Alternerend leren in het Mechelse Busleyden Atheneum (campus Nekkerspoel): het coronavirus als uitdaging

De coronacrisis zorgde voor een atypisch schooljaar. Hoe ging en gaat alternerend leren eraan toe tijdens de coronacrisis? Hoe ervaren leerlingen en schoolpersoneel de voorbije periode?

Sabine Craenen, Dirk Buelens en Vanessa Ramael (vlnr)

We legden ons oor te luisteren bij enkele medewerkers van het Mechelse Busleyden Atheneum (Campus Nekkerspoel): Dirk Buelens (coördinator), Sabine Craenen (tewerkstellingsverantwoordelijke verzorging, kantoor en verkoop) en Vanessa Ramael (tewerkstellingsverantwoordelijke horeca en haartooi). En we leerden van hen dat het coronavirus een uitdaging vormt. Een uitdaging die onvermijdelijk onzekerheid en spanning teweegbrengt, maar ook tot groei leidt. We laten Dirk, Sabine en Vanessa graag aan het woord.

Het Busleyden Atheneum in Mechelen telt acht campussen. Op campus Nekkerspoel ligt de focus op alternerend leren. In totaal 171 leerlingen volgen er opleidingen binnen duaal leren en leren en werken. De campus biedt zes duale opleidingen aan: ruwbouw, haarverzorging en logistiek in de derde graad (BSO) en kok, kapper-stylist en zorgkundige in het zevende jaar (BSO).1 Er zijn 22 opleidingen binnen het stelsel leren en werken: in de domeinen horeca (bv. kelner), bouw (bv. voeger), schoonheid (bv. kapper), gezondheid en verzorging (bv. verzorgende), administratie (administratief medewerker), groot- en kleinhandel (bv. verkoper) en transport en logistiek (magazijnmedewerker). De opleidingen die de meeste leerlingen tellen, situeren zich binnen de domeinen horeca en schoonheid en verzorging.

De coronacrisis doorbrak de gewoonlijke gang van zaken op de Mechelse campus, net als bij vele andere opleidingsverstrekkers. Op 13 maart 2020 kregen de meeste leerlingen alternerend leren van campus Nekkerspoel te horen dat hun overeenkomst geschorst werd of niet opgestart zou worden. Voor velen is dat nog steeds het geval: de overeenkomst blijft geschorst of de opstart wordt doorgeschoven naar volgend schooljaar. Er zijn wel wat uitzonderingen. Leerlingen verzorging mochten en konden tot nu toe ononderbroken aan de gang blijven. Ook enkele leerlingen binnen bouw, onderhoud en horeca van wie de werkplek een zorginstelling is, konden hun overeenkomst verderzetten. Leerlingen in de opleiding kantoor mochten nog tot eind maart hun overeenkomst verderzetten en moesten vervolgens stoppen. Intussen zijn ze terug van start kunnen gaan.

  • 1. We interviewden eerder trouwens ook twee van hun leerlingen zorgkundige duaal. Zie https://odin.syntravlaanderen.be/expert-aan-het-woord/duaal-leren-tijdens-de-coronacrisis-drie-leerlingen-zorgkundige-duaal-getuigen

In volle coronacrisis mocht slechts een klein deel van de leerlingen naar de werkplek blijven gaan, terwijl bij vele anderen de overeenkomst geschorst of niet opgestart werd. Hoe heeft die kleine groep de voorbije periode ervaren?

DIRK BUELENS: “Leerlingen van wie de overeenkomst doorliep, zagen er vooral de voordelen van in. Ze waren ook helemaal niet jaloers op die leerlingen die “niets moesten doen”. En veel leerlingen zijn nu nog trotser op wat ze doen op hun werkplek!”.

VANESSA RAMAEL: “Inderdaad, de leerlingen die verder naar de werkplek konden, zijn fier op hun doorzettingsvermogen. Ik denk dat ze de dankbaarheid voor hun inzet niet verwacht hadden. Ik gaf en geef zelf prioriteit aan hun welbevinden. Het opleidingsplan is voor mij wat minder centraal komen te staan. Ze hebben nu zoveel andere skills ontdekt. Dat compenseert.”

SABINE CRAENEN: “Ik denk dat mijn leerlingen sterker en positiever uit heel deze periode gaan komen. Vooral zij die verder aan de slag gebleven zijn. Ik hoop dat ze zelf mogen beseffen dat ze meer aankunnen dan wat ze zelf soms denken. Dat het vertrouwen dat zij deze periode kregen op de werkvloer, hen kracht mag geven om te groeien in hun persoon en hun kunnen.”

En de leerlingen dan die wel moesten stoppen? Hoe reageerden zij?

VANESSA RAMAEL: “Sommige leerlingen die moesten stoppen, vielen een beetje in een zwart gat. Ze misten school en hun werkplek. Een aantal leerlingen was creatief en vulde deze periode zinvol in, bijvoorbeeld door als jobstudent in een winkel aan de slag te gaan. Ook bij de leerlingen die moesten stoppen, besteed ik vooral aandacht aan hun welbevinden. Gelukkig hebben we een netwerk van partners rond de jongeren die samen een oogje in het zeil houden. De leerlingen die intussen weer gestart zijn, worden actief betrokken bij de heropstart, door de ondernemingen. De werkplekken ‘zorgen’ echt voor hun leerlingen. Ze geven hun bijvoorbeeld een vaste plaats: leerlingen hulpkelner blijven achter de bar, en leerlingen haartooi aan de wastafel, zodat ze minder moeten circuleren.

SABINE CRAENEN: “Er zijn ook leerlingen binnen het stelsel van leren en werken die een tijdelijke werkloosheidsuitkering ontvangen. En die is laag, zeker als je daarmee moet rondkomen. Van de enkele leerlingen die intussen terug van start zijn gegaan, weet ik dat het “mogen werken” en zich nuttig voelen hen een heel goed gevoel geeft. Voor sommigen was het een heel drukke heropstart, en voor anderen wat rustiger. Voor de leerlingen in de verkoop was het allemaal wat onwennig, zoveel regels om zich aan te houden. Maar uiteindelijk was iedereen gewoon blij om terug naar de werkplek te mogen.”

Sinds kort komen jullie leerlingen uit alternerende opleidingen weer af en toe naar school voor klassikale lessen, maar verder was afstandsonderwijs de voorbije weken de norm. Hoe maakten jullie de omslag naar dat afstandsonderwijs?

DIRK BUELENS: “We moesten eerst zoeken naar een manier om alle info, opdrachten, taken en thema’s bij alle leerlingen terecht te laten komen. Daarvoor werkten we nauw samen: leerlingenbegeleiding, trajectbegeleiding en coördinator maakten een lijst op met de contactgegevens van leerlingen en ouders. Informatie werd vooral via sms en sociale media doorgegeven, en dat liep goed. Maar het digitaal doorsturen van lesmateriaal stelde soms problemen. Er werd dus materiaal uitgeprint en klaargelegd op de campus, waar het kon opgehaald worden. Materiaal werd ook aan huis gebracht, of verstuurd per post. We stelden ook laptops ter beschikking. Zo konden we veel leerlingen bereiken.”

En hoe hebben de leerlingen het wegvallen van klassikaal onderwijs ervaren?

VANESSA RAMAEL: “Door het wegvallen van klassikaal onderwijs, zijn veel leerlingen gaan beseffen wat school voor hen betekent. Het is meer dan alleen leren; het is ook een sociaal gebeuren. Ze zeggen het vaak niet expliciet, maar tussen de regels door lees ik dat sommige leerlingen nu ook inzien dat de school een veilige haven kan zijn. Op school vinden ze bijvoorbeeld een luisterend oor. Naar mijn mening is fysiek samenzitten onvervangbaar op dat vlak: ik merk dat de sommigen van op afstand niet in hun kaarten laten kijken en sociaal wenselijk antwoorden.”

DIRK BUELENS: “Ik heb eveneens de indruk dat de jongeren die voor de coronacrisis niet zo graag naar school kwamen, nu toch de positieve kanten van schoolgaan inzien. Heel veel leerlingen hebben nu ook vastgesteld wat de taak van leerkrachten echt is, en welke steun ze ook van leerkrachten en andere collega’s van het centrum krijgen.”

Enkele leerlingen waren van plan om op uitwisseling te gaan, met Erasmus Duaal (kortweg: ErasDu). Hoe is het met hun plannen gelopen?

VANESSA RAMAEL: “Toen we hoorden dat ErasDu niet zou doorgaan, was er eerst ongeloof. We dachten dat een aantal groepen toch zouden kunnen vetrekken. Geleidelijk aan kwam het besef dat niemand kon vertrekken. Al bij al hebben de leerlingen het nieuws goed verteerd. Zij die voor ErasDu kiezen, zijn allen erg enthousiast over het project. Er zijn er zelfs die voor de tweede maal wilden gaan. Maar voorlopig is dat dus niet mogelijk. De meeste leerlingen zien het zitten om in het najaar hun ErasDu aan te vatten. Maar we weten natuurlijk nog niet of dat gaat kunnen en mogen. Hopelijk normaliseert alles en kunnen ze toch zo een verrijkende ervaring meemaken. Het zou jammer zijn, moesten ze niet kunnen vertrekken. De eigen grenzen leren kennen en leren verleggen, dat is toch wat ze van ErasDu opsteken.”

SABINE CRAENEN: “Inderdaad. Internationale ervaring mogen opdoen, de wereld zien en in contact komen met andere mensen, andere culturen. Het is jammer dat ze dat niet kunnen meemaken. En zij die geselecteerd zijn voor ErasDu, zijn daar zo fier op. Het is voor hen een hele eer om op ErasDu te mogen gaan, om in het buitenland ‘te gaan werken’ en dan die ervaring met hun medeleerlingen te mogen delen. Dat is een kans die ze nu missen door corona.”

Waar was voor jullie school de grootste uitdaging, de voorbije weken?

DIRK BUELENS: “Zeer creatief zijn in communiceren naar collega’s, was echt nodig. Duidelijk maken dat we allemaal onze “ik” wat opzij moesten zetten, en enkel en alleen aan “het team” denken, was en is de enige manier om samen deze moeilijke periode door te komen. En dat enkel en alleen in het belang van onze leerlingen. Extreem veel communicatie was echt wel nodig om alles aan te sturen en op te volgen. In de beginperiode kregen we bijvoorbeeld dagelijks 300 tot 400 e-mails te verwerken, wat we niet gewoon zijn. Dat is heel veel voor een campus met 171 leerlingen. Er waren ook heel veel telefonische contacten en overlegmomenten online.  Na een drietal weken werd dat gelukkig wel heel wat minder.”

SABINE CRAENEN: “Ja, dat klopt. In het begin van de coronaperiode kregen we veel informatie te verwerken en veranderde alles heel snel. We moesten ons best doen om bij te blijven. Wat ik uit deze periode vooral geleerd heb, is dat iedereen best wel flexibeler is dan hij of zij soms zelf wil toegeven. Met een minimum aan goede wil en een open mind kunnen we ons aanpassen aan nieuwe situaties. Durven loslaten en geloven dat het goed komt, op welke manier ook. En vooruit durven kijken.”

VANESSA RAMAEL: “Door die intense periode de voorbije weken heb ik wel duidelijk mogen ervaren dat we een echt team zijn, dat samen op zoek gaat naar oplossingen.”

Sabine en Vanessa, waar situeerden zich de grootste aanpassingen voor jullie, als tewerkstellingsverantwoordelijken betrokken bij alternerende opleidingen?

SABINE CRAENEN: “De grootste aanpassing voor mij is dat ik plots van thuis uit de jongeren ging begeleiden. Ik kon mijn jongeren niet meer zien. Alle communicatie kon nog enkel en alleen per telefoon en e-mail, zowel met de werkgever als met de jongere. Ondanks het feit dat de fysieke afstand groter geworden is met de jongeren, heb ik wel het gevoel dat we nu veel dichter bij elkaar staan. Vooral met de leerlingen van verzorging – die op de werkplek bleven - is dat zo. Ik vond het enorm belangrijk dat ze zouden voelen dat ik er nog altijd was om hen de nodige steun te bieden en niet aan hun lot overliet. Ik probeerde hen elke week allemaal te bellen om te horen hoe het met hen ging, op de werkplek, maar ook thuis. Ik wou horen of ze met vragen of bezorgdheden zaten. Ook de werkgevers en mentoren heb ik meer dan gewoonlijk gebeld om te horen hoe het op de werkvloer verliep met de jongere, al was het niet altijd makkelijk om hen aan de lijn te krijgen omdat ze het bijzonder druk hadden.”

VANESSA RAMAEL: “Thuiswerken was voor mij ook een nieuw gegeven. Ik heb vooral via WhatsApp met mijn leerlingen gecommuniceerd. Dat werkt heel goed. Mijn rol blijft dezelfde maar de manier waarop ik die invul, is veranderd. De wijziging in communicatie is de grootste aanpassing. Je communiceert vanop afstand, maar afstand is geen rem op empathie! We hebben geleerd anders te communiceren. We zien dat dit ook lukt. Digitaal werken kan zelfs rust brengen. Daarnaast ben ik een aantal zaken extra gaan appreciëren. De band met de werkplekken is de voorbije weken bijvoorbeeld nog waardevoller geworden.”

Never waste a good crisis, dat hoorden we de voorbije weken wel vaker. Op welke manier gaan jullie die raad ter harte nemen?

DIRK BUELENS: “We hebben vastgesteld dat er in de toekomst echt werk gemaakt moet worden van de invoering en uitwerking van bepaalde digitale leerplatformen, op maat van onze leerlingen. We kunnen bijvoorbeeld filmpjes en demo’s maken, die dan digitaal kunnen verspreid worden. En we moeten nog meer ondersteuning bieden aan leerlingen die minder kansen krijgen op het vlak van ICT. Voor bepaalde leerlingen kan afstandsonderwijs, of thuisonderwijs, ook een volwaardige optie zijn. We doen al zeer veel wat betreft informatieverzameling en -verspreiding, maar niet altijd gecentraliseerd. Dus op dat vlak gaan we ook lessen trekken. Tot slot hoop ik dat we in de toekomst meer kunnen stilstaan bij de zaken die “echt” belangrijk zijn in het leven en onze maatschappij, en dat het ganse team dat meeneemt.”

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen

Recente blogberichten