Duaal leren aan de andere kant van het kanaal: een verslag van de Annual Apprenticeship Conference in Birmingham

Wat is de Annual Apprenticeship Conference?

Op 27 en 28 maart 2019 vond de vijfde editie plaats van de Annual Apprenticeship Conference (verder: AAC) in Birmingham. Deze tweedaagse conferentie over duaal leren (een combinatie van leren bij een onderwijsverstrekker en op een werkplek) bestond uit een indrukwekkend programma van plenaire sessies, workshops, panelgesprekken en een beurs waar druk genetwerkt werd met de standhouders van verschillende onderwijsverstrekkers, beleidsorganen en ondernemingen die tools aanbieden voor duaal leren.

De conferentie trok meer dan duizend geïnteresseerden aan die de laatste beleidsontwikkelingen omtrent duaal leren leerden kennen, contacten legden met ondernemingen en onderwijsverstrekkers, of via de workshops informatie en good practices verzamelden. Onder de conferentiegangers waren er vooral afgevaardigden van onderwijsverstrekkers (zoals Aston University, Bolton College) en organisaties die onafhankelijke evaluaties uitvoeren van lerenden in duaal leren (zoals NCON, Skillsfirst). Een kleinere groep bestond uit vertegenwoordigers van ondernemingen, zoals IBM, Royal Air Force en de overheid.

De AAC werd georganiseerd door FEWEEK, een krant specifiek over onderwijs en skills in Engeland, die sterk de focus legt op duaal leren. Doorheen de conferentie zorgde FEWEEK voor een kritische noot ten aanzien van de verschillende overheidsorganisaties verantwoordelijk voor duaal leren. Door gerichte vragen te stellen én alle belanghebbenden, inclusief de lerenden, aan het woord te laten, liet FEWEEK de conferentiegangers kennismaken met uiteenlopende perspectieven, rond soms complexe thema’s. Voor de gelegenheid bracht FEWEEK een speciale editie uit over deze thema’s en de conferentie zelf (FEWEEK, 2019). Een aantal van deze thema’s worden straks uitgelicht, maar eerst is wat achtergrondinformatie over duaal leren in het Verenigd Koninkrijk aan de orde.

Duaal leren in het Verenigd Koninkrijk

In 2018 ging SYNTRA Vlaanderen op studiebezoek in het Verenigd Koninkrijk. Naar aanleiding daarvan werd er een uitgebreid rapport geschreven over duaal leren, zoals dit er aan de andere kant van het kanaal uitziet na de hervormingen. Samengevat kan men stellen dat het Apprenticeships systeem van het Verenigd Koninkrijk verschilt met het duaal leren van Vlaanderen op een aantal vlakken. Hieronder sommen we de belangrijkste kenmerken en actoren op. 

Employer-led

Het grootste verschil is dat ondernemingen in het Verenigd Koninkrijk sinds de hervormingen meer verantwoordelijkheden en zeggingskracht hebben gekregen. Het zijn de ondernemingen die de standards bepalen via trailblazers, de onderwijsverstrekkers kiezen en aangeven hoe en wie de eindevaluaties uitvoert. Daar tegenover staat dat ondernemingen het systeem mee financieren via de apprenticehips levy.

Standards

In 2012 werd de overstap gemaakt van het denken over apprenticeships in termen van frameworks naar standards. Zo een standard bevat een beroepsprofiel dat de kennis, vaardigheden en gedragingen beschrijft die nodig zijn om een beroep uit te oefenen (zie hier voor enkele voorbeelden). Een standard kan vergeleken worden met de Vlaamse beroepskwalificatie, maar is veel compacter. De doorlooptijd om nieuwe standards te maken is een pak korter dan deze van de vroegere, minder compacte frameworks, zodat men sneller op arbeidsmarktnoden kan inspelen.

Trailblazers

Trailblazers zijn groepen van ondernemingen die representatief zijn binnen een bepaalde sector of beroep. Zij bepalen of een standard nodig is, en welk profiel het krijgt. Zij dienen de nieuwe standards in bij The Institute of Apprenticeships and Technical Education (zie figuur 1).

Apprenticeships levy

Figuur 1. Belangrijkste organen binnen duaal leren in het Verenigd Koninkrijk (Bron: NAO, 2019:31)

Deze heffing bestaat sinds april 2017. Alle Britse ondernemingen met een jaarlijkse loonkost van minstens 3 miljoen Britse pond moeten 0,5% van hun loonrekening afstaan aan de overheid. Deze middelen worden centraal geïnd bij de Education and Skills Funding Agency (zie figuur 1) en terug verdeeld over alle ondernemingen, ook aan deze die niet mee betaalden. Bijzonder aan de levy is dat voor elk pond dat door een onderneming betaald wordt, de overheid er 10% bovenop legt. Stel dat een onderneming  10.000 pond moet afstaan, dan is er dus 11.000 pond ter beschikking om te spenderen aan apprenticeship training.

End-Point Assessment (EPA)

Alvorens een lerende een kwalificatie kan behalen, dient hij/zij beoordeeld te worden door een onafhankelijke End-Point Assessment organisatie. Deze organisatie moet nagaan of de lerende voldoet aan de vereisten gespecifieerd in de standard. Een onderneming kan een End-Point Assessment organisatie selecteren uit een lijst van door de overheid erkende organisaties. Het Institute for Apprenticeships and Technical Education is verantwoordelijk voor de lijst van erkend organisaties. Alvorens een lerende een End-Point Assessment mag ondergaan, moet hij/zij Gateway-ready zijn. Dat wil zeggen dat de participerende onderwijsverstrekkers en de ondernemingen samen met de lerende zich verzekeren dat de lerende zich alle gevraagde kennis, vaardigheden en gedragingen heeft eigen gemaakt.

Statuut van de lerenden en verloning

Nog verschillend van Vlaanderen is dat alle lerenden een arbeidscontract met bijbehorende sociale rechten aangaan met de ondernemingen, en dat ze allen een minimumloon krijgen. In sommige sectoren ontvangen de lerenden meer loon.

Levels of apprenticeships

Er zijn apprenticeships voor verschillende niveaus, van level 2 tot en met level 7. Level 2 en 3 zijn vergelijkbaar met het Vlaamse ASO, BSO en TSO, terwijl Level 6 en 7 respectievelijk bachelors en masters zijn. Deze laatste twee noemt men de degree apprenticeships. Level 4 tot 5 noemt men de higher apprenticeships, die vergelijkbaar zijn met de Vlaamse graduaatsopleidingen.

20% off-the-job training

Het leren op de werkplek maakt de hoofdzaak uit, terwijl het leren via een onderwijsverstrekker een minder groot aandeel krijgt. Er is slechts een minimum van 20% off-the-job training nodig. Wat onder off-the-job training wordt verstaan is veel: theorielessen, specifieke mentorsessies, gesimuleerde oefeningen en rollenspel, deelname aan competities, e-leren, bezoeken aan andere ondernemingen of andere departementen, schrijven van evaluaties en opdrachten etc. Vaak worden - als deel van de off-the-job training - via e-leren vakken aangeboden zoals Engels, wiskunde en IT.

Digital Apprenticeship Service

Dit is een tool die toegankelijk is voor ondernemingen, opleidingsverstrekkers en lerenden. Ondernemingen kunnen hun resterende middelen raadplegen en aanwenden, opleidingsverstrekkers selecteren waarmee ze willen samenwerken, End-Point Assessment organisaties uitkiezen en openstaande werkplekken ter beschikking stellen. Opleidingsverstrekkers kunnen via deze tool hun opleidingsaanbod kenbaar maken aan lerenden en hun diensten aan ondernemingen.

The Institute of Apprenticeships and Technical Education

Dit instituut (zie figuur 1) is een overheidsorgaan dat is opgericht bij de hervorming van het Apprenticeship systeem. Het staat in voor de ontwikkeling van de standards en de kwaliteit van de End-Point Assessments via de (External) Quality Assurance bodies.

OFQUAL

De Office of Qualifications and Examinations Regulation (zie figuur 1) regelt de kwalificaties, examinaties en evaluaties. Via The Institute of Apprenticeships and Technical Education wordt, onder andere, OFQUAL gevraagd om de kwaliteit van de End-Point Assessment organisaties te evalueren. Het is dus een van de Quality Assurance bodies.

Ofsted

The office for Standards in Education, Children’s Services and Skills  (zie figuur 1) staat in voor de inspectie van de onderwijsverstrekkers binnen het duaal systeem.

Enkele interessante thema’s die tijdens de conferentie aan bod kwamen

Aantal starters in duaal leren

Foto: expositie AAC

Bij de hervormingen werd vooropgesteld om tegen 2020 3 miljoen starters te activeren. Dat doel lijkt momenteel moeilijk haalbaar, want daarvoor moet men het aantal starters meer dan verdubbelen tussen nu en 2020. Wel blijkt meer dan een kwart van het aantal starters zich te situeren binnen de levels 5 tot 7. De higher en degree apprenticeships zijn dus populair aan het worden, volgens sommigen ten koste van levels 2 en 3. Wat in ongeveer elke uiteenzetting en in elk debat terugkwam, was dat duaal leren een leerweg voor iedereen moet zijn, en dat de levels 2 en 3 de fundamenten vormen voor de economie. Blijvend inzetten op deze levels is dus de boodschap.

Kwaliteit van duaal leren

Ofsted rapporteert dat slechts 60% van de opleidingen bij de onderwijsverstrekkers zonder problemen door de inspecties geraakt, en dat dat aantal constant blijft in de laatste metingen. Amanda Spielman, Ofsteds hoofdinspecteur, benadrukte het belang om die 60% te overstijgen. Ofsted werkt daarvoor aan een nieuw framework dat er tegen september 2019 moet zijn. Het toekomstige framework zal minder focussen op het aantal succesvol afgestudeerden (kwantiteit) en meer op het ontwerp en implementatie van het curriculum en het uiteindelijke effect van de opleiding voor de lerenden op de arbeidsmarkt (kwaliteit). Bovendien zal geïnspecteerd worden of de opleiding voldoende rekening houdt met de noden van de ondernemers en of er genoeg inspanning gedaan wordt om beloftevolle lerenden extra uit te dagen zodat ze ook met onderscheidingen kunnen afstuderen.

Hoewel de situatie niet verslechtert, zijn we het er, denk ik, allemaal over eens dat er nog werk aan de winkel is. De uitdaging is om de 60% aan goede evaluaties te overstijgen.
Amanda Spielman
hoofdinspecteur Ofsted

Budgetprobleem gerelateerd aan duaal leren

Toen het over budgetten ging, vingen we tegenstrijdige berichten op. Aan de ene kant zou het budget in de toekomst op geraken, als verder gespendeerd wordt zoals bedoeld, zeker nu de kosten bijna het dubbele blijken te bedragen van wat men geraamd had bij de start van het nieuwe levy-systeem. Anderzijds zouden de ondernemingen die de levy betalen niet hun volledige budget opgebruiken binnen de 24 maanden, omdat de regels over waaraan men het geld mag besteden niet flexibel genoeg zijn.

Sommigen durfden de higher en degree apprenticeships aan te wijzen als schuldigen van het tekort. Deze opleidingen zijn veel duurder dan die van levels 2 en 3, en ze zijn momenteel erg in trek bij ondernemingen. Anderen verweten de ondernemers dat ze de levy nu zouden gebruiken om eigen personeel op te leiden, terwijl ze dat vroeger met eigen budget zouden hebben gedaan. Volgens sommigen moet de overheid de doelgroepen van het systeem beperken (tot levels 2 en 3) via de levy, maar daar was verre van iedereen het over eens.

Kmo’s blijken met een bijkomend probleem geconfronteerd te worden. Zij betalen immers niet mee aan de levy en moeten daardoor andere regels volgen. Kmo’s lijken hierdoor minder toegang te krijgen tot bepaalde onderwijsverstrekkers en opleidingen. Tijdens de conferentie werd besproken dat er meer gelijkheid tussen de betalende en niet-betalende ondernemingen beoogd wordt en dat de huidige regelgeving mogelijk herzien wordt. 

Imago van duaal leren

Het imago van apprenticeships was vroeger al een probleem, en blijkt dat nog steeds te zijn. In een land dat een traditie heeft waarbij lerenden jarenlang klaargestoomd worden voor het behalen van GCSEs en A levels (de kwalificaties en graden verbonden aan de tweede en derde graad van het secundair onderwijs), is de keuze voor duaal leren uiteraard niet vanzelfsprekend. Voor ouders en scholen is de duale leerweg nog te vaak een negatieve keuze. Er worden dan ook nieuwe campagnes gelanceerd, waarbij via televisie en sociale media rolmodellen getoond worden om lerenden aan te trekken. Tegelijkertijd worden ambassadeurs, namelijk lerenden, ouders en ondernemingen, naar scholen gestuurd om jongeren te informeren over de toekomstperspectieven van duaal leren.

Het AAC zelf heeft ook een grote inspanning gedaan om iets te doen aan het imago van duaal leren, namelijk door de leidinggevenden en deelnemers van WorldSkills aan het woord te laten. Door deze internationale competitie, waarin deelnemers uit alle landen hun (technische en digitale) vaardigheden met elkaar kunnen meten, wordt er aan het imago van apprenticeships gebouwd. De competitie zorgt voor een algemene verbetering en verspreiding van de kennis over skills, doordat niet enkel de individuele deelnemers, maar ook de deelnemende naties bijleren door naar concurrenten in andere landen te kijken. Als bonus vergaren de deelnemers belangrijke 21st Century skills naast een dosis zelfvertrouwen.

Samenvatting

  • De Annual Apprenticeship Conference is een relevante conferentie die alle belanghebbenden van duaal leren – vooral uit het Verenigd Koninkrijk - samenbrengt, informeert en mobiliseert.
  • Door de onafhankelijke positie van FEWEEK worden complexe thema’s openlijk besproken, en zoekt men actief naar gedragen oplossingen.
  • AAC stuurt aan op kleine hervormingen en nieuwe acties om een aantal (budget)problemen aan te pakken.
  • Het apprenticeship systeem verschilt op veel vlakken van duaal leren in Vlaanderen. De nadruk ligt er nog meer dan in Vlaanderen op de werkplekcomponent en het initiatief ligt meer in handen van de ondernemingen.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties