Edtech & HRtech voor dummies: welke criteria kunnen gebruikt worden in de keuze van een applicatie?

Figuur 1. Evolutie in de verhouding tussen opleiding/leren en werken. (Bron: McGowan, 2017)

Er wordt veel gedebatteerd over de toekomst van de arbeidsmarkt. De berichtgeving staat hoofdzakelijk in het teken van de impact van digitalisering op het aantal verloren jobs en nieuwe jobs. Afhankelijk van de berichtgeving focust deze op het volledig verdwijnen van sectoren of functies tot het veranderen van rollen binnen jobs ten gevolge van digitalisering. De transitie naar die nieuwe (rollen binnen) jobs stelt uitdagingen aan de manier waarop we leren en wanneer we leren. We maken immers een verschuiving mee van een lineaire opvolging van leren en werken naar een afwisseling tussen leren en werken. En die afwisseling zal frequenter zijn (zie figuur 1). Om die transitie succesvol voor iedere werknemers te kunnen maken, is ondersteuning cruciaal. 

Een dergelijke transitie kan mede ondersteund worden door technologie, omdat technologie het potentieel heeft om het leerproces van competenties te ondersteunen onafhankelijk van tijd en plaats, op een verschillend tempo en op een meer gepersonaliseerde manier. Er is op dit moment geen betrouwbaar assessmentinstrument om de kwaliteit van dergelijke applicaties te beoordelen, maar toch zijn er verschillende beoordelingscriteria voorhanden. Op basis van bestaande literatuur geeft deze bijdrage inzicht in de criteria die kunnen gebruikt worden om een keuze te maken in de veelheid van applicaties die ondersteunend kunnen zijn in een transitie waar leren en werken veel meer met elkaar verweven worden.

1. Technologie als (hulp)middel voor levenslang leren

Een eenduidige visie over welke gevolgen de technologische veranderingen zullen hebben, is hoegenaamd niet beschikbaar. Aanpassen en bijleren zullen in de toekomst een crucialere rol innemen. Leren en werken zullen steeds frequenter ingewisseld worden en ook het leren van de toekomst fundamenteel mee vormgeven. Volgens een studie van Agoria komen er voor elke job die verdwijnt, naar schatting 3,7 jobs bij, terwijl de omvang van de actieve beroepsbevolking afneemt en zelfs krimpt door de vergrijzing. Zonder bijkomende maatregelen zullen hierdoor 584.000 vacatures in België niet ingevuld geraken. Bijkomende maatregelen zijn noodzakelijk om dit probleem te verhelpen en werknemers bij te scholen voor toekomstige jobs terwijl ze al aan het werken zijn. Mogelijke bijkomende maatregelen vinden we terug in het gebruik van technologie. Er zijn hier drie mogelijkheden.

  1. Technologie kan vooreerst ingezet worden als leermethode. Via technologie, zoals virtual of augmented reality, kunnen simulaties ontwikkeld worden om competenties aan te leren. Het grote voordeel van deze technologie is dat er plaats- en tijdsonafhankelijk competenties aangeleerd worden en kan gediversifieerd worden in complexiteit op basis van de leernoden van de lerende.  Ook MOOCs (massive open online courses) behoren hier tot de mogelijkheden. Zo worden wereldwijd cursussen online beschikbaar gemaakt.1
  2. Daarnaast bestaat er een veelheid aan mogelijkheden om de leertrajecten te ondersteunen en te omkaderen. Als een transitie noodzakelijk is om de afwisseling tussen leren en werken voor eenieder frequenter te maken, kan technologie ook helpen om die afwisseling te ondersteunen. Tal van apps werden reeds ontwikkeld om jongeren, studenten of werknemers te matchen (met opleidingsmogelijkheden bij) werkgevers, om competenties te screenen en om competenties op te volgen. Als iedereen veel frequenter zal moeten leren, zal het belang van technologie in de omkadering enkel toenemen.
  3. Een derde mogelijkheid is het gebruik van data in functie van het optimaliseren van leertrajecten. Data kunnen ingezet worden als (learning) analytics om leertrajecten vorm te geven, ondersteuningsmogelijkheden te identificeren en op maat van de lerende een aanbod te genereren.
  • 1. Zie ook: https://odin.syntravlaanderen.be/onderzoek-en-beleid/imec-toont-de-mogelijkheden-van-immersieve-technologieen-voor-het-leren-van-de
Figuur 2: Evoluties in investeringen in Edtech companies (Bron: Edsurge)

Dat technologie een vooraanstaande plaats zal innemen in het leren van de toekomst, staat buiten kijf, niet enkel in de wijziging van rollen en functies maar ook in de ondersteuning van nieuwe jobs. Dat is af te leiden uit de toename van het risicokapitaal dat naar Edtech en HRtech gaat (zie figuur 2). Ook bij Europese koplopers op het gebied van levenslang leren, zoals Denemarken, zien we dat leren meer en meer structureel ondersteund wordt door technologie. Er zijn drie verschillende instanties in Denemarken: Edtech Denmark, negen verschillende kenniscentra die het gebruik van technologie in de transitie ondersteunen en een agentschap voor IT en Learning.1 Door de ondersteuning is technologie dan niet iets on top of, maar wordt deze geïntegreerd in de organisatie van de inhoud van opleidingstrajecten (vb. kennis over nieuwe technologieën zoals drones) en het vormgeven van trajecten (vb. het gebruik van virtual reality bij het aanleren van competenties).

  • 1. Zie ook: https://odin.syntravlaanderen.be/onderzoek-en-beleid/beroepsonderwijs-en-duaal-leren-denemarken

2. Keuzestress: hoe kan een geschikte app gekozen worden?

Algemeen kan men een onderscheid maken tussen enerzijds analysekaders die helpen bij de classificatie van apps gebaseerd op de functionaliteit en de doelstelling van de apps en anderzijds kaders die helpen om de kwaliteit van de apps te beoordelen. Kwaliteitsevaluatie van apps ligt ingebed in de vraag: wat werkt, voor wie, in welke contexten en waarom? Het is niet mogelijk om één kwaliteitsevaluatietool te ontwikkelen voor alle bestaande EdTech of HRtech apps. Afhankelijk van de doelstelling en inhoud van de app kunnen bepaalde factoren net belangrijker of juist minder relevant zijn voor de evaluatie van de applicatie. Een eerste belangrijke opdeling die gemaakt wordt, gebeurt op basis van de doelstelling waarvoor een applicatie gebruikt wordt. Staat het pedagogische element centraal of de administratieve vereenvoudiging en ondersteuning? Onderstaande paragrafen maken een opdeling tussen pedagogische doeleinden en ondersteuning, en identificeren bijkomende criteria.

2.1. Doelstelling 1: gebruik van technologie voor pedagogische doeleinden

Een eerste categorie van applicaties wordt geselecteerd op basis van het pedagogisch doel waarop ze betrekking hebben. Binnen die onderverdeling kan er nog een onderscheid gemaakt worden tussen kwaliteit van het leren, de efficiëntie, de mate waarin technologie vaardigheden kan aanleren op een andere manier,  de mate waarin technologie nieuwe leermogelijkheden creëert en de bijdrage van technologie aan levenslang leren.

Een eerste onderverdeling heeft betrekking op de kwaliteit van het leren. Op welke manier draagt de applicatie bij tot de kwaliteit van het leer/verwerkingsproces? Kan de applicatie de studenten op een interactieve hands-on manier inzicht geven in kennis die via de huidige leermethode niet mogelijk is? Experimenteel onderzoek toont aan dat EdTech applicaties die ontworpen zijn om studenten te helpen bij het ontwikkelen van specifieke vaardigheden op hun eigen tempo (gepersonaliseerd leren), de leerresultaten significant kunnen verbeteren. Maar er is nog onvoldoende inzicht in de achterliggende mechanismen die maken dat bepaalde educatieve applicaties effectiever zijn dan andere.

Een tweede mogelijk criterium is de efficiëntie van het leren. Helpt de app de leerlingen kennis en vaardigheden te verwerven op een meer efficiënte manier (sneller) dan zonder het gebruik van technologie? Sommige applicaties laten studenten toe om sneller inzicht te verwerven in bepaalde concepten door bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde animatie, gebruikersmanipulatie etc.

Een derde mogelijk criterium is de mogelijkheid van technologie om vaardigheden en/of competenties te ontwikkelen die anders in mindere mate zouden kunnen worden aangeleerd. Helpt de app studenten in het ontwikkelen van bijkomende vaardigheden? Kan het gebruik van de app bepaalde pedagogische technieken gedeeltelijk vervangen voor het aanleren van bepaalde bijkomende vaardigheden?

Een vierde criterium is complementair aan het voorgaande. Creëert technologie nieuwe mogelijkheden? Kan de app bijdragen tot het creëren van een nieuwe unieke (leer)ervaring? Sommige apps kunnen bijvoorbeeld  een brug slaan tussen tijd en afstand (vb. virtuele bezoeken). Andere apps kunnen door bijvoorbeeld het gebruik van animatie anders niet visuele concepten en processen op een visuele manier voorstellen, en bjvoorbeeld het bijwonen van gevaarlijke demonstraties of werkomgevingen virtueel mogelijk maken.

Een laatste criterium heeft betrekking op het aanleren van algemene competenties in het kader van levenslang leren. Helpt de app bij de ontwikkeling van (niet cognitieve) vaardigheden en gedragingen die belangrijk zijn voor het stimuleren van levenslang leren? Niet cognitieve vaardigheden, zoals volharding en zelfzekerheid, zelfregulering1, zelfreflectie, zelfdiscipline, efficiënte strategieën voor het aanleren van nieuwe zaken en sociale vaardigheden, bevorderen de motivatie en betrokkenheid van leerlingen. Een app kan bijvoorbeeld fouten van de gebruiker aanwenden als nieuwe mogelijkheden om bij te leren en leerlingen belonen wanneer wordt volhard in het oplossen van moeilijke problemen (growth mindset).

  • 1. Zie bijvoorbeeld de gaming industrie waarbij bepaalde technieken worden gebruikt om gamers te stimuleren om door te gaan naar het volgende niveau ongeacht de ervaren frustratie en moeilijkheden.

2.2. Doelstelling 2: gebruik van technologie als ondersteuning

Ligt de focus minder op het pedagogische en meer op de omkadering van leertrajecten, ook dan kunnen verschillende criteria worden aangewend. Het gebruik van criteria in functie van ondersteuning kan als volgt worden ingedeeld.

Een eerste criterium is de gebruiksvriendelijkheid van de applicatie. Is de app gemakkelijk te gebruiken? Hoe gebruiksvriendelijk is de interface? Hoe lang duurt het voor een ‘gemiddelde’ leerling om de applicatie voor de eerste keer te gebruiken? Moet de leerkracht/ mentor eerst een training- of introductiesessie volgen vooraleer de app juist kan worden gebruikt? Is er een help-functie etc.?

Een tweede criterium is de toegankelijkheid van de applicatie. Heeft het doelpubliek (studenten/ leerkrachten, mentoren) toegang tot de app in de klas, op de werkvloer, thuis? Wordt de snelheid van de app beïnvloed door het aantal ingelogde gebruikers? Hoe betrouwbaar is de app? Kan de app worden gebruikt op verschillende toestellen (PC, Mac, Iphone, Android, …)? Kan de app offline worden gebruikt?  Verwant hiermee is de toegang voor diverse doelgroepen. Biedt de app mogelijkheden voor slechtzienden, blinden en leerlingen met leermoeilijkheden? Kan de lettergrootte bijvoorbeeld worden aangepast of de tekst worden voorgelezen (compatibel met screen reader)? Voorziet de app in alternatieve bijkomende uitleg of visualisatie voor moeilijkere woorden en concepten? Kan de app gemakkelijk worden gebruikt in verschillende settings (klassiek leslokaal, werkvloer,…) en voor het aanleren van verschillende concepten en onderwerpen? Kan de app worden gebruikt in verschillende talen? Kan de taal van de app worden aangepast? Kortom: draagt de app bij tot het personaliseren van de leertrajecten op basis van individuele profielen en noden?

Een derde criterium is de manier waarop de applicatie de werking ondersteunt, niet enkel door het effectief gebruik ervan, maar ook door de mogelijkheid om analyse en koppeling met andere taken te faciliteren. Helpt de app leerkrachten/mentoren het werk van de studenten op een gemakkelijke en efficiënte manier te evalueren? Laat de app leerkrachten/mentoren toe om feedback te geven aan de leerlingen? Voorziet de app in een geautomatiseerde feedback? Laat de app toe om in bulk data te genereren (en te exporteren naar andere dataplatformen, zogenaamde  platformintegratie) en op een eenvoudige manier te analyseren? Maakt de app het mogelijk om trends te detecteren in het leerproces van leerlingen die zonder het gebruik van de technologie moeilijker achterhaald kunnen worden (evolutie van studenten, vergelijking met andere studenten/gebruikers,…)? Kan de app worden gebruikt voor verschillende doeleinden? Kan de app worden gebruikt voor een verscheidenheid aan (veelvoorkomende) taken van leerkrachten/ mentoren (vb. bijhouden van gedrag van leerlingen, taakevaluatie, communicatie met stakeholders, opmaak van taken,…)?

Een vierde criterium heeft te maken met het regelgevend karakter. In welke mate is de applicatie aangepast aan informatiedelen, encoding, GDPR en wordt de applicatie gezien als een betrouwbaar instrument? Is de (inhoud van de) app gevalideerd door eindgebruiker, erkend door een betrouwbare instantie (vb. professionele organisatie, overheidsinstantie, ondersteund door onderzoek,…)?

3. Levenslang leren next level

Levenslang leren staat hoog op de agenda. In verschillende landen met een hoge deelname aan levenslang leren is de kern een wisselwerking tussen leren, werken en technologie om de transitie naar een snel veranderende arbeidsmarkt mogelijk te maken. De arbeidsmarkt wordt uitgedaagd door de snelle digitalisering en technologie, maar die technologie kan ook het middel zijn om transities op die snel veranderende arbeidsmarkt mogelijk te maken. Bovenstaand artikel heeft een eerste inzicht gegeven in manier waarop van die beschikbare technologie kan gebruikt gemaakt worden afhankelijk van de doelstelling en de vereisten.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties

 

Auteurs