Interview met Frank Baert (Vlaams Partnerschap Duaal Leren): dé grote uitdaging voor duaal leren is de instroom van leerlingen

Een historisch moment, want de nieuwe en innovatieve onderwijsvorm duaal leren is - onder impuls van de Vlaamse regering - officieel van start gegaan op 2 september 2019. Na drie jaar proeftuinen. Zo wordt de formule van opgeleid worden door een onderneming én door een opleidingsverstrekker ingevoerd. In een concept waar leren op de werkplek en leren op school gecombineerd worden, biedt duaal leren volwaardige en gelijkwaardige opleidingen aan. Vickie Dekocker, Secretaris van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, interviewt prof. dr. Frank Baert, voorzitter van het Vlaams Partnerschap.

Hoe is de start van duaal leren verlopen?

BAERT: “Vanaf september 2019 bieden 186 scholen in het secundair onderwijs 79 duale studierichtingen aan. Die studierichtingen worden door verschillende scholen aangeboden, wat maakt dat er in totaal meer dan 800 duale richtingen zijn. Dat is een verdubbeling van het aanbod ten opzichte van de proeftuinen in het voorbije schooljaar (met 155 scholen die 42 studierichtingen in totaal 417 keer aanboden). Het is cruciaal dat vele lerenden hun weg vinden naar die combinatie van leren op school en leren op de werkplek, en dus kiezen voor duaal leren. Op 1 oktober 2019 registreerden zich 1726 leerlingen voor een duaal traject, voor het schooljaar 2019-2020. Dat betekent dat de voorbije jaren - sinds de start van de proeftuinen in 2016 - meer dan 3000 duale leerlingen zich inschreven in Vlaanderen. Op 1 oktober 2019 waren maar liefst 2.933 bedrijven met 3.496 vestigingen erkend om een leerling duaal leren op te leiden. Binnen die bedrijven staan er 4.758 mentoren klaar.

Frank Baert

In duaal leren bundelen onderwijs en werk hun krachten en zorgen ze voor een gecoördineerde aanpak. Die moet ertoe leiden dat leerlingen, studenten, leerkrachten, docenten, opleidingsverstrekkers, ondernemingen, mentoren en onderwijsinstellingen goed weten waar ze terecht kunnen voor het juiste antwoord op hun vragen over duaal leren. In het Vlaams Partnerschap Duaal Leren zitten werkgevers, werknemersvertegenwoordigers en onderwijskoepels samen om het hele proces van nabij op te volgen, knelpunten te detecteren en er structurele oplossingen voor te ontwikkelen. In dat proces zit ook een belangrijk luik van kwaliteitsopvolging. Op deze weg van samenwerking moeten we nu onverminderd verdergaan in het belang van al wie bij duaal leren betrokken is: samenwerking niet enkel tussen beleidsmakers van verschillende beleidsdomeinen, maar ook tussen scholen en bedrijven, en sectoren en opleidingsverstrekkers.”

Wat zijn de grootste uitdagingen?

BAERT: “Het komt erop aan duaal leren aantrekkelijk, kwaliteitsvol en performant verder uit te bouwen. Die kans krijgen we maar één keer. Een eerste grote hefboom hiertoe is het aantal jongeren dat ingeschreven is in duaal leren. We moeten ouders laten zien dat duaal leren een evenwaardige leerweg is die leidt tot dezelfde kwalificaties als niet-duale leerwegen. Dat kan op verschillende manieren. Vooreerst zullen nu de eerste jongeren doorstromen uit duale TSO richtingen naar hogescholen. Om de doorstroom verder te ondersteunen, heeft de Vlaamse regering beslist om vanaf 2 september 2019 verschillende pilootprojecten van duaal leren te starten in het hoger- en volwassenenonderwijs. Er werden dertien projecten voor duaal leren in het hoger- en volwassenenonderwijs goedgekeurd door het Europees Sociaal Fonds om een beter inzicht te krijgen in de mogelijkheden, randvoorwaarden en modaliteiten van duaal leren in die opleidingsniveaus. In totaal zijn er tien verschillende hogescholen betrokken, twee universiteiten en meer dan tien verschillende centra voor volwassenenonderwijs in diverse regio’s. Er worden proeftuinen opgestart in minstens veertig verschillende richtingen. Een tweede belangrijke hefboom is de duidelijke omschrijving van duaal leren en de positionering van duaal leren in het opleidingslandschap. Voor veel ouders en ondernemingen is het nog niet duidelijk waar de leerweg zich positioneert en voor welke doelgroep de leerweg is bestemd. Via gerichte communicatie naar verschillende doelgroepen maar met eenzelfde boodschap, zou duaal leren beter moeten gekend worden.”

Wat zijn de volgende stappen?

BAERT: “Binnen het Vlaams Partnerschap gaan we nu volop de implementatie van duaal leren opvolgen en kijken welke oplossingen geboden kunnen worden voor operationele knelpunten waarmee scholen en bedrijven geconfronteerd worden. Het is uiteraard de bedoeling om de ambassadeurs van duaal leren verder zo veel mogelijk te ondersteunen en hen verder te helpen in het vormgeven van duale trajecten. Daarnaast wordt ook een blik naar de toekomst gericht waarbij we met alle partners kijken naar mogelijke next steps. Er komt ook een studie over de financieringsaspecten. Op die manier kan het toekomstig beleid rond duaal leren bijgestuurd worden op basis van de vragen van betrokkenen en mogelijke pistes voor de toekomst .

Vlaanderen staat klaar om met duaal leren een onderwijsvernieuwing te introduceren die nodig is en kan hierbij rekenen op verschillende partners. Ondernemingen en opleidingsverstrekkers slaan de handen in elkaar om duale opleidingen vorm te geven.”

Weldra vindt u hier het jaarrapport van het Vlaams Partnerschap voor het schooljaar 2018-2019. 

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen