Hoe pakken Europese landen duaal leren tijdens de coronacrisis aan? Een overzicht

In april maakte Cedefop een syntheserapport over hoe diverse landen omgaan met duaal leren tijdens de coronacrisis. Het rapport kwam tot stand met input van de verschillende landenexperten1 uit de Cedefop community of apprenticeship experts. Deze bijdrage bundelt voor u de belangrijkste inzichten uit het rapport. Het originele rapport in het Engels kan geraadpleegd worden op de website van Cedefop.

  • 1. De volgende landen/regio’s gaven hun input: Oostenrijk, België, Bulgarije, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ijsland, Ierland, Italië, Litouwen, Malta, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. 

Het rapport belicht vijf aspecten:

  1. De impact op de schoolcomponent
  2. De impact op de werkcomponent
  3. De impact op contractuele zaken, verloning, etc.
  4. De impact op evaluatie en examens
  5. Gecentraliseerde steunmaatregelen

1. De impact op de schoolcomponent

Scholen en aanbieders van duale trajecten zijn in alle landen gesloten. Leerlingen kunnen dus niet naar school. Landen verschillen wel in de deadline tot wanneer de maatregelen van kracht zijn. De meeste landen zetten online lessen en afstandsonderwijs in om de schoolcomponent te vervangen. Dit gebeurt op heel verschillende manieren. Enkele voorbeelden:

  • In Frankrijk en Duitsland kunnen leerlingen die thuis geen mogelijkheid hebben om online lessen te volgen dit in het bedrijf doen (indien het bedrijf niet gesloten is). Het bedrijf stelt de nodige apparatuur ter beschikking.
  • In Noorwegen en Finland zijn er diverse apps en platformen ontwikkeld die de lerende, de begeleider van de opleidingsinstelling en de mentor met elkaar verbinden. Zo kan het geven van taken (zowel op de werkplek als online lessen) gecoördineerd worden.
  • In Letland maakt men gebruik van een elektronisch dagboek om communicatie tussen leerlingen en leraars te faciliteren.
  • In Portugal heeft het Instituut voor Werk en Beroepsopleiding (IEFP) haar eigen digitaal platform voor e-leren ontwikkeld en ter beschikking gesteld aan het volledige netwerk van opleidingscentra.

2. De impact op de werkcomponent

In de meeste landen zijn veel bedrijven gesloten. Leerlingen kunnen in dat geval dus niet naar hun bedrijf; overeenkomsten zijn geschorst. Voor de essentiële diensten en sectoren loopt werkplekleren meestal wel gewoon door. In sommige landen zijn er alternatieven uitgewerkt als bedrijven gesloten zijn. Enkele voorbeelden:

  • In Nederland kunnen de leerlingen een alternatieve werkplek aanvragen bij Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) om hun competenties aan te leren.
  • In Duitsland wordt aanbevolen dat bedrijven die gesloten zijn hun duale leerling eventueel overplaatsen naar andere departementen of bedrijfsdivisies die wel nog open zijn. Indien dat niet lukt, moeten bedrijven hun leerlingen een project geven om thuis aan te werken en dat de organisatie moet helpen bij de heropstart na corona.
  • Ook in Hongarije worden bedrijven gestimuleerd om thuisprojecten aan te bieden aan de leerlingen.
  • In Duitstalig België wordt het aandeel werkplekleren verhoogd van 80% naar 100% van de tijd, mits social distancing gegarandeerd kan worden.

3. De impact op contractuele zaken, verloning, etc.

Leerlingen wiens contract niet geschorst is, worden meestal gewoon doorbetaald. Als bedrijven gesloten zijn, zijn er soms compenserende maatregelen. Het hangt ervan af of duaal leren al dan niet onder het arbeidsrecht valt.

In de meeste landen valt duaal leren onder het arbeidsrecht. Dat betekent dat leerlingen een vergoeding/loon krijgen en dus ook aanspraak kunnen maken op een uitkering /arbeidsmarktmaatregelen tijdens de coronacrisis. De aanpak verschilt tussen landen. Enkele voorbeelden:

  • In België bestaat er het stelsel van de tijdelijke werkloosheid.
  • In Oostenrijk betalen de bedrijven 100% van de leervergoeding maar kunnen ze aanspraak maken op een terugbetaling door de dienst voor werkloosheid.
  • In Finland en Griekenland kan er een beurs worden aangevraagd bij de overheid.
  • In Ierland krijgen leerlingen die een periode niet op de werkplek zijn, een vergoeding van de overheid. De overheid neemt echter ook steunmaatregelen richting de bedrijven. Zo kan tot 70% van de lonen gesubsidieerd worden. Er zijn echter ook heel wat duale leerlingen die door de crisis hun werkplek definitief verloren zijn. Zij kunnen aanspraak maken op een nieuwe ‘pandemiewerkloosheidsuitkering’ die er in het leven werd geroepen.

In sommige andere landen vallen duale contracten niet onder de arbeidswetgeving. Leerlingen ontvangen er een vergoeding of beurs van de overheid. Dat is het geval in Malta, Portugal, Noorwegen, Slovenië en Zweden.

  • In Malta worden alle duale leerlingen doorbetaald.
  • In Portugal krijgen de meeste leerlingen een vergoeding, met uitzondering van maaltijdvergoedingen.
  • In Noorwegen krijgen leerlingen een vergoeding die varieert naargelang de sector. Ze krijgen minimum € 1000 per maand van de overheid.
  • In Slovenië krijgen leerlingen enkel een vergoeding voor de dagen dat ze effectief op de werkplek zijn geweest.
  • In Zweden krijgen alle leerlingen € 250 per maand van de overheid. Sommigen onder hen hebben een arbeidscontract en krijgen meer (€ 500 per maand). Alle werkgevers blijven hun toelage vanuit de overheid behouden die ongeveer € 4500 per jaar per leerling bedraagt.

4. De impact op evaluatie en examens

In vele landen zijn de beslissingen rond examens en evaluatie nog niet genomen, zoals het geval in Frankrijk, België, Ierland, Italië, Malta, Noorwegen en Polen. Andere landen beslisten om examens uit te stellen, zoals het geval in Oostenrijk, Duitsland, Nederland, Roemenië, Slovenië, Wales en Engeland. Enkele voorbeelden:

  • In Griekenland zullen de eindexamens doorgaan in oktober.
  • In het Verenigd Koninkrijk kunnen endpoint assessments pas worden afgenomen na de afbouw van de maatregelen.
  • In Duitsland worden de eindexamens normaalgezien afgenomen in april. Deze zijn uitgesteld naar juni.

5. Gecentraliseerde steunmaatregelen

Sommige landen hebben ad hoc organen opgericht om centrale ondersteuning te voorzien en de situatie te managen. Verschillende landen hebben FAQ’s over duaal leren gepubliceerd. Voorbeelden zijn Duitsland en Portugal. In Ierland is een centrale werkgroep opgericht met de belangrijkste stakeholders inzake duaal leren, die wordt geleid door het departement onderwijs. Die werkgroep moet duale leerlingen, werkgevers, opleidingsverstrekkers en andere belangrijke stakeholders ondersteunen tijdens de periode van de lockdown.

Samengevat

  • Alle landen spannen zich in opdat leerlingen kunnen blijven leren bij onderwijs en opleidingsaanbieders, terwijl ze gesloten zijn. Dat gebeurt doorgaans via afstandsonderwijs en door de contacten met bedrijven te garanderen (het contract niet schorsen, ontwikkeling van projecten op afstand, incentives door de overheid, overeenkomsten met aanbieders van onderwijs en opleiding). Het doel is om geen jaar te verliezen en toch te kunnen afstuderen. De meeste landen zijn echter nog bezig met het uitwerken van de aspecten rond assessment en evaluatie. In het ergste geval wordt het uitstellen van eindexamens overwogen.             

  • Afstandsonderwijs is echter versnipperd en het gebruik ervan hangt sterk af van de opleidingsaanbieders en de beschikbaarheid en digitale vaardigheden van leerkrachten en van sectoren. Het gebruik ervan varieert van communicatie / in contact blijven met studenten, tot het ter beschikking stellen van bronnen en leerinhouden tot daadwerkelijk lesgeven. Sommige landen overwegen een digitale eindbeoordeling.

  • Een cruciale rol is weggelegd voor leerkrachten en voor de samenwerking tussen school en bedrijf om de continuïteit in het leren te garanderen. In sommige gevallen waar de lerenden nog naar het bedrijf kunnen, verzorgen de bedrijven ook een deel van de leerinhouden die normaalgezien op school moesten gegeven worden.

  • Wat betreft scholen is de situatie vrij eenduidig: de meeste zijn gesloten. Wat betreft bedrijven is er meer variatie en hangt dit grotendeels af van de sector. Discontinuïteit in de schoolcomponent betekent ook niet noodzakelijk discontinuïteit in de werkcomponent. Grotendeels kunnen leerlingen hun overeenkomsten verderzetten in volgende sectoren: gezondheidszorg, voeding, bouw, en verder waar bedrijven open blijven en de social distancing maatregelen kunnen garanderen. In de sectoren die zijn stilgelegd, hebben de meeste duale leerlingen ook hun overeenkomst moeten schorsen: horeca, welzijn, toerisme.

  • Wat betreft de contractuele implicaties voor leerlingen, is er een belangrijk verschil tussen leerlingen met contracten die onder de arbeidswet vallen en dus gebruik kunnen maken van arbeidsmarktmaatregelen, en degenen met contracten die niet onder de arbeidswet vallen en een beurs vanuit de overheid blijven ontvangen.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen

Recente blogberichten