Europass en Erasmus+: toegangspoort tot leren en werken in Europa

1. Wat is Europass?

Als je wilt gaan studeren, werken of stage lopen in het buitenland, is het belangrijk om duidelijk te maken wie je bent, wat je kan en wat je graag wil doen of bijleren. Europass helpt daarbij.

Europass is een initiatief van de Europese Commissie om mobiliteit in het kader van leren en werken te vergemakkelijken. Het duidelijk zichtbaar maken van kwalificaties en competenties over de grenzen heen, is daarbij essentieel. Als je een kwalificatie hebt behaald in het buitenland, is het belangrijk om duidelijk te kunnen maken aan een toekomstige werkgever, opleidings- of onderwijsinstelling wat die kwalificatie concreet inhoudt. Het kunnen aantonen welke competenties je verworven hebt tijdens een buitenlandse stage, is een meerwaarde voor je CV en je (levenslang) leren.

Daartoe heeft Europass een aantal tools en diensten ontwikkeld.

  • Het Europass-CV is hét standaard-cv in Europa. Sinds de start van Europass in 2004 zijn er in Europa reeds meer dan 130 miljoen dergelijke CV’s aangemaakt. Het is het meest gebruikte CV in Europa en is beschikbaar in 29 talen. Daarom is dit CV uitermate geschikt om te solliciteren voor een stage, opleiding of werk zowel in Europa als daarbuiten. De gratis online editor is hier beschikbaar.
  • Het Europass Diplomasupplement geeft bijkomende informatie over de aard, de inhoud, het niveau en de duur van je bachelor- of masterdiploma zodat werkgevers en/of onderwijsinstellingen in het buitenland beter begrijpen wat je kwalificatie inhoudt. Het diplomasupplement is samen met de Raad van Europa en de UNESCO ontwikkeld. Het Europass Diplomasupplement wordt gratis uitgereikt door de hogeronderwijsinstellingen.
  • Het Europass Certificaatsupplement geeft bijkomende informatie over de aard, de inhoud, het niveau en de duur van je beroepsopleiding zodat werkgevers en/of onderwijsinstellingen in het buitenland beter begrijpen wat je kwalificatie inhoudt. Het Europass Certificaat-supplement is gratis beschikbaar voor iedereen die een beroepsopleiding afgerond heeft of een ervaringsbewijs behaald heeft.
  • Het Europass Mobiliteit-document bewijst en valideert de vaardigheden en competenties verworven tijdens een buitenlandse stage, opleiding of nascholing. Het document wordt vandaag voornamelijk gebruikt door onderwijsinstellingen die buitenlandse stages organiseren voor hun leerlingen uit het tso en bso in het kader van een projectaanvraag Erasmus+.

2. Hoe kan Europass je helpen?

Waarom zou je Europass gebruiken en voor wie is Europass bedoeld?

  1. voor burgers (studenten, werkzoekenden en werknemers) die een buitenlandse leer- of werkervaring zoeken of hebben opgedaan door hun competenties en kwalificaties zichtbaar en verstaanbaar te maken;
  2. voor werkgevers die internationaal rekruteren door de werkervaring en de inhoud van de buitenlandse gevolgde opleidingen van hun sollicitanten goed in te kunnen schatten;
  3. voor organisaties (onderwijsinstellingen, vrijwilligersorganisaties…)  die (mee) buitenlandse leer- en werkervaringen organiseren door het ondersteunen van de aanmaak van de Europass Mobiliteit-documenten.

3. Stages in het buitenland via Erasmus+

Figuur 1. Aantal gefinancierde projecten en bedragen volgens domein. (Bron: Jaarboek 2018 Epos)

Via het programma Erasmus+1 is het mogelijk om stages te organiseren in het buitenland. Als onderwijs- en/of opleidingsinstelling dien je daarvoor een kwalitatief project in te dienen bij Epos vzw om aanspraak te kunnen maken op subsidies.

Het organiseren van stages in het buitenland, is binnen het programma Erasmus+ één van de meest gebruikte mogelijkheden. Hoewel het financieringsbedrag van het domein hoger onderwijs hoger is, zijn er meer gefinancierde projectaanvragen binnen het domein beroepsonderwijs- en opleiding. Zo nam in 2018 het domein beroepsonderwijs en -opleiding (KA102 en KA116)2 39% van alle aanvragen (58/150) voor haar rekening; gevolgd door 26% (39/150) binnen het domein schoolonderwijs (KA101), 25% (37/150) binnen het domein hoger onderwijs (KA103 en KA107) en 11% (16/150) binnen het domein volwasseneneducatie (KA104). Figuur 1 toont over hoeveel middelen er binnen de KA1 projecten naar elk van de verschillende domeinen gaat. Na het hoger onderwijs gaan de meeste middelen naar het domein beroepsonderwijs en -opleiding.

  • 1. Erasmus+ is het EU-programma op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport voor de periode 2014-2020. Het biedt mensen van alle leeftijden uit alle onderwijs- en opleidingssectoren de kans om kennis en ervaring op te doen bij organisaties en instellingen in het buitenland en om deze kennis en ervaring met elkaar uit te wisselen. Op die manier wil het EU-programma bijdragen aan innovatie, levenslang leren, economische groei, werkgelegenheid en inclusie in Europa.
  • 2. Kern Actie 1 (KA1) van het Erasmus+ programma ondersteunt mobiliteit in onderwijs, opleiding en de jeugdsector. Door individuele leermobiliteit mogelijk te maken wordt een duurzaam effect beoogd op de deelnemers en de betrokken organisaties. Binnen onderwijs en opleiding is mobiliteit van personeel, studenten hoger onderwijs en leerlingen uit het initieel beroepsonderwijs mogelijk. De KA1-projecten worden verder onderverdeeld in: - KA101: mobiliteit personeel binnen schoolonderwijs - KA102: mobiliteit personeel en leerlingen binnen beroepsopleidingen en -vormingen (zonder charter) - KA116: mobiliteit personeel en leerlingen binnen beroepsopleidingen en -vormingen (met charter). (Scholen met charters hebben een vereenvoudigde aanvraagprocedure) - KA103: mobiliteit personeel en studenten binnen hoger onderwijs met programmalanden - KA107: mobiliteit personeel en studenten binnen hoger onderwijs met partnerlanden -KA104: mobiliteit personeel binnen de volwasseneneducatie Voor meer info: epos-vlaanderen.be
Figuur 2. Percentage deelnemers per soort mobiliteit binnen het domein beroepsonderwijs en -opleiding (Bron: Jaarboek Epos 2018)

Binnen het domein beroepsonderwijs en -opleiding gaan de projectaanvragen voornamelijk over stages van korte duur (gemiddeld 18 dagen). Van langdurige mobiliteit (tussen 6 en 12 maanden) wordt er weinig gebruik gemaakt (1% van de aanvragen). Slechts 7% van de aanvragen binnen het domein beroepsonderwijs en -opleiding gaat over mobiliteit van onderwijzend personeel (zie figuur 2).

Wie gaat op buitenlandse stage, hoelang en in welke beroepsopleidingen?

Figuur 3. Verhouding mannen-vrouwen per domein in KA1-projecten (Bron: Jaarboek Epos 2018)

Voornamelijk leerlingen uit het tso en bso lopen stage in het buitenland. De gemiddelde duur van zo’n stageperiode bedraagt 18 dagen. Ook langdurige stages zijn mogelijk (meer dan 3 maanden) maar van deze mogelijkheid maken slechts weinig organisaties gebruik (1%). Gemiddeld genomen nemen ongeveer evenveel meisjes (51%) als jongens (49%) deel aan de stages maar deze percentages verschillen sterk tussen de verschillende beroepsopleidingen. Opvallend is dat binnen de andere domeinen steeds meer vrouwen dan mannen deelnemen (zie figuur 3).  

Figuur 4. Bestemming per soort mobiliteit binnen het domein beroepsonderwijs en -opleidingen (Bron: Jaarboek Epos 2018)

De meest populairste bestemmingen voor stages van korte duur in 2018 zijn het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Frankrijk. De beroepsopleidingen ‘Gezondheidszorg en sociaal werk’, ‘Toerisme, catering, horeca & accommodatie’, ‘Landbouw, tuinbouw, visserij en milieu’ en ‘Administratie en diensten’ zijn de meest voorkomende beroepsopleidingen waarin de stage plaatsvindt (VET Tracer Study, 2019).

‘ERASDU’: Duaal leren in het buitenland

Ook jongeren uit Duaal Leren en Leren en Werken kunnen stage lopen in het buitenland dankzij het ERASDU-project. Dit project, gefinancierd door Erasmus+, wordt gecoördineerd door SYNTRA Vlaanderen. Tot op heden hebben al meer dan 100 leerlingen via dit initiatief stage gelopen in het buitenland. De stage duurt gemiddeld twee weken met minstens drie werkdagen per week.

Het project gaat niet alleen over het uitsturen van leerlingen naar het buitenland, maar ook over het ontvangen van buitenlandse duaal lerenden. In 2018 en 2019 werden er in totaal 96 Vlaamse leerlingen uitgestuurd uit 13 deelnemende scholen. Er werden 32 buitenlandse leerlingen ontvangen. In 2020 zullen opnieuw minstens 80 leerlingen deelnemen.

De leerling oefent normaal gezien het beroep uit waarvoor hij of zij een opleiding volgt, maar kan ook een beroep uitoefenen dat een specialisatie is in een supplementaire of complementaire beroepsactiviteit, bijvoorbeeld een kok die zich wil specialiseren in patisserie. De uitgestuurde leerlingen kwamen voornamelijk uit de beroepsopleidingen binnen horeca (29%), zorg (18%) en bouw (10%).

Meer jongens (62,5%) dan meisjes namen deel en de meest populaire bestemmingen zijn Nederland (22%) en het Verenigd Koninkrijk (20%), gevolgd door Italië (18%) en Duitsland (13%). De ontvangen duaal lerenden kwamen voornamelijk uit het Verenigd Koninkrijk (47%), gevolgd door Estland (22%), Frankrijk (19%) en Duitsland (12%).

Ik heb geleerd om mijn plan te trekken in een vreemd land
en in een andere taal. Normaal ben ik bij vreemden
een verlegen persoon die geen leiding durft te nemen.
Nu nam ik tegenover mijn mede-Erasmus-collega
maar al te graag de leiding. Zowel op de stageplaats als
op de verblijfplaats. Als enige meisje kon ik mijn mannetje
wel staan tussen acht jongens. Ik heb er zelfs twee van leren koken.
Joyce
Verkoopster, Schotland - Verenigd Koninkrijk, ERASDU

4. Het gebruik van Europass

Bij het indienen van een projectaanvraag Erasmus+ wordt er gevraagd op welke manier de leeruitkomsten zullen gevalideerd worden (via Europass, ECVET of andere instrumenten). Onderstaande tabel toont aan dat binnen het domein beroepsonderwijs en -opleiding (KA102) bijna zo goed als alle projectaanvragers hebben aangeduid om Europass te gebruiken; zowel in het kader van leerkracht- als leerlingmobiliteit (96%). De percentages in het schoolonderwijs en de volwasseneneducatie liggen wat lager, maar zijn nog steeds boven de 70%. Binnen de aanvragen voor het domein hoger onderwijs en de VET-charters (KA116) wordt deze vraag niet gesteld.

Binnen het domein beroepsonderwijs- en opleiding wordt het document ‘Europass Mobiliteit’ het meest gebruikt. Dit is niet verwonderlijk omdat dit document de verworven competenties tijdens een stage (of nascholing) in het buitenland valideert. Bovendien maken de meeste leerkrachten ook gebruik van dit document; meer dan in andere domeinen.

Europass Mobiliteit wordt in toenemende mate gebruikt. Terwijl er in de beginjaren van Europass in Vlaanderen slechts 292 documenten per jaar werden aangemaakt, werden er 13 jaar later al 2638 documenten per jaar aangemaakt.

Onze jongeren zijn open gebloeid en staan sterker in het leven. Bovendien is de Europass Mobility een interessante adelbrief voor hun verdere carrière.

Maarten
Vlaamse begeleider, Italië, ERASDU
Figuur 5. Aantal Europass-CV’s die online werden aangemaakt sinds 2007 per land

Niet alleen Europass Mobiliteit maar ook het Europass-CV heeft een sterke groei gekend de afgelopen jaren. Sinds 2007 zijn er in totaal al meer dan 1.5 miljoen Europass-CV’s online aangemaakt in België. In figuur 5 kan je zien dat in België in 2007 er 6392 Europass-CV’s online zijn aangemaakt, in vergelijking met 232.112 in 2019.

5. Wat is de meerwaarde van een buitenlandse stage?

Heeft een buitenlandse stage een meerwaarde in vergelijking met een stage in het binnenland? Het antwoord is ontegensprekelijk ja.

Wat betreft vaktechnische competenties zit de belangrijkste meerwaarde in het aanleren van nieuwe technieken die in het eigen land (nog) niet (zo vaak) toegepast worden. Zo vond er bijvoorbeeld een stage plaats in een Finse school om te leren werken met hoogtechnische boomzaagmachines. Een ander voorbeeld is een stage naar Frankrijk om het wijnmaakproces te begrijpen en professionele wijnproeverijtechnieken te leren.

Ik heb geleerd om te werken met nieuwe materialen die men in België minder gebruikt. Ik heb het mogen ervaren om samen te werken met een zelfstandige ondernemer, dit is toch wel anders dan te werken voor een groot bedrijf. Het vroeger beginnen en nemen van andere pauzes was wel even iets waaraan ik moest wennen maar het is me toch gelukt. Het leren zelfstandig te werken en jezelf te evalueren op je eigen werk is toch één van de belangrijkste aspecten die ik deze twee afgelopen weken heb mogen leren.
Oussama
Elektromechanisch Technicus, Duitsland, ERASDU
Al na een paar dagen kreeg ik echte verantwoordelijkheden
en mocht ik zware machinerie besturen.

Maar de grootste meerwaarde van buitenlandse stages is het verwerven van taalcompetenties, burgerschapscompetenties en soft skills zoals:

  • probleemoplossend vermogen,
  • initiatief nemen,
  • verantwoordelijkheid nemen,
  • zelfstandig werken,
  • motivatie en zelfvertrouwen.

(National Agency Education for Europe at the Federal Institute for Vocational Education and Training, 2017; European Commission, 2019, 2014).

Ik ben onafhankelijker geworden en leerde opkomen voor mezelf.
Ik was verantwoordelijk voor de organisatie van het restaurant.
Hoewel ik er al behoorlijk goed in was, zijn mijn
organisatievaardigheden nog sterk verbeterd.

Werkgevers hechten veel belang aan soft skills bij rekrutering. Ze wegen vaak meer door bij de aanwerving dan cognitieve vaardigheden, deels omdat werkgevers ervan overtuigd zijn dat cognitieve vaardigheden en vaktechnische competenties nog getraind kunnen worden op de werkvloer (Protsch & Solga, 2015).

Wat is de meerwaarde voor de stagiair of lerende zelf?

Bron: Erasmus+ impact studie 2014, vertaling door Epos

Voor de stagiair of de lerende is deze buitenlandse ervaring een extra troef op de arbeidsmarkt en stimuleert het ondernemingszin (European Commission, 2014, 2019).

  • bijna 1 op 10 Erasmus-stagiairs is een eigen bedrijf begonnen
  • 3 op de 4 zijn van plan om een eigen zaak te beginnen of kunnen zich dat voorstellen;
  • meer dan 1 op 3 stagiairs kregen een job aan geboden in de onderneming van hun stage;
  • de werkloosheidsgraad was 23% lager bij Erasmus-stagiairs in vergelijking met hun medeleerlingen zonder deze buitenlandse ervaring.
Mijn stage, waar mijn internationale stage deel van uitmaakte,
zorgde ervoor dat ik meteen werk vond nadat ik was afgestudeerd.
Mijn buitenlandse stage heeft bijgedragen aan mijn beslissing
om hoger onderwijs te volgen in hetzelfde vakgebied.
Ik hoop tijdens mijn bacheloropleiding opnieuw
een buitenlandse stage te kunnen doen.

Wat is de meerwaarde voor werkgevers?

Bron: Erasmus+ impact studie 201, vertaald door Epos

Uit een enquête blijkt dat dat de meerderheid van de werkgevers positieve ervaringen hebben met buitenlandse stagiairs en deze stages willen blijven opnemen in hun initiële beroepsopleiding (European Commission, 2014).

Werkgevers hechten veel belang aan soft skills bij het aanwerven van personeel en het zijn net deze vaardigheden die tijdens een buitenlandse stage extra worden aangesproken en verworven.

  • meer dan 60% van de werkgevers vinden internationale ervaring belangrijk bij het aanwerven van personeel;
  • meer dan 60% van de werkgevers zegt afgestudeerden met een internationale achtergrond meer professionele verantwoordelijkheid te willen geven;
  • 92% van de werkgevers vinden soft skills belangrijk en vinden dit zelfs in grotere mate belangrijk dan relevante werkervaring 78%)

6. Naar Europass 2.0

In april 2018 namen het Europese Parlement en de Raad van de EU het besluit om de Europass-tools aan te passen aan de huidige noden met betrekking tot leren en werken van de Europese burger. Het doel van Europass blijft daarbij onveranderd (namelijk het faciliteren van mobiliteit door het verhogen van de transparantie van vaardigheden en kwalificaties) maar er wordt sterk ingezet op de digitalisering van studie- en opleidingsbewijzen. Het nieuwe Europass platform biedt ook een aantal nieuwe tools en diensten aan.

Kort samengevat wordt het Europass-CV een e-portfolio dat toelaat om al je competenties, kwalificaties en interesses te documenteren en digitaal te bewaren. Ook je leerbewijzen (diploma’s, certificaten, …) zullen via het nieuwe platform (Europass Digital Credentials Infrastructure) kunnen uitgereikt worden door bevoegde instanties en bewaard worden door de gebruiker. Het Europass platform zal bovendien toelaten om te zoeken naar leer- en jobmogelijkheden over heel Europa.

Zo wordt Europass een instrument ter ondersteuning van loopbaanmanagement en keuzes met betrekking tot levenslang leren.

7. Meer weten over Europass

In elke lidstaat is een Nationaal Europass Centrum (NEC) gevestigd dat de activiteiten rondom Europass coördineert en in eigen land promoot. In Vlaanderen is het NEC gesitueerd in Epos vzw1 in nauwe samenwerking met de VDAB en het Departement Onderwijs en Vorming.

Europass website: www.europass-vlaanderen.be

Europass mobiliteitstool: https://www.europassmobiliteit.be/

Nieuwe Europass: https://ec.europa.eu/futurium/en/europass

Contactgegevens Nationaal Europass Centrum Vlaanderen:

Epos vzw, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel

VDAB Europees Beleid, Keizerslaan 11, 1000 Brussel

europass@vdab.be ,+32 (0)2 553 95 91, +32 (0)2 506 04 48

Europass Facebook: https://www.facebook.com/EuropassVlaanderen/

  • 1. Epos vzw staat in voor de uitvoering in Vlaanderen van Europese en internationale programma’s en acties voor onderwijs, vorming, opleiding en levenslang leren. Dit houdt o.a. het Erasmus+-programma in maar ook het Nationaal Europass Centrum voor Vlaanderen.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties

 

European Commission (2019). The Erasmus+ higher education impact study. Luxembourg: Publications Office of the European Union.

European Commission (2014). The Erasmus impact study. Luxembourg: Publications Office of the European Union.

National Agency Education for Europe at the Federal Institute for Vocational Education and Training (2017). Transnational mobility in initial vocational education and training in 2017

Protsch, Paula & Solga, Heike. (2015). How Employers Use Signals of Cognitive and Noncognitive Skills at Labour Market Entry. Insights from Field Experiments. European Sociological Review. 31. 10.1093/esr/jcv056.

Auteurs

Recente blogberichten