E-leren in Vlaanderen

De transitie naar een digitale samenleving zorgt voor een fundamentele verandering in de manier waarop we (kunnen) leren. Met onder andere het nieuwe Vlaams opleidingsverlof wil de Vlaamse overheid de participatie aan vorming en opleiding verhogen. Men wil hierbij e-leren actief stimuleren.

Het VIONA-onderzoek ‘E-leren in Vlaanderen’1 door IDEA Consult brengt de kenmerken van het aanbod aan e-leren voor volwassenen in Vlaanderen in kaart, en dit zowel kwantitatief (huidige omvang en verwachte groei) als kwalitatief (aard en inhoud). Daarnaast wordt besproken wat er reeds geweten is over de meerwaarde van e-leren, en over de randvoorwaarden voor impact op het leren en op de loopbaan van volwassenen. Tot slot wordt aangegeven hoe het stimuleren van e-leren in arbeidsmarktgerichte opleidingen beleidsmatig kan worden aangestuurd (o.a. dus via dit nieuwe Vlaams opleidingsverlof).

  • 1. De enquête werd enerzijds via e-mail uitgestuurd naar de Centra voor basiseducatie (n = 13), Centra voor volwassenenonderwijs (n = 83), Hogescholen (n = 16), met de vraag om ze te bezorgen aan de departementen, Universiteiten (n = 5), met de vraag om ze te bezorgen aan de faculteiten, Sectoren (n = 68, soms meerdere contacten per sector) en Organisaties in het socio-cultureel vormingswerk (n = 134). Daarnaast werd een open link verspreid via uiteenlopende communicatiekanalen: de websites, sociale media en nieuwsbrieven van de Departementen Onderwijs & Vorming en Werk & Sociale Economie, en de website en LinkedIn van IDEA Consult. Ook aan de VLOR, VLHORA, VLIR, Federgon, SERV, VOKA, Socius en alle leden van de begeleidingsgroep werden gevraagd om de enquête te helpen verspreiden. 235 personen startten de survey: 42 werden afgedankt omdat ze toch geen e-leren aanboden en 119 respondenten vulden de vragenlijst slechts gedeeltelijk in. Uiteindelijk leverde de enquête een respons van 74 volledig ingevulde vragenlijsten op. De resultaten van deze enquête zijn dus niet representatief voor het aanbod in Vlaanderen, maar moeten gezien worden als eerste inzichten in de mate waarin de bevraagde onderwijs- en opleidingsverstrekkers e-leren aanbieden.

Bevindingen

1. Het opleidingsaanbod e-leren is slechts beperkt gedocumenteerd

Het belang van e-leren is de afgelopen jaren sterk toegenomen, maar het beschikbare aanbod is versnipperd en weinig zichtbaar.

2. Het aanbod e-leren is eerder beperkt, maar in volle ontwikkeling

Het aanbod e-leren is in volle ontwikkeling bij de bevraagde onderwijs- en opleidingsverstrekkers. Blended opleidingen, of een combinatie van blended en online opleidingen komen het vaakst voor, terwijl slechts enkele respondenten enkel online opleidingen aanbieden. Ook specifiek beleid rond e-leren en kwaliteitszorg voor e-leren zijn in volle ontwikkeling.

3. Het potentieel van e-leren wordt nog onvoldoende benut

​​​​​​Hoewel e-leren heel wat potentieel heeft op het vlak van communicatie, personalisatie en maatwerk, blijkt dat deze mogelijkheden slechts in beperkte mate worden benut. Nochtans biedt e-leren een interessant instrument om beter in te spelen op de capaciteiten en persoonlijke noden van de cursisten.

4. E-leren biedt voldoende manieren om voortgang en resultaat op te volgen i.k.v. opleidingsincentives

​​​​​​In het huidige systeem van opleidingsincentives is de opleidingsverstrekker verantwoordelijk voor de attestering van de aanwezigheid en de deelname aan de eindbeoordeling. In het geval van e-leren kan de activiteit technisch perfect door de opleidingsverstrekker gemeten worden via het Learning Management Systeem (LMS). Ongeveer drie kwart van de bevraagde opleidingsverstrekkers gebruiken al een LMS voor de controle van de online activiteiten.

5. Ook bij e-leren vormen laaggeschoolden een kwetsbare groep

E-leren heeft het potentieel om leren toegankelijker te maken (vbn. via tijd- en plaatsonafhankelijk leren, aanbod op maat van de individuele leerbehoeften,…). Tegelijk vergt e-leren heel wat autonomie en zelfdiscipline van de cursist. Dit verklaart waarom laaggeschoolden doorgaans een hoger risico op dropout uit online opleidingen hebben dan hooggeschoolden.

6. Er is algemene consensus over de verwachte groei van e-leren

​​​​​​Negen op de tien opleidingsverstrekkers die deelnamen aan de enquête zijn van plan om het opleidingsaanbod via e-leren in de toekomst verder uit te bouwen. De geconsulteerde experten en aanbieders geloven vooral in de groei van blended leren. Door de aanhoudende digitale (r)evolutie zou de technologie in de toekomst bovendien nog een grotere rol kunnen spelen bij e-leren (vbn. feedback en opvolging cursisten via AI, blockchaintechnologie om verworven competenties te erkennen,…).

Beleidsaanbevelingen

Uit deze studie blijkt dat e-leren veel potentieel heeft. Om dat potentieel te kunnen realiseren, stellen we twee uitgangspunten voorop in onze aanbevelingen:

1. Kwaliteit centraal bij de verdere ontwikkeling van e-leren

Het potentieel van e-leren kan pas gerealiseerd worden indien een aantal kwaliteitsvoorwaarden vervuld zijn, zoals geloofwaardigheid, transparantie, flexibiliteit, toegankelijkheid en personalisatie.

2. E-leren is een instrument, geen doel op zich

E-leren is één van vele manieren om de flexibiliteit binnen het opleidingsaanbod te vergroten en bij te dragen tot een hogere opleidingsdeelname van (werkende) volwassenen in Vlaanderen.

Om het aanbod te stimuleren, formuleren we onderstaande beleidsaanbevelingen:

  • Voorzie bijkomende middelen om het aanbod e-leren verder uit te breiden;
  • Investeer in ondersteuning van docenten: zijn moeten de ruimte krijgen om e-didactiek te ontwikkelen en de mogelijkheden van e-leren te verkennen;
  • Verspreid knowhow m.b.t. e-leren: bijvoorbeeld via een expertisecentrum, dat kennis rond e-leren centraliseert en ter beschikking stelt van verschillende stakeholders uit de domeinen onderwijs en arbeidsmarkt.

Aan de vraagzijde kunnen verschillende initiatieven ondernomen worden om e-leren aantrekkelijker te maken voor (werkende) volwassenen:

  • Wat de opleidingsincentives betreft, zouden er op korte termijn geen hogere eisen aan e-leren gesteld mogen worden dan aan het klassikaal opleidingsaanbod, net om deelname te stimuleren. De enige minimale kwaliteitseis die zou moeten worden gesteld, is het gebruik van een learning management systeem. Op basis hiervan kunnen opleidingsverstrekkers de nodige informatie rapporteren i.h.k.v. de attestering van de deelname en activiteit. Op lange termijn kan onderzocht worden hoe men de omschakeling kan maken naar een meer vraaggestuurde werking die meer gericht is op leeruitkomsten en zo ruimte laat voor gedifferentieerde leerwegen, waaronder e-leren, vb. via een individuele leerrekening of een leerkrediet.
  • Transparantie realiseren via fysieke leerwinkels en/of een digitaal platform, zodat (potentiële) cursisten gemakkelijker hun weg te vinden in het aanbod.
  • Het erkennen van de via e-leren verworven competenties vergt gezamenlijke inspanningen van werkgevers en sectoren op de arbeidsmarkt, maar ook binnen het formele onderwijs. Mogelijke instrumenten zijn het gezamenlijk ontwikkelen van online opleidingen binnen partnerschappen zodat de verworven competenties via e-leren ook automatisch erkend worden door de betrokken partners, of digitale badges die samen een e-portfolio kunnen worden.

Tot slot is het belangrijk dat er coördinatie wordt opgezet rond e-leren binnen het breder kader van levenslang leren. Dergelijke coördinatie vergt betrokkenheid van alle opleidingsverstrekkers (publiek en privaat) over de grenzen van beleidsdomeinen heen, zoals dat ook voor andere domeinoverstijgende thema’s gebeurt, zoals STEM. Het vertrekpunt is een duidelijke visie en strategie rond levenslang leren en de rol van verschillende traditionele en nieuwe leervormen binnen deze strategie.

Op 12 november 2019 om 12u organiseren de auteurs een webinar over dit onderzoek. Inschrijven kan hier

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties

 

Een uitgebreidere versie van deze tekst verschijnt in Over.Werk van 20 december 2019. Het volledige rapport vindt u hier.

Recente blogberichten