De EU skills index besproken

Een wereld in verandering

Onze samenleving is onderhevig aan continue verandering. Digitalisering, robotisering en opkomende technologieën hebben een steeds groter wordende impact op onze bestaande jobs. Daarnaast zullen er nieuwe jobs ontstaan, waarvan men nu de inhoud nog niet kan voorspellen. We zien ook andere uitdagingen en trends zoals vergrijzing, globalisering en klimaatopwarming. Deze evoluties zijn vrij nieuw en we kunnen niet goed voorspellen wat ons te wachten staat.

Meer dan ooit is de ontwikkeling van competenties essentieel voor de loopbaanontwikkeling van de burgers én voor de productiviteit en de competitiviteit van de bedrijven. Het stimuleren van levenslange deelname aan opleiding en vorming en het zichtbaar maken en valideren van competenties, zijn daarbij van cruciaal belang. Up-to-date kennis en skills zijn de belangrijkste troeven in een onzekere wereld.

Ook vanuit Europa is de aandacht voor skills groot. Zo werd in 2016 de New Skills Agenda for Europe aangenomen door de Europese Commissie. Het bevat tien concrete acties waarop lidstaten dienen in te zetten om de juiste opleiding, vaardigheden en ondersteuning mogelijk te maken voor burgers. De mate waarin lidstaten het hoofd zullen kunnen bieden aan de golf van veranderingen zal immers in grote mate bepaald worden door de sterkte van hun skills systeem. Dit is een koepelterm voor het geheel  aan systemen en maatregelen binnen een land die zorgen dat mensen over de juiste skills beschikken en deze ook maximaal kunnen aanwenden op de arbeidsmarkt.

Een skills systeem omvat vele aspecten, zoals de kwaliteit van het onderwijs, de competenties en vaardigheden die burgers bezitten, de mate waarin er aandacht is voor beroepsonderwijs, de mate waarin studenten doorstromen naar de arbeidsmarkt, de match tussen competenties van afgestudeerden en de vraag op de arbeidsmarkt, de mate waarin burgers actief zijn op de arbeidsmarkt, etc.

Omdat een skills systeem uit diverse onderdelen bestaat, was er in het verleden nooit een manier om landen eenduidig te vergelijken. Cedefop bracht daar verandering in met de EU skills index. Dit is een meetinstrument dat diverse aspecten van een skills systeem samenbrengt tot één indicator. Vanuit Europees perspectief is het interessant om te weten welke landen beter zijn opgewassen tegen de opkomende veranderingen en welke landen dus betere skills systemen hebben.

De EU skills index in een notendop

Cedefop  - het European Centre for the development of Vocational Training, een gedecentraliseerd agentschap dat de Europese commissie, de lidstaten en de sociale partners ondersteunt om de juiste beleidskeuzes te maken inzake beroepsonderwijs en -vorming - lanceerde in 2018 de EU skills index (ESI). Dit is een samengestelde indicator die de performantie van het skills systeem binnen een EU lidstaat meet. De ESI wordt uitgedrukt in een percentage ten opzichte van een maximum streefcijfer. Dit is de beste score dat door eender welke lidstaat behaald werd gedurende de afgelopen zeven jaar. Een percentage van 70% betekent dat dus een lidstaat 70% van het ideale streefcijfer behaalde en dat er 30% ruimte is voor verbetering. De resultaten zijn gebaseerd op cijfers van 2016.  

Het is de eerste keer dat een globale index ontwikkeld wordt die toelaat om skills systemen van diverse landen tegenover elkaar af te zetten. Hiermee kan de Europese Commissie onder meer monitoren of het beleid inzake onderwijs, opleiding en arbeidsmarkt wel voldoende is afgestemd op de economische realiteit in de diverse lidstaten. 

Figuur 1. Structuur van de EU skills index. (Bron: Cedefop, 2018)

Figuur 1 illustreert hoe de ESI is opgebouwd. De index bestaat uit drie grote pijlers: ontwikkeling, activatie en matching van skills. Deze worden opgevat als deel van een proces: de ontwikkeling van skills beïnvloedt hun activatie op de arbeidsmarkt, en vervolgens hun matching met tewerkstelling. De drie pijlers zijn op hun beurt onderverdeeld in telkens twee subpijlers. Zo is de pijler activatie van skills opgedeeld in de subpijlers ‘transitie naar werk’ en ‘arbeidsmarktparticipatie’. Elke subpijler wordt vervolgens gemeten aan de hand van twee of drie indicatoren uit grote internationale datasets. De subpijler ‘transitie naar werk’ binnen de pijler ‘matching van skills’ wordt bijvoorbeeld gemeten aan de hand van twee statistieken uit de Labour Force Survey van Eurostat: het percentage vroegtijdige schoolverlaters en recent afgestudeerden dat werk heeft. De ESI bevat ook statistieken uit het PISA programma van de OESO. In totaal wordt gebruik gemaakt van 15 indicatoren. De exacte inhoud van elke indicator staat beschreven in tabel 3.2. op pagina 9 van het technisch rapport

Figuur 2. Globale score op de EU Skills Index per land. (Bron: Cedefop, 2018)

Figuur 2 toont hoe de diverse lidstaten scoren op de ESI. De hoogste globale score wordt behaald door Tsjechië (75%), gevolgd door twee Scandinavische landen, Finland en Zweden (beide 72%), en daarna Luxemburg (71%). Samen met Estland, Slovenië en Denemarken vormen zij het bovenste kwartiel met resultaten boven de 67%. De helft van de landen, voornamelijk uit West-, Centraal- en Oost-Europa, behalen scores in de middenmoot, tussen 45% en 62%. Hier bevindt ook België zich met een score van 52%. Dit betekent dat België op de index 52% scoort van het maximaal streefcijfer. De overige 25% landen zijn voornamelijk landen uit Zuid- en Zuidoost-Europa en scoren onder 45. Spanje en Griekeland scoren met 23 het laagst. Als we alle 28 lidstaten rangschikken volgens de ESI dan staat België op de 18de plaats.

Het skills systeem in België

Figuur 3. Score voor België op de EU skill index - pijler ontwikkeling van skills. (Bron: Cedefop, 2018)

We bespreken hieronder de resultaten van België op de drie pijlers van de ESI.

1. Ontwikkeling van skills

De pijler ontwikkeling van skills omvat indicatoren die te maken hebben met twee aspecten: basisopleiding – gemeten door drie indicatoren - en voorgezette opleidingen (hoger onderwijs, beroepsopleidingen, etc. ) – eveneens gemeten door drie indicatoren. Globaal genomen staat België op de 16de plaats wat betreft de ontwikkeling van skills. Meer concreet haalt ons land een relatief hoge score op vlak van lezen, rekenen en wetenschappen (74%) en het aandeel studenten in beroepsopleidingen (VET students) (76%). We zien echter lagere scores op het vlak van deelname aan opleiding (21%) en geavanceerde computervaardigheden (44%) (zie figuur 3).

Dit is in lijn met wat we in Vlaanderen zien. We hebben een onderwijssysteem dat goed scoort op het vlak van pure kennisoverdracht, maar weinig volwassenen participeren aan een opleiding. Dat werd recent nog benadrukt in het OESO skills strategy rapport (OECD, 2019). Er is geen leercultuur in Vlaanderen. Eens we de schoolbanken verlaten hebben met al dan niet een diploma op zak, keren we niet meer terug. Er is een grote drempel om te participeren aan opleiding en vorming.

2. Activatie van skills

Figuur 4. Score voor België op de EU skill index - pijler activatie van skills. (Bron: Cedefop, 2018)

Als we de drie pijlers bekijken, dan scoort België het slechtst op de pijler die de activatie van skills meet (zie figuur 4). Deze pijler omvat indicatoren inzake de transitie van opleiding naar werk, alsook de activiteitsgraad op de arbeidsmarkt voor diverse groepen in de populatie om te bepalen wie er meer of minder vertegenwoordigd is. In de totale ranking van 28 lidstaten staat België achterin de rij op de 22ste plaats.

De lage globale score heeft vooral te maken met een lage arbeidsmarkparticipatie bij 25- tot 54-jarigen (score 21). België heeft wel een relatief hoog aandeel pas afgestudeerden die binnen de 3 jaar na afstuderen aan het werk zijn. Op die indicator staat België op de 13de plaats.

3. Matching van skills

Figuur 5. Score voor België op de EU skill index - pijler matching van skills. (Bron: Cedefop, 2018)

Matching van skills gaat over de mate waarin skills succesvol aangewend worden en effectief gematcht kunnen worden met de arbeidsmarkt. België behaalt hier de 14de plaats. Dit is de beste score van de drie pijlers. Ook deze pijler is opgedeeld in twee thema’s: skills mismatch – gemeten door drie indicatoren - en onderbenutting van skills – gemeten door twee indicatoren (zie figuur 5).

Op de indicator hoogopgeleide laagverdieners (low waged workers (ISCED 5-8)) – als onderdeel van skills mismatch - behaalt België een score van 99, waarmee het eerste staat in de ranking voor deze indicator. De indicator is opgevat als het percentage dat een laag inkomen heeft binnen de totale groep van mensen met een diploma hoger onderwijs. Laag inkomen betekent hier maximaal twee derde van het mediane nationaal bruto uurloon. Deze statistiek geeft een indicatie voor het ineffectief gebruik van skills maar wordt gespiegeld zodat een betere score op de indicator betekent dat er minder hoog opgeleide laagverdienders zijn. Het technische rapport laat echter zien dat deze indicator een relatief laag gewicht krijgt bij de totstandkoming van de derde pijler.

Wat de totale score op deze pijler sterk naar beneden haalt, is de score op kwalificatiemismatch (34%). Dit wordt gemeten door het gemiddeld opleidingsniveau voor elk beroep in elke sector te nemen en dit te vergelijken met het actueel opleidingsniveau van de werknemers. Een slechte score wijst op zowel onder- als overkwalificatie, wat op zijn beurt een indicator is voor het ineffectief gebruik van skills of de noodzaak tot het upskillen van burgers. België scoort hier niet goed.

Duaal leren kan het skills systeem versterken

De ESI laat zien dat België ten opzichte van de andere lidstaten slechts een middenmoter is, wat de sterkte van haar skills systeem betreft. Een belangrijke nuance is dat de cijfers op zich weinig zeggen over Vlaanderen, omdat ze België in het geheel betreffen. Toch zijn er indicaties dat de resultaten voor Vlaanderen in dezelfde richting gaan. Het recent uitgebrachte skills strategy rapport van de OECD (2019) haalt voor Vlaanderen immers gelijkaardige pijnpunten aan: er is geen leercultuur, volwassenen participeren te weinig aan opleiding en vorming, en er is een te grote mismatch tussen skills van pas afgestudeerden en de vraag op de arbeidsmarkt. In die zin zijn de voorgestelde resultaten allesbehalve verrassend.

Dit is problematisch als we kijken naar onze samenleving. Digitalisering, robotisering en opkomende technologieën hebben een steeds groter wordende impact op  de jobs zoals ze nu bestaan. We hebben steeds meer nood aan mensen die in staat zijn om voortdurend bij (en af) te leren, zodat we mee kunnen met het tempo van technologische en economische verandering. We hebben nood aan een écht leerbeleid als Vlaanderen wil blijven concurreren met Europese topregio’s op het vlak van kennis, innovatie en welvaart.

Een van de oplossingen om de te grote afstand tussen onderwijs en arbeidsmarkt te overbruggen, is duaal leren, een leervorm waarbij competenties afwisselend op de werkplek en op school verworven worden. Duaal leren is een adaptieve en innovatieve leermethode die ons in staat kan stellen om de toekomstige veranderingen de baas te kunnen. Een doorgedreven systeem van duaal leren implementeren in het hele opleidingenlandschap kan ervoor zorgen dat Vlaanderen op de drie pijlers van de ESI beter scoort.

  • Ontwikkeling van skills. Duaal leren is een goede methode om beroepsspecifieke, maar ook om 21ste eeuwse vaardigheden aan te leren. Reële problemen en uitdagingen op de werkplek stimuleren het oplossend vermogen en creatief denken. Ook vaardigheden als samenwerken en communicatie kunnen via duaal leren aangeleerd worden, door de interactie met andere lerenden en werknemers in een bedrijf.
  • Activatie van skills. In een veranderende wereld zullen werken en leren steeds meer in elkaar moeten overvloeien. De klas is niet langer de unieke plaats waar geleerd kan worden. Duaal leren is een vorm van deeper learning: het bevordert de kennistransfer naar andere contexten (Sels, Vansteenkiste & Knipprath, 2017). Dit is zeker het geval wanneer een duaal leertraject meerdere werkplekken omvat. Op die manier verhoogt het de duurzame inzetbaarheid van mensen op de arbeidsmarkt. Bovendien kan duaal leren bijdragen tot de leercultuur die we momenteel ontbreken in Vlaanderen.
  • Matching van skills. Duaal leren vertrekt van een doorgedreven cocreatie tussen de bedrijfswereld en opleidingsverstrekkers. Opleiden en leren gebeurt dus niet in een vacuüm dat veraf staat van de economische realiteit. Door de bedrijfswereld actief te betrekken bij opleiding en vorming, kunnen we de skills mismatch reduceren.

Conclusie en aanbevelingen

  • Het skills systeem van België (waaronder Vlaanderen) moet fors verbeteren, willen we concurreren met de topregio’s in Europa.
  • De volgende regering, en in het bijzonder de ministers van Onderwijs en Werk, moeten de vinger aan de pols houden en gerichte beleidsacties nemen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren, de skills mismatch te reduceren en een leercultuur te installeren.
  • Een manier om aan een sterk skills systeem te bouwen is het uitbreiden van duaal leren naar alle doelgroepen: studenten, werknemers, werkzoekenden en ondernemers, kortom alle groepen lerenden. Duaal leren heeft een gigantisch potentieel: het vertrekt vanuit een cocreatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt, is ideaal voor het aanleren van competenties en zorgt ervoor dat mensen duurzaam inzetbaar zijn doorheen hun loopbaan.

 

Voor meer info over de European skills index kan u hier terecht.

 

Cedefop briefing note

- esi_briefing_note.pdf
0.65 MB

Cedefop technisch rapport

- technical_report.pdf
1.09 MB

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties

 

  • OECD (2019), OECD Skills Strategy Flanders: Assessment and Recommendations, OECD Skills Studies, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/9789264309791-en.
  • Sels, L., Vansteenkiste, S. & Knipprath, H. (2017). Toekomstverkenningen arbeidsmarkt 2050. Werk.Rapport (2017 nr. 1). Leuven: Steunpunt werk; HIVA - KU Leuven.

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen

Recente blogberichten