Een inspraaktraject met 116 jongeren over duaal leren

De Vlaamse Scholierenkoepel ging in gesprek met jongeren over wat zij belangrijk vinden bij de invoering van duaal leren. Vanuit een semi-gestructureerd interview spraken we met 116 jongeren uit voltijds, deeltijds, buitengewoon en duaal onderwijs en leertijd, en uit voor-, brug- en persoonlijke ontwikkelingstrajecten. De meeste jongeren spraken we in kleine groepjes, enkelen spraken we individueel, en we konden ook enkele volledige klasgroepen spreken. Zij gaven allen hun kijk op hoe het nu is, hoe het wordt, hoe het kan zijn. 

In deze bijdrage vindt u de beknopte resultaten van het inspraaktraject. Het volledige rapport en de volledige adviesnota met aanbevelingen uit het traject vindt u onderaan deze bijdrage.  

Synthese van de resultaten

Over de instroom naar duaal leren

Leerlingen krijgen over het algemeen weinig informatie over duaal leren en hebben daardoor heel wat misvattingen. Er is nood aan heldere, eenduidige en eenvoudige informatie voor leerlingen en leerkrachten over duaal leren, om een positieve studiekeuze voor duaal leren vanuit een degelijke onderwijsloopbaanbegeleiding mogelijk te maken.

Duaal leren bezit enkele kenmerken die jongeren waarderen voor een positieve studiekeuze, zoals de uitgebreide praktijkcomponent, de leervergoeding en de combinatie van leren en werken. Hoewel het huidige deeltijds onderwijs diezelfde aantrekkelijke kenmerken heeft, komt men vandaag toch vaak via een negatieve studiekeuze in het deeltijds onderwijs terecht. Die groep leerlingen verdient bijzondere aandacht en zorg, zowel in de hervorming van het deeltijds onderwijs als in de hervorming van het voltijds secundair onderwijs. Zij dreigen anders uit de boot van beide systemen te vallen.

Voor het vormgeven van naadloos aansluitende flexibele trajecten (NAFT) en de aanloopfase1 benoemen jongeren heel wat waardevolle sterke aspecten van het huidige deeltijds onderwijs, die niet verloren mogen gaan. De sterke, niet-rigide begeleiding bij de opleidingsverstrekker in kleine groepen met een beperkt aantal begeleiders per groep bijvoorbeeld. En ook de warme, verbindende ontvangst en begeleiding is voor hen cruciaal. 

  • 1. NAFT en aanloopfase zal de vernieuwde versie worden van de brugtrajecten, voortrajecten en persoonlijke ontwikkelingstrajecten. Het gaat om trajecten die werken aan de arbeidsrijpheid en/of arbeidsbereidheid van leerlingen, vooraleer zij kunnen overstappen naar het duale onderwijs.

Wat vinden leerlingen belangrijk omtrent de leerwerkplek?

Leerlingen krijgen 20 werkdagen om een leerwerkplek te vinden, en moeten het duale traject verlaten indien dat niet lukt. Leerlingen en scholen leveren heel wat inspanningen om een geschikte leerwerkplek te vinden binnen die vooropgestelde termijn. Die inspanningen zijn in deze fase van duaal leren – waarin opleidingsverstrekkers en geschikte werkgevers elkaar nog volop moeten vinden - broodnodig om die 20 werkdagen niet te overschrijden. Een versoepeling van de termijn is wenselijk. Ook wanneer doorheen het duale traject een nieuwe werkplek gezocht moet worden, kan de beperking in tijd een fundamentele belemmering worden. We pleiten dan ook voor een ‘reset’ van de termijn in plaats van dat de leerling het moet stellen met het restant van de 20 werkdagen om een nieuwe leerwerkplek te vinden.

De concretisering van de vakantieregeling komt kort bij de voorkeur van leerlingen. Zij willen voldoende vakantietijd, vergelijkbaar met andere scholieren, met een flexibele invulling van de periodes om het ritme van de werkplek te kunnen volgen. We zien echter de noodzaak om leerlingen voldoende te beschermen tegen de ongelijke onderhandelingspositie van de werkgevers (en sector) in het eventueel doorwerken tijdens schoolvakanties en het verminderen van verlof naar 12 in plaats van 15 weken. Leerlingen vragen ook om de mogelijkheid tot vakantiewerk bij hun duale werkgever.

Leerlingen hebben grote appreciatie voor de niet-schoolse aanpak van de mentor op de werkvloer in diens begeleiding. Hun verwachtingen van een mentor op de werkplek reflecteren hun leermotivatie en tegelijk soms ook leerzorgen. Zo verwachten ze in de eerste instantie een goede relatie die getuigt van wederzijds respect. Ze willen voldoende verantwoordelijkheid en leerkansen op de werkvloer krijgen. Ze kijken op naar de vakkennis van de mentor en hopen dat die stapsgewijs met hen gedeeld wordt, met bruikbare en evenwichtige feedback op hun prestaties en vooruitgang. Ze vragen tegelijk ook begrip en geduld, ook voor hun specifieke leer- of leefsituaties, en om ook de kwetsbare positie waarin zij in de leerwerkplek zitten, mee te bewaken.

Jongeren zijn blij dat de mentor een rol kan krijgen in de evaluatie, door stemrecht op de klassenraad. Ze zien dit als een validering van hun leren op de werkplek en hopen vooral dat de mentor die rol ook daadwerkelijk kan opnemen. We vragen aan scholen om de klassenraden daartoe flexibel en in samenspraak met mentoren te organiseren.

Welke verwachtingen hebben ze naar hun school toe?

Leerlingen verwachten vanuit de school een goede begeleiding, zowel op school als op de leerwerkplek. Ze halen op dat vlak heel wat sterke praktijken aan in het huidige deeltijds onderwijs, zoals de kleinere klasgroepen, met meer positieve binding, de nauwere opvolging door een beperkt aantal begeleiders en een beperkte set van meer levensechte schoolregels.

Verschillen in aanpak en invalshoek vanuit de school en de leerwerkplek worden als een aanvulling op elkaar gezien. Toch willen leerlingen voldoende werkplekbezoeken vanuit de school, waarvan de potentiële meerwaarde actief en sterker benut wordt. Leerlingen vragen ondersteuning wanneer er tegenstrijdige informatie komt van school en werkplek. 

Ten slotte vragen leerlingen ook meer afstemming tussen hun leertraject op school en het leertraject op de werkplek. We merken dat die afstemming sterker is wanneer leerlingen in een apart traject en klasgroep zitten voor duaal leren. Wanneer ze aansluiten bij een klasgroep van leerlingen in de niet-duale variant, wordt de afstemming vaak slechter beleefd. Er zit dan te veel overlap in het leren op school en op de werkplek, of de timing en opbouw van beide is onvoldoende op elkaar afgestemd. 

Ook geven leerlingen aan dat ze soms meer nood hebben aan leren op eigen tempo, en de mogelijkheden daarin sterker kunnen uitgebouwd worden. Differentiatie en maatwerk wat betreft inhoud en tempo van de leertrajecten moet nog verder vormgegeven worden.

En hoe zit het met participatie in duale trajecten?

Leerlingen in duale trajecten geven aan zich even goed op school te voelen als wanneer zij in een niet-duaal traject zaten en evenzeer deel uit te maken van de klasgroep, wanneer zij in duaal leren zitten.

De globale schoolorganisatie in voltijdse scholen houdt echter weinig rekening met de eigenheid van duale klasgroepen. Hierdoor ervaren leerlingen soms praktische problemen bij deelname aan activiteiten in de jaarplanning. Ze vinden het vooral spijtig dat hen niet altijd een volwaardig alternatief voorzien wordt, zoals bij schooluitstappen. We vragen dus om voldoende rekening te houden met alle groepen leerlingen, waaronder zij in een duaal traject, bij het opstellen van de jaarplanning en activiteitenkalender.

Leerlingen in duale trajecten beleven een gelijkaardige mate van inspraak in vergelijking met niet-duale leerlingen. Ze zijn echter niet noodzakelijk tevreden over die mate van inspraak. Vele leerlingen geven aan weinig inspraak te hebben op school. Leerlingen ervaren opvallend meer inspraak en betrokkenheid in Centra voor Leren en Werken, Centra voor Deeltijds Onderwijs en Syntra’s. Deze organisaties hebben zowel in hun cultuur als in de manier waarop ze georganiseerd zijn, meer oog voor inspraak van leerlingen en cursisten. 

Leerlingen ervaren op de leerwerkplek in de regel dan weer een positieve betrokkenheid en voldoende participatiemogelijkheden, vergelijkbaar met de werknemers van de werkplek.

Slotbeschouwing

Heel wat elementen uit het duaal leren worden sterk gewaardeerd door leerlingen. Leerlingen zijn in staat om sterke adviezen te formuleren om de implementatie ervan ook voldoende kwaliteitsvol en op maat te maken. De sterk gewaardeerde kwaliteiten vanuit het huidige deeltijds onderwijs mogen daarbij zeker niet verloren gaan.

Daarnaast pleiten we ook voor een sterkere cultuuromschakeling in het niet-duale voltijdse secundair onderwijs. Dat is nodig om te voorkomen dat leerlingen in een negatieve leerspiraal of waterval terechtkomen en vóór het einde van hun leerplicht moeten opgevangen worden in een alternatief systeem. Er is namelijk in duaal leren geen ruimte om hun persoonlijk welzijn of leermotivatie eerst te herstellen, en dat zou ook niet nodig moeten zijn.

Het niet-duale en het duale onderwijs zullen dus sterkere bruggen naar elkaar moeten slaan om leerlingen een succesvolle overstap tussen beide te laten maken, voor een sterke onderwijsloopbaan. Zowel een versterking van het niet-duale onderwijs, als het uitbouwen van het duale onderwijs zal nodig zijn om het vooropgestelde doel van minder ongekwalificeerde uitstroom te bereiken.

Wilt u hiermee aan de slag?

Bent u betrokken bij (het vormgeven en realiseren van) duaal leren, dan nodigen we u uitdrukkelijk uit om reflectief en constructief aan de slag te gaan met de adviezen uit de nota die u hieronder kan vinden. En blijf in gesprek gaan met de belangrijkste ervaringsdeskundigen: de scholieren.

Eindrapport

- 2019_05_eindrapport_inspraaktraject_duaal_leren_vsk.pdf
0.28 MB

Advies Vlaamse Scholierenkoepel

- vsk-advies_duaal_leren_2019.pdf
0.41 MB

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs