap heeft de volgende taken:

  • Het toepassen en aanleren van IT in het kader van onderwijs; 
  • Het uitwerken van IT-toepassingen voor examens, testen en assessments (via een login kunnen leerkrachten en studenten veilig inloggen in hun eigen online ruimte); 
  • Het voorzien van data voor het Ministerie van onderwijs en het beheren van een openbaar datawarehouse en
  • Het uitvoeren van de IT-diensten van het Ministerie van onderwijs, het toepassen van nieuwe regels met betrekking tot IT-veiligheid en nieuwe regelgeving rond digitalisering en data. 

Het agentschap speelt ook een rol inzake het stimuleren van levenslang leren. Sociale partners hebben in Denemarken een sterke invloed op levenslang leren én hebben hoge verwachtingen naar opleidingscentra toe, maar vaak zien scholen elkaar meer als concurrenten dan als partners wanneer het gaat om innovaties en digitalisering. Er wordt dus vanuit het agentschap ingezet op het businessmodel waar scholen mee werken.

In de beroepsopleidingen werd vanaf 2019 de aandacht voor IT verhoogd via het invoeren van het vak ‘business informatics’. De doelstellingen liggen hier op ‘digital empowerment’, ‘vocational digital development’ en ‘computational thinking and technological knowledge and skills’. Dit vak werd samen met de technologiecentra en de industrie ontwikkeld.

Op dit moment worden veel examens in Denemarken aangeboden via online toepassingen. Leerkrachten uit het secundair onderwijs staan eerder afwachtend tegenover deze ontwikkelingen, terwijl leerkrachten binnen beroepsonderwijs meer open lijken te staan voor deze nieuwe manieren om hun vak in te vullen. Ze hebben vaak ook meer voeling met de bedrijfswereld en weten dat innovatie nodig is om hun zaak levend en relevant te houden. 

Er is nog veel groeimarge op vlak van digitalisering. Een nationaal onderzoek gaf aan dat op dit moment slechts 7% van alle scholen in het lager en middelbaar onderwijs gebruik maken van virtuele en interactieve labs. Op basis van deze studie werden een aantal maatregelen genomen: 

  • Een online lessenpakket werd uitgewerkt voor leerkrachten;
  • Leerlingen krijgen één jaar gratis toegang tot interactieve simulaties en
  • In december 2019 wordt een ontwikkelingsproject op grote schaal opgestart, waaronder een onderzoek in 18 verschillende scholen. Verschillende technische en didactische benaderingen zullen worden getest en vergeleken, voor het gebruik van interactieve laboratoria. Hiervoor werkt het ministerie ook samen met de recent ontwikkelde knowledge centrums en werkgeversorganisaties. 

Er werden ook 9 technologische centra (knowledge centra) opgericht, elk met een eigen focus. Ze focussen op nieuwe technologieën die een impact zouden hebben op beroepsonderwijs. Hierover verzamelen ze informatie en werken ze ondersteunende materialen uit, zoals automation, robotics, …  Het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat de beroepsopleidingen deze nieuwe technologieën incorporeren. De scholen hebben niet altijd toegang tot technologie, dus dergelijke initiatieven bieden erg veel opportuniteiten voor de school. Zowel scholen als sociale partners zijn nauw betrokken bij deze technologische centra.  

Danish Agency for Science and Higher Education

Onze volgende stop was bij het Deens Agentschap voor Wetenschap en Hoger onderwijs. Dit valt niet onder het Ministerie van Onderwijs, maar onder het Ministerie van Hoger Onderwijs en Wetenschap.

In het Deense hoger onderwijs zijn er verschillende mogelijkheden voor wie een voltijds programma wil volgen:

  • Academy profession opleidingen (EQF 5). Dit zijn voornamelijk opleidingen die business of technisch georiënteerd zijn, vergelijkbaar met de graduaatsopleidingen in Vlaanderen. Vanuit alle VET-opleidingen in het hoger secundair onderwijs kan men naar deze opleidingen doorstromen. Indien het gaat om een ‘niet-gerelateerde’ opleiding worden er wel een aantal extra vereisten gesteld, zoals bijvoorbeeld het niveau van Engels of wiskunde op hogeschoolniveau.
  • Professionele bacheloropleiding (EQF 6). Dit zijn opleidingen die normaliter 3 tot 4 jaar duren. Voorbeelden van opleidingen zijn: verpleegkunde, sociaal werk, public administration, journalistiek. De toegang is mogelijk vanuit de meeste VET-opleidingen. Wie het EUX-programma volgde heeft toegang tot al deze opleidingen. 
  • Bachelor opleiding (EQF 6). Deze bachelor opleidingen duren doorgaans 3 jaar en geven erna toegang tot een master. Ze zijn vergelijkbaar met de academische bacheloropleidingen in Vlaanderen. Vanuit de VET-opleidingen is er enkel doorstroom mogelijk via een toelatingsprogramma van 1 tot 1,5 jaar of voor wie een EUX-programma volgde.

Er zijn ook deeltijdse mogelijkheden voor volwassenen. Deze deeltijdse opleidingen zijn korter en bevatten geen werkplekleren. Eerdere werkervaring van een lerende kan de opleiding inkorten. De studenten kunnen blijven werken naast deze deeltijdse opleiding. 

In het Deense hoger onderwijs krijgt werkplekleren een plaats. In masters of universitaire bachelors is er slechts in enkele opleidingen ruimte voor werkplekleren. In professionele bachelors wordt een stage van minstens 6 maanden (ter waarde van 30 studiepunten) geïntegreerd. In Academy profession opleidingen wordt gewerkt met een stage van minstens 3 maanden (ter waarde van 15 studiepunten). Het werkplekleren heeft in deze opleidingen een concrete doelstelling: “Practicum shall in interaction with the therotical parts of the programme strengthen the student’s learning and support the student in obtaining the intended learning outcomes of the programme”, aldus het Danish Agency for Science and Education.

Via verschillende instrumenten wordt de kwaliteit van werkplekleren opgevolgd. Zo moeten de studenten na afloop een examen afleggen, zijn de hogescholen verantwoordelijk voor de afstemming tussen het werkplekleren en de opleiding op school, en worden er mentoren voorzien voor de leerling op de werkplek. 

Het Agentschap voor Wetenschap en Hoger onderwijs geeft aan dat er nog diverse uitdagingen zijn inzake duaal leren in het hoger onderwijs:

  • De nood aan een sterkere integratie van theoretische en praktische leermomenten in de opleiding;
  • Een gebrek aan geschoolde mentoren; 
  • Onvoldoende kennis van de deeltijdse programma’s voor volwassenen bij het brede publiek; 
  • Een perceptieprobleem: beroepsopleidingen worden nog te vaak gezien als een doodlopend spoor, maar dit is het niet. Deze perceptie moet nog gekeerd worden;   
  • Het tekort aan mensen met beroepsvaardigheden.

Educational Secretariat for Industry

Ons volgende bezoek hielden we bij het Educational Secretariat for Industry. Dit is een onafhankelijk instituut dat de metaalindustrie en de industriële sectoren vertegenwoordigt. Het werd gesticht door de drie grootste werkgeversorganisaties in de sector (Dansk Metal, DI-Dansk Industri en 3F). Er bestaan ook dergelijke secretariaten voor andere sectoren, bijvoorbeeld ‘commerciële en administratieve beroepen’, ‘transport’, ‘bouw en constructie’, ‘elektriciteit’, ‘sanitair en energie’.

Deze secretariaten ondersteunen de nationale sectorcommissies voor de industrie. Deze zijn paritair samengesteld uit werkgevers- en werknemersorganisaties. Ze vervullen o.a. de volgende taken:

  • Ze zijn verantwoordelijk voor de inhoud, duur, opbouw, examens en toegangscriteria van de VET programma’s.
  • Ze staan in voor de erkenning van de leerbedrijven, via de lokale opleidingscommissies.    
  • Ze maken een jaarlijks rapport in opdracht van het ministerie van onderwijs over de toekomstige trends en noden in de sector.    
  • Ze selecteren en vergoeden ‘censors’, de externe examinatoren die vanuit de sector worden aangesteld.
  • Ze reiken de verworven onderwijscertificaten uit.

Het secretariaat voor de industrie heeft een sterk netwerk en een goed zicht op de opleidingsnoden binnen de sector. Het rapporteert aan de nationale adviesraad voor initiële beroepsopleidingen (IVET Council) en geeft hen feiten en analyses. De adviesraad geeft op basis hiervan advies aan de minister van onderwijs (vb. trends voor VET, nieuwe VET opleidingen, herziening van bestaande VET-opleidingen, welke opleidingen beperkt toegankelijk mogen zijn,…).  De secretariaten zijn zelf geen lid van de adviesraad.  

De secretariaten zijn verdeeld in werkgroepen. Voor de metaalsector bestaan er 7 permanente werkgroepen (voor 21 VET-programma’s). De werkgroepen komen een viertal keer per jaar samen en focussen op verschillende industrieën (vb. automobiel,…).  De werkgroepen hebben een goed zicht op de noden en evoluties in de sector en nemen dit mee bij het maken of aanpassen van VET-programma’s (vb. elektrische wagens). In dialoog met de bedrijven wordt er bepaald wanneer een programma moet aangepast worden aan een nieuwe evoluties. Een belangrijke vraag hierbij is of de nieuwe evolutie/techniek al aangeleerd kan worden in de bedrijven, en of de scholen er klaar voor zijn.

De gemiddelde doorlooptijd om een nieuw programma te maken is één (school)jaar. Dit gaat als volgt in zijn werk. De sectorcommissies dienen nieuwe opleidingsvoorstellen in bij het ministerie van onderwijs op basis van toekomstverkenningen of nieuwe ontwikkelingen binnen de sector. Ze krijgen hiervoor een template van het ministerie van onderwijs. Het voorstel moet de duur en de opbouw van het traject beschrijven, het aantal uren op school en op de werkvloer, de kostprijs, etc. Vervolgens worden de documenten met de aanpassingen aan het programma opgemaakt. Na consultatie van de nationale adviesraad wordt het programma voorgelegd aan het ministerie van onderwijs voor formele goedkeuring. Meer fundamentele veranderingen kunnen soms langer duren. 

Bedrijven die een werkplek aanbieden, moeten erkend zijn. Ze kunnen elektronisch een erkenning aanvragen. Om in aanmerking te komen voor een erkenning moeten de einddoelen van een specifieke opleiding in het bedrijf kunnen aangeleerd worden (nodige faciliteiten en opleiders aanwezig). In de praktijk zijn het de lokale opleidingscommissies die beslissen over de erkenningen. Zij kennen de bedrijven het best. Er kunnen ook plaatsbezoeken (expert visits) georganiseerd worden.

Aan het einde van de duale opleidingen wordt er een eindtest georganiseerd (vb. er wordt een product gemaakt, er wordt een probleem opgelost). De beoordeling gebeurt door de ‘censors’ of externe examinatoren. De sectorcommissies selecteren en vergoeden deze censors. Er is telkens één vertegenwoordiger van de werkgevers en één van de werknemers uit de sector. Het gaat hier om een bijkomende rol en geen afzonderlijke job. Het is belangrijk dat de examinatoren uit de sector komen om de proef te kunnen beoordelen.     

EdTech Denmark

Onze volgende spreker maakte deel uit van Edtech Denmark. Dat is een non-profitorganisatie die de samenwerking inzake leertechnologie in Denemarken wil bevorderden. De leden zijn bedrijven, analisten en onderwijsinstellingen die actief zijn op het gebied van leertechnologie. Het zijn gesprekspartners die Edtech als een strategische investering zien om op een andere manier te leren en met andere businessmodellen binnen leren aan de slag gaan. Het digitaal ondersteunen van kennis verlaat immers de kennissilo’s omdat digitalisering en technologie transversaal verschillende mogelijkheden van leren en werken doorkruisen.

Expliciete doelstellingen van Edtech Denmark zijn de kennis rond Edtech inventariseren en publiekelijk maken, matching events opzetten tussen gebruikers en aanbieders, het gebruik van Edtech monitoren en de impact ervan meten.

De principes waarmee de non-profit organisatie te werk gaat, zijn tweeërlei. Vooreerst is de kernboodschap: samenwerking tussen de verschillende leden waarbij elk bijdrage noodzakelijk is in de waardecreatie van Edtech Denmark, tussen onderzoekscentra, opleidingsinstellingen en applicaties. Daarnaast wordt de focus op de eindgebruiker gelegd. Edtech Denmark geeft dit aan met ‘Burgerdreven innovatie'. Dit verwijst naar het actief integreren van de eindgebruiker in het prioriteren van wat ontwikkeld wordt en hoe het ontwikkeld wordt. Hierdoor ontstaan nieuwe businessmodellen die de rol van wie nu als kennisverstrekker wordt aanzien danig verandert. De school is niet langer de enige mogelijkheid om kennis te vergaren. Technologie maakt het ook mogelijk om peer to peer informatie te delen, kennis en kunde gemakkelijker over te dragen en het individu in de driver's seat te zetten van de eigen leerloopbaan.

EDtech Denmark focust zich in eerste instantie op het pedagogische luik van Edtech, en dit omwille van verschillende mogelijkheden. Edtech kan bijdragen tot de kwaliteit van leren, de efficiëntie van het leren verhogen, en lerenden in staat stellen om bijkomende kennis of vaardigheden aan te leren. Gekende voorbeelden hiervan zijn Massive Open Online Courses (MOOCs), educatieve apps of games, en systemen voor synchroon afstandsonderwijs. Een recentere evolutie is het gebruik van immersieve technologieën zoals virtual reality (VR) en augmented reality (AR).

Edtech Denmark wil op die manier in de werking aantonen dat dergelijke technologieën het leerrendement van kinderen, jongeren, studenten kunnen verhogen en best in het leren van de toekomst geïntegreerd worden.

VIA University College

De tweede dag van ons verblijf vatten we aan bij VIA University College in Aarhus, een aanbieder van professionele bacheloropleidingen in verschillende studiegebieden. Hier kwamen we meer te weten over hoe duaal leren concreet vorm krijgt in het hoger onderwijs.

We spraken tijdens deze sessie met de campusdirecteur en twee vertegenwoordigers vanuit opleidingen, enerzijds vanuit de opleiding value chain management en anderzijds architectural technology & construction management. In totaal heeft VIA ongeveer 7000 studenten op acht verschillende campussen. De campus in Aarhus is de grootste, en de tweede grootste hogeschoolcampus in heel Denemarken.

In de opleiding value chain management wordt ongeveer 35% van de tijd besteed aan contact met het werkveld en de bedrijfswereld. In alle semesters van de opleiding komen studenten in rechtstreeks contact met bedrijven. Bedrijven komen zelf naar de hogeschool toe en reiken zelf de probleemstellingen aan studenten aan. De hogeschool zorgt voor inbedding van praktijkervaring in zowel de regionale als de internationale (bedrijfs)context. Voor dit laatste worden contacten met grote bedrijven goed onderhouden.  Het aandeel werkplekcontact varieert in de hogeschool sterk tussen opleidingen.

Studenten zoeken zelf een stageplaats in binnen- of buitenland. Deze stages zijn niet vergoed, maar bedrijven mogen wel 3000 Deense Kronen betalen als een soort van beloning. Tussen onderneming en hogeschool wordt een overeenkomst gesloten. Een begeleider vanuit de hogeschool zorgt voor de nodige follow-up. De meeste studenten houden ook een vorm van logboek bij tijdens hun werkplekervaring. Bedrijven en organisaties zijn mee aan zet om studenten te beoordelen.

De meeste leerlingen hebben een achtergrond in een VET-opleiding. De hogeschool heeft nog vrij weinig doorstromers vanuit de onderwijsvorm ‘EUX’. Het is nochtans een meerwaarde om deze studentengroepen gemengd aan de slag te laten gaan. De hogeschool moet studenten uit VET-opleidingen overtuigen om verder te studeren in het hoger onderwijs omdat hun kansen op de arbeidsmarkt zo gunstig zijn dat ze direct aan de slag kunnen. De hogeschool organiseert ook opleidingen voor volwassenen, maar deze doelgroep wordt niet gemengd met reguliere studenten. 

Nieuwe opleidingen aanvragen neemt tijd in beslag omdat een accreditatieproces doorlopen moet worden. De inhoudelijke bespreking tussen hogescholen en ondernemingswereld verloopt sneller dan de hele administratieve procedure errond.  

Lectoren worden opgeleid gedurende de eerste 4 jaar dat ze in dienst zijn. In die periode moeten ze ook aan praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek doen als onderdeel van hun opleiding. Ook dit brengt hen in nauw contact met het werkveld. Sommige docenten doctoreren ook gedurende hun lectorschap.  

Learnmark Tech

Vervolgens hielden we halt bij Learmark Tech, één van de nieuw opgerichte technologische centra (knowledge centers) in Denemarken. Deze centra worden gefinancierd door de overheid en opgevolgd vanuit het Ministerie vanuit Onderwijs. Het gaat om een projectsubsidie die initieel tot 2020 zal duren en eventueel verlengd kan worden.

Learnmark Tech is gehuisvest op de site van Learnmark, een opleidingsinstelling (VET-aanbieder) met in totaal zo’n 2200 leerlingen. Het opleidingsaanbod bestaat uit arbeidsmarktgerichte technische en bedrijfskundige opleidingen. In het Deense onderwijssysteem vallen deze opleidingen onder de vlag ‘EUD’. Alle 16 opleidingen worden in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven ontwikkeld.

De doelstellingen van de nieuw opgerichte technologische centra zijn de volgende: 

  1. Creëren en communiceren van expertkennis naar VET-scholen, met focus op nieuwe technologie 
  2. Prestige vergroten van VET-onderwijs en meer leerlingen aantrekken
  3. Duurzaamheidscultuur binnen een bepaald vakgebied stimuleren 
  4. Samenwerking en kennisdeling 
  5. Leerlingen leren omgaan met technologische vooruitgang 
  6. Aanbod ontwikkelen voor basisonderwijs en lager secundair onderwijs 

De slagzin van Learnmark Tech is: “Sustainable knowledge for craftsmen of the future”.  Het ontwikkelde twee mobiele technologiecentra: een voor de bouwsector en een voor de industriële sectoren. Deze centra zijn modulair opgebouwd en aanpasbaar aan de noden van de scholen waar ze tijdelijk geplaatst worden. Ze worden gebruikt door leerlingen in technische opleidingen, door leerkrachten in functie van professionalisering en door bedrijven in functie van professionalisering hun personeel.  

Learnmark biedt vanuit de kenniscentra ook opleiding aan voor volwassenen en werknemers. Deze opleidingen zijn gratis voor deze doelgroep. Er zijn ook financiële incentives voor bedrijven om hun werknemers op te leiden én er wordt veel verantwoordelijkheid bij werknemers zelf gelegd om zich bij te scholen.  

Mercantec

Mercantec is een VET-school en biedt een breed aanbod van VET-opleidingsprogramma’s aan binnen ‘upper secondary education’.  De studenten zijn er minstens 16 jaar oud en hebben voldaan aan de leerplicht. Inhoudelijk ligt de focus er op bedrijfskunde en technologie (business high school & technical high school).  De school voorziet ook korte cursussen voor volwassenen (CVET). De flexibele leerpaden zorgen ervoor dat de studenten zich steeds verder kunnen scholen (cfr. het principe van ‘no dead ends’).  

De directie runt de school als een echt bedrijf.  Voor elke leerling krijgt de school een financiering van de overheid. Als leerlingen slagen krijgt de school een bonus, als ze niet slagen verliest de school de financiering. Daarnaast verwerft de school extra financiering van grote ondernemingen en organisaties (vb. banken). 

Wat zijn de principes van het onderwijssysteem in Denemarken?

  • Onderwijs voor iedereen.
  • Flexible leerpaden (no dead ends) waarbij studenten zich steeds verder kunnen scholen.
  • Levenslang Leren. Iedereen kan opleiding volgen, ongeacht de leeftijd.  Er is een uitgebreid opleidingsaanbod voor volwassenen. 
  • Kwaliteit is belangrijk en wordt vaak gemeten. Er is benchmarking tov. andere scholen. Scholen kunnen zich onderscheiden o.b.v. kwaliteit en trekken dan meer leerlingen aan.   
  • Financiering vanuit de overheid.  
  • Er is actieve deelname vanuit de arbeidsmarkt.  

Deze principes worden binnen Mercantec als volgt vertaald: 

  1. Een uniek pedagogisch model met focus op 2 groepen. De school richt zich zowel tot leerlingen die ondersteuning nodig hebben als tot leerlingen met veel talenten. Voor leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben, biedt de school veel zorg aan. Zo heeft de school bijvoorbeeld twee ‘grootouders’ in dienst.  Zij bieden de leerlingen een luisterend oor, kunnen uitstappen met ze doen,…  De ‘grootouder-aanpak’ is zeer succesvol en zorgt voor minder uitval. Leerlingen met talenten worden ‘vooruit’ geduwd.  Er wordt veel van hen verwacht.  Er worden middelen voorzien voor programma’s die ervoor moeten zorgen dat studenten beter worden dan het gemiddelde. 
  2. Een sterk partnerschap tussen onderwijs en bedrijfswereld. 
  3. Een sterk kwaliteitssysteem. De school wil competitief zijn op het vlak van kwaliteit en wil op die manier veel leerlingen aantrekken van over het hele land. De school organiseert o.a. focusgroepen met studenten om te weten te komen wat er in hen omgaat, of ze voldoende uitgedaagd worden, etc.
  4. Een strategische benadering.  Alle werknemers kunnen aangeven welke problemen er zijn en welke oplossingen ze zien. Deze bevraging wordt georganiseerd in focusgroepen van 20 personen. Het gaat om een open evaluatie, die vervolgens naar de Raad van Bestuur van Mercantec gaat en impact heeft op het budget voor het komende jaar. 
  5. Een praktische benadering van theoretische kennis.
  6. Een internationale aanpak.  De school heeft veel internationale programma’s, o.a. internationale apprenticeships 

We gingen vervolgens in op het duaal leren bij Mercantec. Er is een goede samenwerking en vertrouwen tussen de school en de bedrijven. De school heeft ‘consultants’ in dienst die de bedrijven bezoeken en die moeten kijken of de bedrijven in staat zijn om bepaalde doelen aan te leren aan studenten. Soms kan een bedrijf niet alle leerdoelen aanleren omdat ze te gespecialiseerd zijn. Er kan dan afgewisseld/geroteerd worden tussen bedrijven.   

In Mercantec worden er ook 18 EUX-opleidingen aangeboden. Dit is naar eigen zeggen het ‘onderwijs van de toekomst’ en de leerlingenaantallen binnen deze opleidingen groeien heel snel. In de EUX-opleidingen wordt een beroepsopleiding op de werkplek gecombineerd met algemene vorming. Voor de leerlingen die deze opleidingen volgen liggen alle opties open.  Als ze afgestudeerd zijn kunnen ze gaan werken of verder studeren (hoger onderwijs of universiteit). Dit type opleidingen werd gecreëerd op vraag van de bedrijven. Bedrijven vragen bijvoorbeeld skilled ingenieurs, die zowel het beroep kennen als een academische opleiding gevolgd hebben. Maar ook in de business opleidingen (vb. Bedrijfskunde) begint EUX op te komen. De directe meerwaarde is daar minder goed zichtbaar dan voor de meer technische beroepen. Maar de school ervaart dat men in EUX-opleidingen sterkere studenten krijgt dan in de traditionele academische opleidingen.

De studenten ontvangen allemaal een vergoeding. Deze stijgt gedurende het duale traject.  Ze starten met een toelage door de overheid (200-520 euro) in de basisopleiding. Op het moment dat ze een overeenkomst kunnen afsluiten met een werkplek, worden ze betaald door het bedrijf. De vergoeding kan variëren van 1100 tot 2300€ naarmate het traject vordert.

De duale opleidingen werken met blokstages: periodes van lessen op school worden afgewisseld met periodes in het bedrijf. In de traditionele VET-opleidingen (EUD) vindt ongeveer 75% van het leren in het bedrijf plaats en 25% op school. De blokken in het bedrijf duren daar langer dan de blokken op school. In de EUX-opleiding is het ongeveer 50 % in het bedrijf en 50% op school. De blokken in het bedrijf duren even lang als de blokken op school. Het is steeds duidelijk voor de bedrijven en de scholen welke doelen de studenten in een bepaalde periode/blok moeten bereiken. Er is een officieel curriculum, dat wordt opgemaakt door de sectorcommissies. Dit bestaat uit heldere doelen voor het bedrijf en voor de school met een onderverdeling in periodes en blokken. Daarnaast speelt de leerling zelf ook een belangrijk rol in de opvolging van zijn traject.   

De rol van leerkrachten wordt ook anders opgevat in duale opleidingen. Kennis wordt minder klassikaal ‘overgedragen’. Leerkrachten worden gezien als kennismanagers. Ze vertrekken van de kennis en werkplekervaring die aanwezig is bij de studenten en bespreken dit verder in de klas. Leerkrachten kunnen zelf kiezen welke onderwijsvorm het meest gepast is om iets over te brengen. Interactieve werkvormen en groepswerk worden steeds belangrijker. Op die manier kan je als ‘kennismanager’ de kennis die de studenten reeds hebben verworven, steeds verder laten toenemen.    

Mentoren kunnen een opleiding krijgen, maar dit is niet verplicht.  De school organiseert zelf coachingsessies voor de mentoren, gericht op KMO’s.   

Wat is de meerwaarde voor bedrijven? Ze zien in de VET-opleidingen een potentieel aan nieuwe werknemers, hoewel dit nooit een garantie is.  Studenten kunnen, nadat ze geslaagd zijn, ook verder studeren. Sommige studenten gaan later aan de slag in het bedrijf, nadat ze afgestudeerd zijn aan de universiteit. Ongeveer 55% van de EUX-studenten studeert verder, 45% blijft in het bedrijf. 

Er zijn ook opleidingen voor volwassenen bij Mercantec (met eindproef en certificaat).  Ongeveer 10-15% van de studenten zijn volwassenen. Dit zijn zowel werknemers als werkzoekenden. Volwassenen krijgen ook een financiële toelage. 

Grundfos

Grundfos is een ontwikkelaar van pompen en een wereldwijde speler op dat vlak. Het bedrijf is erg begaan met duaal leren en sinds lang aanbieder van werkplekken. Grundfos investeert in duaal leren vanuit drie redenen:  

  • Rekrutering. Het is zeer moeilijk om ‘skilled workers’ te vinden op de arbeidsmarkt
  • Research & Development. Er is een toenemend aantal ingenieurs die afstuderen zonder hands-on ervaring 
  • Maatschappelijke/sociale verantwoordelijkheid 

Grundfos wil de studenten een uitstekende opleiding geven. In ruil vragen ze hoge standaarden. Ze willen gezien worden als kwaliteitsbedrijf. De resultaten van een onderzoek geven aan dat de studenten na hun opleiding bij Grundfos goede kansen hebben: meer dan 50% van de lerenden wordt nadien aangeworven bij Grundfos en meer dan 30% stroomt door naar het hoger onderwijs.

Studenten worden geworven via een nationale vacaturewebsite voor duale opleidingen. Mentoren worden binnen Grundfos geselecteerd op basis van persoonlijke voorkeur. De mentor moet dezelfde opleiding gevolgd hebben dan de student. Er zijn binnen Grundfos ook mentoren die halftijds leerkracht zijn. Dat model van de duale docent ziet men echt als een meerwaarde. 

Studenten ontvangen een leervergoeding, die kan variëren naargelang de duur van de opleiding en de leeftijd van de leerling. In vergelijking met werknemers is dit loon uiteraard lager, maar het is wel voldoende om te kunnen voorzien in hun onderhoud. Ook tijdens de schoolperiodes worden de studenten doorbetaald. Het bedrijf wordt hiervoor gecompenseerd vanuit een fonds. 

We kregen tijdens ons bezoek bij Grundfos de kans om met twee duaal lerenden te praten. 

  • Hoe is jullie opleiding georganiseerd?
“De periode op Grundfos wordt afgewisseld met schoolperioden van telkens 10 weken. De laatste periode kan je zien als een voorbereiding op het finale examen. Elke schoolperiode focust op iets anders (vb. analoge electronica). Beide perioden vind ik even interessant. Op school is het ook niet enkel 8u theorie, er is daar veel praktijk. Theorie wordt echt uitgetest in de praktijk.“
  • Zijn jullie met veel lerenden binnen Grundfos?
“Hier in Grundfos zijn er meerdere studenten die hetzelfde traject volgen en dat is wel leuk. Er zijn zo’n 150 trainees aan de slag binnen Grundfos. In het begin zijn we geen meerwaarde voor het bedrijf en is het echt een investering. De laatste jaren wel.”
  • Kan je iets meer vertellen over de duale leerkrachten?
“Dat is een mentor die maar halftijds in het bedrijf is; het andere deel werkt hij als leraar in de VET-school. Grundfos betaalt de mentor maar detacheert die aan de school voor de helft. Zo verzekeren ze de instroom van goede leerlingen, maar men ziet het ook gewoon als een sociale verantwoordelijkheid om mensen op te leiden en te investeren in opleiding.” 
  • Hoe gebeurde de intake?
“Dat was een gesprekje van een half uur. Mijn opleiding duurt 4 jaar en 2 maanden. Er zijn 5 schoolperiodes. Eentje vooraf. Daarna ongeveer 1 schoolperiode per jaar. Normaal moet je zelf een werkplek vinden maar in dit geval werd ik de plek aangeboden door de leraar. “ 
  • Hebben jullie veel vakantie?
“We hebben minder verlof dan leerlingen die voltijds onderwijs volgen. We hebben ongeveer 6 weken verlof. Daarnaast zijn er ook nog de gewone feestdagen. De leerlingen worden gewoon ingeschakeld in het regulier departement binnen Grundfos. We worden ook betaald. Niet zoveel als gewone werknemers, maar wel voldoende. Grundfos is een leuk bedrijf om voor te werken. Het is interessant, er is weinig repetitief werk.”
  • Waarom koos je voor dit type opleiding?
“Ik werkte reeds maar dat was een oninteressante en niet gevarieerdere job. Plots hoorde ik over dit soort opleiding. Dat interesseerde me, want het is niet zo bekend in Denemarken. Men kent vooral de typische VET-opleidingen zoals de bouw, maar dit soort technische richtingen zijn hier minder gekend. Toen schreef ik me in en werd ik hier aangeworven. Ik doe het vooral omdat ik na afstuderen meer zal kunnen verdienen en betere jobs zal kunnen doen (minder saai en repetitief). Het geeft mij betere opties voor de toekomst. Ik zal nadien ook nog vervolgopleidingen kunnen doen.”
  • Zijn beroepsopleidingen populair in Denemarken?
"In Denemarken waren de mensen een paar jaar geleden erg gefocust op een diploma. Het beroepsonderwijs was toen vooral bedoeld voor mensen onderaan de waterval. De laatste jaren heeft de overheid diverse hervormingen doorgevoerd, en nu is dat aan het veranderen. In het basisprogramma kan je verschillende VET-opleidingen uitproberen. De scholen helpen de leerlingen echt proeven van de verschillende richtingen. Dat heeft geholpen. Mensen die al werken kunnen ook in deze richtingen instappen. Zij kunnen het basisprogramma overslaan en meteen naar het gedeelte werkplekleren gaan. Levenslang leren is echt ingebed in Denemarken. Je ziet hier leerlingen van alle leeftijden. Mijn collega is 55 jaar is en die volgt dezelfde opleiding als mij."   

3.3. Conclusies

De sterktes van het Deense systeem van duaal leren

Hieronder vatten we de belangrijkste kenmerken van het Deense systeem samen. 

  • Het beroepsonderwijs en het duaal leren in Denemarken worden sterk aangestuurd door de sociale partners. Op die manier worden het bedrijfsleven en de arbeidsmarkt nauw betrokken. Zo zijn de sectoren verantwoordelijk voor het maken van nieuwe opleidingen en het updaten van bestaande opleidingen, en ook voor de attestering. 
  • Duaal leren is duidelijk een gedeelde verantwoordelijkheid en er is veel onderling vertrouwen. Er is vertrouwen vanuit de overheid in de bedrijven en scholen om de trajecten lokaal vorm te geven. Ze krijgen veel autonomie om de trajecten vorm te geven. Ook tussen de bedrijven en de scholen onderling is er veel vertrouwen. Ze hanteren een pragmatische aanpak bij de vormgeving van de trajecten 
  • Het onderwijssysteem in Denemarken is flexibel en staat open voor iedereen. De leerwegen zijn flexibel, met trajecten die variabel zijn qua duur en inhoud, op maat van het individu. Er zijn ‘no dead ends’: op elk moment kan een individu stoppen of een opleiding hernemen. Het zalmprincipe is van toepassing. Naast een systeem voor jongeren, is er een parallel systeem voor volwassenen, dat op dezelfde manier aangestuurd wordt. Dit stimuleert het levenslang leren. Leren is in Denemarken dus evident op alle leeftijden. Bovendien zijn de duale trajecten en opleidingen bezoldigd, wat werkende mensen (volwassenen) stimuleert om permanent te blijven leren. 
  • Duaal leren en beroepsonderwijs hebben in Denemarken de laatste jaren een beter imago gekregen, o.a. door de hervormingen. Omdat alle beroepsopleidingen duaal ingericht worden, is er minder negatieve perceptie over deze leerweg. De nieuwe EUX-opleiding, waarbij duaal leren en sterke algemene vorming gecombineerd worden, heeft zeker bijgedragen tot dit verbeterde imago.    
  • Wat ook het imago van het leren heeft bevorderd, is de sterke investering van de Deense overheid inzake digitalisering in onderwijs. Zo heeft de minister van Onderwijs een eigen agentschap voor IT en leren. Ook werden er diverse technologische centra opgericht om het bewustzijn bij leerlingen en scholen rond technologie en digitalisering te verhogen.
  • Scholen worden gerund als professionele instellingen. Er is aandacht voor kwaliteit, excelleren en benchmarken. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de lerende, die zijn eigen leertraject moet sturen. De leerlingen zijn hierdoor matuur. Aan de andere kant is er ook veel aandacht voor begeleiding en zorg van de leerlingen. Leerkrachten fungeren echt als coach. Het model van de duale leerkracht is er ingeburgerd.
  • De manier waarop het duaal leren vormgegeven wordt verschilt enigszins van de Vlaamse situatie. Zo wordt er gewerkt met blokstages, waarbij een leerling een langere periode ononderbroken op de werkplek blijft, gevolgd door een langere periode op school. Dit wordt continu afgewisseld. Ook starten de leerlingen met een brede brede basiscursus aan het begin van de opleiding van 20 weken. Hier worden leerlingen georiënteerd in functie van een juiste studiekeuze.  Pas erna maken ze een studiekeuze en kiezen ze een passende werkplek.
  • De doorlooptijd voor het maken van opleidingen is hoog. Nieuwe opleidingen kunnen op pakweg zes maanden ontwikkeld worden. Dit wordt sterk aangestuurd vanuit de arbeidsmarkt (sociale partners, sectorcommissies).

Wat kunnen we leren voor Vlaanderen?

We identificeren hieronder enkele leerpunten voor Vlaanderen waar het beleid op zou kunnen inzetten.

  1. We maken werk van een flexibel onderwijsaanbod gericht op alle lerenden: zowel jongeren, studenten, werkenden, werkzoekenden als ondernemers zouden toegang moeten krijgen tot een passend opleidingsaanbod. Dit stimuleert levenslang leren.
  2. We blijven inzetten op duaal leren als sterk merk, dat een positieve en eerste keuze is van jongeren en ouders. We doen dit door duaal leren meer ingang te laten vinden in richtingen met dubbele finaliteit, door het te verbreden naar het hoger onderwijs en door het te verbinden met technologie en digitalisering. Daarnaast moet er ook permanente aandacht zijn voor kwaliteit binnen duaal leren.
  3. We zien duaal leren als een gedeelde verantwoordelijkheid van onderwijs en werk. Enkel als de handen in elkaar geslagen worden, kan duaal leren tot een succes uitgroeien. Er moet zowel aandacht zijn voor de noden van de arbeidsmarkt als voor de eigenheid van onderwijs. De sociale partners worden nauw betrokken bij de keuze voor nieuwe opleidingen.
  4. We denken na over goede incentives om duaal leren aantrekkelijk te maken. De studieopdracht rond de financiering van duaal leren die recent werd uitgeschreven door SYNTRA Vlaanderen kan hier al de eerste bouwstenen voor vormen.

4. Overzicht van de bezochte organisaties

National Agency for Education and Quality

Valt onder de minister van Onderwijs. Bevoegd voor algemene kaders inzake VET en duaal leren.

Presentatie

- national_agency_for_education_and_quality.pdf
0.10 MB

National Agency for IT and Learning

Valt onder de minister van Onderwijs, geeft richting inzake digitalisering in onderwijs en data analyseren om leren te bevorderen.

Presentatie

- national_agency_for_it_and_learning.pdf
0.51 MB

Ministery of Higher Education and Science

Valt onder de minister voor Hoger Onderwijs en Wetenschap. Bevoegd voor de bevordering van innovatie en onderzoek binnen onderwijs.

Presentatie

- ministery_of_higher_education_and_science.pdf
0.22 MB

The Educational Secretariat for Industry

Organisatie die de verschillende sectorcommissies ondersteunt bij hun taak, namelijk de inhoud, doelstellingen, duur en structuur bepalen van de verschillende curricula.

Presentatie

- the_educational_secretariat_for_industry.pdf
2.02 MB

EdTech Denmark

Non-profitorganisatie om samenwerking te bevorderen inzake leertechnologie in Denemarken. De leden zijn bedrijven, onderzoekers, analisten en onderwijsinstellingen die actief zijn op het gebied van leertechnologie in Denemarken.

Presentatie

- edtech_denmark_.pdf
0.22 MB

VIA University College

VIA University College, Campus Aarhus is een hogeronderwijsinstelling (+20.000 studenten) met opleidingen op diploma, academy profession en masterniveau. 

Presentatie

- via_university_college_.pdf
0.92 MB

Learnmark Tech Knowledge Center

Dit is één van 9 nieuw opgerichte Knowledge Centers met als doel 1) lerenden in VET-opleidingen ondersteunen bij technologische ontwikkelingen en 2) VET-aanbieders ondersteunen inzake digitalisering van het onderwijs en via het ontwikkelen en uittesten van nieuwe opleidingsmethoden.

Presentatie

- learnmark_tech.pdf
2.52 MB

Mercantec

Aanbieder van programma’s op niveau upper secondary education en VET.

Presentatie

- mercantec.pdf
0.99 MB

Grundfos

Bedrijf dat betrokken is bij duaal leren in Denemarken. Grundfos is een wereldwijde leider in geavanceerde pompoplossingen en een trendsetter in watertechnologie.

Presentatie

- grundfos.pdf
2.94 MB

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!