Ondernemersvorming in de 21ste eeuw. Lessen uit Finland

Het ESF-project ‘Ondernemersvorming in de 21ste eeuw’ kwam er naar aanleiding van de beslissing van de Vlaamse regering om de vestigingswet en de vereiste basiskennis bedrijfsbeheer af te schaffen vanaf respectievelijk 1 januari 2018 en 1 september 2019. SYNTRA Vlaanderen is één van de partners en promotor van dit project. We deden eerder al verslag over de lessen die we leerden in Bulgarije en Ierland. Eind april bracht SYNTRA Vlaanderen in dit kader ook een bezoek aan Finland om te leren hoe ondernemersvorming daar georganiseerd wordt, samen met UNIZO. Ondernemend onderwijs en ondernemerscompetenties vormen er de basis van ondernemersvorming. Experimenteren en het hanteren van een doelgroepenbeleid worden niet geschuwd. En de hervormingen in VET zorgen ervoor dat jongeren en volwassenen onder eenzelfde regelgeving vallen. Hieronder leest u er meer over.

Ondernemend onderwijs als basis

Het Finse landschap van ondernemersvorming in kaart gebracht (Workshop aan de universiteit van Tampere)

In Finland organiseerde SYNTRA Vlaanderen in samenwerking met Tampere University een ronde tafel omtrent ondernemerschap. De deelnemers waren erg divers. Zo waren verschillende opleidingsverstrekkers aanwezig, maar ook een vertegenwoordiger van het Finse Ministerie van Onderwijs en Cultuur, een volwassen student in een ondernemersopleiding en een business angel.1 Na een introductie en enkele presentaties, brachten de deelnemers gelijkenissen en verschillen in ondernemersvorming in kaart tussen Finland en Vlaanderen.

Dat beide landschappen enige versnippering kennen, werd al snel duidelijk.

  • 1. Een business angel is een verstrekker van durfkapitaal. Hij/zij investeert privaat vermogen in een bedrijf waarvan hij/zij snelle groei verwacht, hoewel dit onzeker is. Doorgaans gebeurt de investering in ruil voor aandelen die hij/zij na een aantal jaren opnieuw verkoopt. Ook verstrekt de business angel vaak advies aan het bedrijf op basis van zijn/haar eigen ervaring in de bedrijfswereld.

Opvallend verschil is dat de lokale overheden in Finland zeer veel autonomie hebben qua organiseren van opleidingen, inclusief ondernemersvorming. Een ander verschil met Vlaanderen is dat in Finland een minderjarige een bedrijf kan opstarten, mits toestemming van zijn of haar voogd. De handelsregisterverklaring wordt daarbij ondertekend door zowel de minderjarige als de voogd. Volgens het Finse YES-netwerk plukt de maatschappij nu de vruchten van ondernemend onderwijs dat sinds 1994 een verplicht onderdeel in het leerplichtonderwijs is. De betrokkenheid van niet-IT-ondernemingen bij ondernemend onderwijs blijft echter een knelpunt. Scholen blijven soms voorzichtig met het betrekken van niet-IT-bedrijven bij onderwijs.

Ook een studentenvertegenwoordiger van Proakatemia stelt dat de basis van ondernemerschap gelegd wordt in het lager en middelbaar onderwijs. Zijn huidige business opleiding, waarin hij samen met andere studenten daadwerkelijk een co-operatieve opricht, is daar de doorgedreven voortzetting daarvan. Het educatieve model waarop Proakatemia zich baseert, is dat van Tiimiakatemia. Het voorziet coaching en focust op “learning by doing, like it happens mostly in family businesses,” aldus de studentenvertegenwoordiger.

Leren en ondernemen door te experimenteren

Elementen van een experimentele cultuur. (Bron: Experimental Finland. Experiments as Tools for Change. Presentatie 25 april 2019)

SYNTRA Vlaanderen en UNIZO bezochten ook Experimental Finland. Dat programma werd opgericht in 2015 onder de toenmalige eerste minister van Finland, overtuigd dat sommige complexe problemen niet via een resultaatsgerichte planning aangepakt kunnen worden. Zo is het programma internationaal vooral gekend voor het langlopende experiment omtrent basisinkomen.1 Het programma faciliteert experimenten op basis van de regeringsagenda én grassroots2 innovatie, hoewel deze doorgaans kleinschalig zijn. 

  • 1. Dit project loopt nog tot maart 2020 en wordt dan pas geëvalueerd.
  • 2. Van de basis ontwikkeld. In beleid gaat het dan vaak over – hier innovatie door – burgers.

De doelstelling van het programma is innovatieve oplossingen te vinden voor maatschappijontwikkeling en diensten, deze in praktijk te brengen en van daaruit evidence based beleid te stimuleren. Falen kan echter, en is toegelaten. Dat wordt ook op 13 oktober, de internationale dag van het falen, in de kijker gezet. Daarnaast wil het regionale en lokale besluitvorming en samenwerking versterken, en individuele initiatieven en ondernemerschap promoten.

Het team van Experimental Finland publiceerde onder andere richtlijnen omtrent experimenteren en een gids voor mentoren. Daarnaast ondersteunt het ook een digitaal platform waarop financieringsoproepen voor kleinschalige projecten gelanceerd worden, een netwerk opgebouwd wordt tussen experimentatoren, en lessen gedeeld worden. Kleinschalige projecten die tot goede oplossingen komen, worden in een stroomversnelling gebracht en op grotere schaal toegepast. Dat acceleratieproces wordt begeleid door Motiva, een bedrijf gespecialiseerd in duurzame ontwikkeling,  en omvat onder andere vorming omtrent de ondernemingsopportuniteiten in het kader van een succesvol experiment. De projecten met het meeste potentieel worden in contact gebracht met andere financiering en/of partners, zoals Business Finland. “De bedrijfswereld volgt sommige experimenten dan ook op de voet op,” aldus Experimental Finland.

VET-hervormingen

Na Experimental Finland trokken UNIZO en SYNTRA Vlaanderen richting EDUFI, het Finse Nationale Agentschap voor Onderwijs. Dat bevestigde wat eerder al bij de workshop aan de Universiteit van Tampere werd vermeld: lokale overheden, maar ook private organisaties, hebben een grote autonomie in de uitvoering van het onderwijsbeleid. EDUFI ondersteunt door onder andere het National Qualifications Framework (NQF) en nationale richtlijnen voor ondernemend onderwijs uit te werken. In 2015 tekende het ook de hervormingen in Vocational Education and Training (VET) uit, die in 2018 realiteit werden.

De rol van de leraar in VET evolueerde na deze hervormingen meer naar deze van een adviseur die voortaan samen met de lerende een persoonlijk competentie-ontwikkelingsplan opstelt. De omvang van kwalificaties en opleidingsonderdelen wordt uitgedrukt in Competentie-Punten (CP). Een voltijds jaarprogramma bedraagt 60 CP. Er wordt meer aandacht besteed aan het erkennen van eerder verworven competenties. De lerende moet enkel de ontbrekende opleidingsonderdelen verplicht opnemen in zijn/haar leerprogramma. Wel kan de lerende ervoor opteren om enkele opleidingsonderdelen van andere programma’s, inclusief deze van hogescholen, op te nemen. Ook is er aandacht voor leren in diverse leeromgevingen – inclusief duaal leren – en afstemming met de arbeidsmarkt over welke skills nodig zijn.

Eén VET-regelgeving en –financiering

Opvallend in de hervorming is dat jongeren en volwassenen door één VET-regelgeving en -financiering worden gecapteerd. De sleutel om de overheidsfinanciering te bepalen, wordt daarbij tegen 2022 als volgt aangepast (zie figuur 1):

Figuur 1. Verdeling van de overheidsfinanciering voor VET, in Finland (Bron: Finnish National Agency for Education. VET reform and entrepreneurship training for adults. Presentatie op 25 april 2019)
  • 50% zal gebaseerd zijn op het aantal lerenden per jaar;
  • 35% zal performance based zijn, zijnde het aantal kwalificaties en opleidingsonderdelen dat per jaar wordt uitgereikt;
  • en tot slot zal 15% van de financiering gebaseerd zijn op de effectiviteit van VET, met name de doorstroom naar werkgelegenheid en/of verdere studies, alsook feedback van studenten en van de arbeidsmarkt.

Kansen en risico’s

Het Finse Onderwijs Evaluatie Centrum (KARVI) heeft een ex ante evaluatie van de hervorming gemaakt. Verwacht wordt onder andere dat het VET-systeem duidelijker en toegankelijker zal worden. Kwalificaties worden behaald door skills aan te tonen. Ook wordt verwacht dat de afstemming tussen onderwijs en de arbeidsmarkt zal toenemen. Daarnaast voorziet KARVI dat het aantal drop-outs in VET met 8 à 9% zal dalen. Als mogelijke risico’s wordt onder meer gewezen op het gebrek aan financiering. De hervorming ging immers gepaard met een bezuiniging van zo’n 10% aan middelen. Ook een gebrek aan (kwalitatieve begeleiding op de) werkplaatsen, of het selecteren van werknemers op basis van de duurtijd en kosten-efficiëntie waarmee iemand zijn/haar kwalificatie behaalde, wordt gevreesd.

Ondernemersopleidingen voor volwassenen

Ondernemerschap is vervat in verschillende VET-kwalificaties. Deze kunnen opgedeeld worden in drie soorten:

  • Initiële beroepsgerichte kwalificaties (180 CP): Dit richt zich zowel naar jongeren als volwassenen die hun diploma van secundair onderwijs willen behalen. Het is vergelijkbaar met een derde graad secundaire scholing in Vlaanderen, maar dan drie jaar lang. Opgemerkt moet worden dat in Finland jongeren na een algemene vorming, op 16-jarige leeftijd tussen algemeen of beroepsgericht onderwijs kiezen.
    • In de verplichte algemene opleidingsonderdelen (35 CP) is ‘ondernemerschap en ondernemende activiteiten’ goed voor slechts 1 CP.
    • In de beroepsgerichte opleidingsonderdelen (145 CP) kan de lerende ondernemerschap optioneel opnemen door het opstellen van een bedrijfsplan (15 CP) of door te opteren voor work based leren in een bedrijf (15 CP)
  • Voortgezette beroepsgerichte kwalificaties (120, 150 of 180 CP):
    • Voortgezet beroepsgerichte kwalificatie voor ondernemers (150 CP)
    • Voortgezet beroepsgerichte kwalificatie in business (150 CP)
  • Gespecialiseerde beroepsgerichte kwalificaties (160, 180 of 210 CP)
    • Gespecialiseerde beroepsgerichte kwalificaties voor bedrijfsadviseurs (180 CP)
    • Gespecialiseerde beroepsgerichte kwalificaties in leiderschap en bedrijfsmanagement (180 CP)
    • Gespecialiseerde beroepsgerichte kwalificaties in business (180 CP)

Deze laatstgenoemde trajecten zijn niet de meest populaire trajecten maar ook niet de minst gekozen trajecten.

Ondernemerscompetenties en een leven lang leren

Figuur 2. Overzicht van de kernvaardigheden voor een leven lang leren (Bron: Finnish National Agency for Education. VET reform and entrepreneurship training for adults. Presentatie op 25 april 2019)

Voorts valt het op dat competenties nodig voor een leven lang leren ook ondernemende competenties bevatten. Deze competenties worden ruim gedefinieerd als initiatief nemen; probleemoplossend vermogen; economisch en productief handelen; verantwoordelijkheid nemen en beslissingen maken; activiteiten plannen; zelfstandig zijn; observeren, zoeken en herkennen van opportuniteiten; ondernemend handelen; en netwerken. Deze zitten bovendien – al dan niet expliciet – vervat in de vereiste vaardigheden om een kwalificatie te behalen (zie figuur 2).

Hoewel volwassenen in de scope van de VET-hervormingen worden meegenomen door EDUFI, worden ze niet vermeld – met uitzondering van hogeschool- en universiteitsstudenten – als doelgroep in de richtlijnen “Ondernemerschap in opleiding”. Daarentegen wordt het belang van ondernemende vaardigheden in het beroepsleven in diezelfde richtlijnen wel benadrukt. Voorts richt het Finse ondernemerschapsbeleid zich op een breed publiek:  lokale, regionale en nationale besluitvormers in onderwijs, ondernemers en organisaties die ondernemerschap ondersteunen.

Circulaire educatie: ondernemerscompetenties als drijvende kracht

Yrittäjät is de grootste werkgeversorganisatie in Finland. Ondernemerscompetenties vindt ze cruciaal. Zo biedt de organisatie opleiding en training aan ondernemers, doorgaans via webinars (soms ook seminars). Daarnaast worden er drie medewerkers voltijds ingezet om ondernemerscompetenties in het plichts- en hoger onderwijs te ondersteunen.

Sinds 2000 is het aantal eenmanszaken sterk toegenomen in Finland. Op heden maken ze zo’n 60% van de KMO’s uit. Netwerken van en samenwerking tussen deze solo zelfstandige ondernemers heeft daarbij aan belang gewonnen. De toename van het aantal eenmanszaken nemen we ook in Vlaanderen waar. Vlaanderen telde 319.323 eenmanszaken in 2017. Ten opzichte van 2008 steeg het aantal eenmanszaken in Vlaanderen met 14,8% (UNIZO, KMO rapport 2018). Ook is de interesse in ondernemen in Vlaanderen sterk toegenomen. Volgens de Global Entrepreneurship Monitor dacht 1 op 8 van de jongvolwassenen (tussen 18 en 24 jaar) er in 2016 aan om een eigen zaak op te starten. In 2003 was dat slechts 1 op 100. Wat Finland betreft liggen, aldus Yrittäjät, het hogere maatschappelijke aanzien van ondernemers, ondernemend onderwijs en de tech boom die het idee van de ondernemer drastisch update, aan de basis.

Ondernemers zijn ook steeds vaker hoger opgeleid en nieuwe ondernemingen zijn meer consument georiënteerd. Dat laatste speelt onder andere in op de eerlijke markt, met bijvoorbeeld aandacht voor duurzaamheid. Qua digitale competenties stelt Yrittäjät dat zo’n 30% van de Finse ondernemers digitaal onverschillig is. Zij concurreren met de 10% digitaal georiënteerde ondernemers, ook wel de digital natives genoemd. Maar de grootste en, volgens Yrittäjät ook meest zorgwekkende groep zijn de digitaal nieuwsgierigen. Ze hebben reeds een deel van hun processen gedigitaliseerd omdat ze de noodzaak ervan voelen. Maar ze hebben het moeilijk om de omschakeling door te drijven. Zo’n 60% van de Finse ondernemers beantwoordt aan dit profiel.

Het huidige opleidingslandschap in Finland is gebaseerd op het voormalige industriële tijdperk, stelt Yrittäjät. Het digitale tijdperk vraagt echter om een meer ‘student centered competence system’, meer op maat van de student. Een leven lang leren is noodzakelijk. De sleutel hiertoe is wat Yrittäjät benoemt als circulaire educatie. Formele diploma’s staan er naast microdiploma’s en modulair leren. En ook informeel leren wordt onderstreept. Een derde pijler, naast formeel en informeel leren, is work-integrated learning (zie figuur 3).

Figuur 3. Circulaire educatie: evolutie van ondernemerschap in opleiding en training (Bron: Yrittäjät, presentatie 26 april 2019)

Leren op school en in het bedrijf wordt daarbij de norm. Opleiding en training worden nog te vaak gezien als kosten in plaats van  investeringen, zowel door volwassenen als bedrijven. Het herdenken van incentives om deel te nemen aan opleiding en training is noodzakelijk, zegt Yrittäjät. Ook de mobiliteit tussen het statuut als werknemer en zelfstandige dient gestimuleerd te worden.

Figuur 4. Verschuiving van focus op en invulling van ondernemerschap in opleiding en training (Bron: Yrittäjät, presentatie 26 april 2019)

De drijvende kracht achter dit nieuwe competentiesysteem van circulaire educatie is ondernemerschap als mainstream actieve leer- en trainingsmethode. De focus en invulling van ondernemersvorming evolueerde immers van het weten over ondernemerschap als een mogelijke carrière, over het leren van ondernemerschap met intra- en entrepreneurship als doelstelling, naar het leren door ondernemerschap als actieve leer- en trainingsmethode (zie figuur 4).

Focus op werkzoekenden en starters

Ten slotte werd de Vlaamse delegatie ook ontvangen door het Finse Ministerie van Economische Zaken en Werkgelegenheid. Het wordt bestuurd door drie ministers, zijnde de minister van Economische Zaken, de minister van Werkgelegeneid en de minister voor Huisvesting, Energie en Milieu. Naast financiële ondersteuning en incentives voor innovatie en digitalisering, behoort ook ondernemersvorming tot de taken van het ministerie. Het Ministerie van Onderwijs, en met name EDUFI, is verantwoordelijk voor de lange trajecten, waar het Ministerie van Economische Zaken en Werkgelegenheid eerder korte trajecten verzorgt. Bovendien focust die laatste vooral op werkzoekenden en starters. Voor gevestigde ondernemers voorziet men advies op maat tegen betaling.

De 15 regionale Centrums voor Economische Ontwikkeling, Transport en Milieu (ELY Centres)  voeren het beleid uit van de centrale overheid en zijn verantwoordelijk voor de aanbestedingen van trainingen in hun regio. Ook de Bureaus voor Werkgelegenheid en Economische Ontwikkeling bieden training aan aan werkzoekenden. Grootsteden bieden echter hun eigen diensten aan, weliswaar ook gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken en Werkgelegenheid. Al deze voorgenoemde trainingen zijn echter toegespitst op arbeidsmarkttraining met basisinformatie over ondernemen, het starten van een zaak en verschillende aspecten van ondernemen (inclusief financiering, marketing, communicatie, belastingen en financiële administratie). Het zijn geen doorgedreven ondernemerschapstrajecten.

Conclusie

Finland kent een grote versnippering in ondernemersvorming. Ondernemend onderwijs en ondernemerscompetenties winnen er duidelijk aan belang. Zo blijkt ook uit de toelichting van Proakatemia en het bevlogen pleidooi van Yrittäjät voor circulaire educatie met ondernemerscompetenties als basis.

Niettemin zijn ondernemerscompetenties slechts in beperkte mate vervat in de VET-hervormingen, als een lerende er niet expliciet voor kiest. Wel ambieert het Ministerie van Onderwijs met de VET-hervormingen dat ondernemerscompetenties, net als andere competenties gelinkt aan een leven lang leren, meer integraal deel uitmaken van opleiding en vorming. Ook wil het meer op maat werken, en past het zijn financiering in de toekomst drastisch aan. Dat jongeren en volwassenen voortaan onder éénzelfde regelgeving vallen, springt daarenboven in het oog.

Opvallend is dat het Ministerie van Economische Zaken en Werkgelegenheid in zijn eerder kortlopende trajecten een sterk doelgroepenbeleid kent in het begeleiden van ondernemers. Daarnaast lijkt de focus meer te liggen op arbeidsmarktbegeleiding en het creëren van meer jobs, niet zozeer meer ondernemerschap.

Een aparte case was Experimental Finland. De ruimte voor innovatie door experiment en het aanscherpen van ondernemerscompetenties, alsook de link die, waar mogelijk, gelegd wordt naar effectief ondernemerschap, is inspirerend.

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen