Interview met Luc Lens (THHI Tessenderlo): Duaal leren in de praktijk: een ‘school’-voorbeeld

Duaal leren zoals het is. Lieve Lembrechts sprak met Luc Lens, coördinator duaal leren van het Technisch Heilig-Hart Instituut in Tessenderlo. Een school die volop voor duaal leren gaat. Die innovatief omspringt met duaal leren ook, bijvoorbeeld door het aanbieden van roterende leerwerkplekken. Hieronder leest u de details.

Duaal leren: een populaire keuze

Luc Lens

Het Technisch Heilig-Hart Instituut van Tessenderlo ging op 1 september 2017 van start met een eerste duale proefopleiding, namelijk elektromechanische technieken. Een schooljaar later volgden nog twee opleidingen. Op dit moment tellen de drie duale opleidingen samen 28 leerlingen: 15 leerlingen chemische procestechnieken (se-n-se), 9 leerlingen elektromechanische technieken (derde graad doorstroming TSO) en 4 leerlingen lassen-constructie (derde graad BSO). Daarmee volgt in deze school grofweg één leerling op vijf een duale opleiding (wanneer we het totaal aantal leerlingen uit de derde graad en se-n-se in rekening nemen). Het succes van de duale opleidingen blijkt ook uit het feit dat de school 6 leerlingen moest weigeren voor de opleiding elektromechanische technieken, omdat er slechts 9 beschikbare plaatsen waren. Vanaf 1 september 2019 wordt het aantal beschikbare plaatsen voor deze opleiding dan ook verdubbeld tot 18. Maar wat maakt duaal leren nu zo aantrekkelijk?

LENS:  “Leerlingen vinden het interessant om te leren buiten de muren van de school. De praktische touch van duaal leren is een grote troef. Op school krijgen leerlingen alleen maar – tussen aanhalingstekens – saaie theorie, en bij duaal leren wordt de theorie gekoppeld aan de praktijk. Zo zien leerlingen ook het nut in van die theorie.

Wat we aanvankelijk niet wisten, en nu wel opmerken, is dat duale leerlingen snel aan maturiteit winnen. Ze zijn veel vlugger volwassen. En dat zien we op een paar maanden tijd gebeuren. In bedrijven komen ze terecht in een ‘volwassen’ omgeving, wat hen dwingt om zich aan te passen. En dat is ook een grote sterkte van duaal leren.”

Een onterecht negatief imago

Los van de door hem ervaren voordelen, ontbreekt het duaal leren nog aan naambekendheid, volgens Luc Lens. Bovendien heeft het nog al te vaak een – onterecht – negatief imago.

LENS:  “Duaal leren wordt dikwijls afgeschilderd als leren dat bedoeld is voor jongeren die schoolmoe zijn. Ik wil benadrukken dat dat op onze school net het tegenovergestelde is. Ik geef het toe: duaal leren kan wel zinvol zijn voor leerlingen die schoolbankmoe zijn, voor leerlingen die op een andere manier willen leren. Maar los daarvan vraagt duaal leren een grotere motivatie van de leerlingen, want ze moeten meer zelfstandig en volwassen zijn. Ze moeten bijvoorbeeld op het bedrijf kunnen geraken. Ze moeten ook uit hun vertrouwde omgeving durven te treden, buiten de veilige muren van de school. Van de 9 laatstejaarsleerlingen elektromechanische technieken duaal gaan er waarschijnlijk 7 verder studeren. En de meeste leerlingen van de se-n-se-richting chemische procestechnieken, die hebben al een arbeidsovereenkomst op zak. Hopelijk wordt het imagoprobleem waarmee duaal leren kampt grotendeels opgelost met de inrichting van duaal leren in het hoger onderwijs.”

De school doet ook zelf haar best om dit negatieve imago weg te werken. Volgens Luc Lens kan een juister beeld van duaal leren gecreëerd worden door de betrokken partijen te informeren.

LENS: “We hebben wel wat tijd gestopt in het informeren van leerlingen, maar ook van hun ouders. We organiseerden in het verleden bijvoorbeeld een infoavond in één van de deelnemende bedrijven. En daar reageerden ouders heel enthousiast op duaal leren: “dat had vroeger ook moeten bestaan”, kreeg ik regelmatig te horen. Ik ga onze duale opleidingen ook af en toe toelichten in bedrijven die willen instappen, en die reageren dan ook enthousiast.”

Roterende leerwerkplekken

Als coördinator plant Luc Lens in wanneer, waar en wat de leerlingen leren. Uniek in het Vlaamse duale landschap is dat de leerlingen elektromechanische technieken niet in één, maar wel in drie verschillende ondernemingen les volgen, en dit in groepjes van drie leerlingen. De keuze om elke leerling in drie ondernemingen te laten leren, is weloverwogen.

LENS: “We richten de opleiding elektromechanische technieken in met drie complementaire bedrijven: Vynova - uit de chemiesector -, waar veiligheid het belangrijkste thema is; Arcomet - de kranenbouwer -, waar eerder het mechanische aspect aan bod komt; en Panasonic, waar de automatisering en het elektrische gedeelte de focus vormen. De bedrijven verdelen de leerstof in onderling overleg. Daar zijn we voor een stuk uniek in, omdat duale leerlingen meestal naar één bedrijf gestuurd worden. Als één bedrijf alle leerinhouden moet aanbieden, dan lijkt ons dat vrij zwaar voor het bedrijf in kwestie. Zeker als het om kleinere bedrijven gaat. Dat horen we ook van bedrijven zelf die als enige instaan voor de opleiding van een leerling. En ze kunnen ook niet in alles even goed zijn. Op die manier wordt duaal leren voor bedrijven ook haalbaarder.”

De leerlingen elektromechanische technieken komen dus in contact met verschillende leerwerkplekken. Maar zelfs als ze op school zijn, is er ruimte voor afwisseling. Zo ruilen ze de schoolbanken regelmatig in voor praktijklokalen, buiten de muren van de school. Een tiental keer per jaar gaan ze naar Limtec (Diepenbeek), waar ze les krijgen in specifieke opleidingslokalen.

Samenwerking tussen de school en ondernemingen

Een systeem met roterende werkplekken vergt vanzelfsprekend een goede samenwerking tussen de ondernemingen. Maar duaal leren vraagt – los van het aantal leerwerkplekken – ook om een goede coördinatie tussen de school en de onderneming. En die coördinatie verloopt niet altijd zonder horten en stoten, al zijn het soms kleine.

LENS: “Het evalueren blijft wel een moeilijk punt. We hebben een competentielijst op basis waarvan we een leerling moeten evalueren. Een deel ervan wordt geëvalueerd op school, een ander deel door onderneming X, nog een deel door onderneming Y … Bedrijven zijn vaak ook niet gewend om te evalueren. Dus daar moeten we nog aan werken.”

Bovendien verloopt de zoektocht naar ondernemingen niet steeds zonder problemen. Omdat ze goed bereikbaar moeten zijn voor de leerlingen, worden alleen ondernemingen die zich in de nabijheid van de school situeren, aangesproken. En dat beperkt natuurlijk het aantal potentiële werkplekken.

LENS: “De bedrijven moeten binnen de 10 kilometer van onze school gelegen zijn of onze leerlingen geraken er niet. In industriezones is het openbaar vervoer meestal niet al te uitgebreid. Ik zou hier graag een oplossing voor zien. Misschien is het zinvol om aan leerlingen elektrische fietsen ter beschikking te stellen, zodat hun actieradius bijvoorbeeld 20 in plaats van 10 kilometer wordt.”

Hierbij aansluitend suggereert dan Luc Lens om duale leerlingen een mobiliteitsbudget toe te kennen, dat de kosten verbonden aan het leren op de werkplek dekt. Naar zijn mening kan zo een budget in de plaats komen van een – niet aan alle duale leerlingen toegekende – leervergoeding.

LENS: “Alleen de leerlingen uit lassen-constructie krijgen op onze school een leervergoeding. Ik heb wat vraagtekens bij die leervergoeding. Ik zou liever een mobiliteitsvergoeding in de plaats zien komen. Verplaatsingen kosten ook geld, en op dit moment krijgen onze duale leerlingen van elektromechanische technieken en chemische procestechnieken geen vergoeding. De leerlingen zelf vinden die vergoeding natuurlijk wel fijn, maar voor bedrijven vormt het soms een drempel om in duaal leren te stappen. Voor de richting lassen-constructie hebben we het dan ook iets moeilijker om voldoende geschikte bedrijven te vinden. Er zijn trouwens ook bedrijven die alleen leerlingen onder hun hoede nemen die plus 18 jaar zijn, en dat is voor ons ook een probleem.”

En volgend schooljaar?

Vanaf 1 september wordt duaal leren algemeen uitgerold in het secundair onderwijs. Het Technisch Heilig-Hart Instituut is dankzij de proefprojecten voorbereid op deze uitrol.

LENS: “We denken eraan om in de toekomst meer richtingen in duaal aan te bieden, maar voor volgend schooljaar gaat het bij de drie bestaande richtingen blijven. Binnen elektromechanische technieken gaat het aantal leerwerkplekken wel uitbreiden van 9 naar 18. We hebben drie bedrijven gevonden die ook een carrousel willen vormen. Zo krijgen meer leerlingen de kans om duaal te leren.”

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen