Voor u gelezen: EDUCAUSE Horizon Report 2019. Over technologie in het hoger onderwijs

EDUCAUSE is een non-profit associatie die internationale experten op het vlak van technologie, de academische wereld en het bedrijfsleven samenbrengt ter verbetering van het hoger onderwijs, en dat door een ruimer gebruik van nieuwe informatietechnologieën. Met het Horizon rapport (voordien uitgebracht door het New Media Consortium) brengt EDUCAUSE jaarlijks internationale trends, uitdagingen en ontwikkelingen in kaart over onderwijstechnologie in het hoger onderwijs.

In dit artikel geven we een samenvatting van het recent verschenen EDUCAUSE Horizon rapport 2019. In het Horizon rapport beschrijft een internationaal expertenpanel de belangrijkste trends die de adoptie van technologie in het hoger onderwijs versnellen, significante uitdagingen die de adoptie van technologie in het hoger onderwijs belemmeren en belangrijke ontwikkelingen in onderwijstechnologie (Edtech) voor het hoger onderwijs. In deze bijdrage volgen we de opmaak van het rapport waarbij de belangrijkste trends, uitdagingen en ontwikkelingen in Edtech voor het hoger onderwijs worden samengevat. We eindigen met een bespreking van het laatste hoofdstuk waarin wordt teruggekeken op de belangrijkste trends in onderwijstechnologie die in vorige Horizonrapporten werden besproken. Hoewel het rapport focust op de impact voor het hoger onderwijs neemt dit niet weg dat vele elementen uit het rapport waardevol kunnen zijn voor het secundair en basisonderwijs.

1. Zes belangrijkste trends die de adoptie van technologie in het hoger onderwijs versnellen

Het rapport beschrijft de trends die naar verwachting de komende vijf jaar een belangrijke impact zullen hebben op de manier waarop (hoger) onderwijsinstellingen hun kerntaken van lesgeven, leren en creatief onderzoek vorm geven. De geselecteerde trends worden geplaatst op een tijdscontinuüm waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen lange-termijntrends, middellange-termijntrends en korte-termijntrends. Die indeling is gebaseerd op de duurtijd die verwacht wordt vooraleer de trends zullen worden geïmplementeerd of op grote schaal worden toegepast.

1.1. Lange-termijntrends (vijf jaar of meer)

Herdenken van de werking van onderwijsinstellingen

Hogeronderwijsinstellingen worden steeds meer gedwongen om nieuwe strategieën te ontwikkelen die moeten helpen met de herdefiniëring van hun kerntaken. Zo wordt de opleidingskost, een gelijke toegang tot hoger onderwijs en de arbeidsrijpheid van de afgestudeerden steeds meer in vraag gesteld. Daarnaast moeten onderwijsinstellingen zich aanpassen aan een veranderende en meer diverse studentenpopulatie. Oudere studenten hebben meer kans om zowel werk, gezin als opleiding te moeten balanceren en hebben andere noden dan de traditionele kotstudenten. Het is belangrijk voor onderwijsinstellingen om te herbekijken op welke manier men kan tegemoetkomen aan zowel de academische als sociale noden van alle studenten. Deze verschuiving naar een meer studentgericht onderwijs vergt eveneens een nieuwe invulling van de rol van lesgevers waarbij de focus meer komt te liggen op de begeleiding van het leerproces. Tenslotte is het belangrijk dat onderwijsinstellingen evolueren naar een aanpak die de noden van toekomstige werknemers vooropstelt, waarbij extra aandacht moet uitgaan naar de ontwikkeling van jobvaardigheden. 

Toename van modulaire diploma’s

Modulaire diploma’s geven leerlingen en studenten meer controle over hun unieke leertraject, waarbij formeel onderwijs kan worden gecombineerd met modulaire online modules. Er kan als het ware een leercontinuüm worden gecreëerd waarbinnen werknemers zich gemakkelijk(er) nieuwe vaardigheden en competenties kunnen aanleren. Vaardigheidscertificaten, online badges of paspoorten bieden potentiele werkgevers een overzicht van de verworven vaardigheden. Opleidingsmodellen die studenten toelaten een individueel traject uit te stippelen op eigen tempo, waarbij traditionele en niet-traditionele leervormen worden gecombineerd, zullen de slaagkansen van studenten verhogen en levenslang leren vergemakkelijken.  

1.2. Middellange-termijntrends (drie tot vijf jaar)

Stimuleren van innovatieculturen

Via het creëren van een innovatiecultuur gaan onderwijsinstellingen op zoek naar nieuwe oplossingen om studenten ervaringen te bieden die hen beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Via strategische partnerschappen met ondernemingen, waaronder incubatoren en venture labs1, worden studenten blootgesteld aan een ondernemersgeest en krijgen ze de kans om vaardigheden te leren bovenop de traditionele disciplinaire kennis. Daardoor zijn de afgestudeerden beter voorbereid op hun toetreding tot een snel veranderende arbeidsmarkt.  

  • 1. Schoolgebonden incubatoren zijn starterscentra voor beginnende jonge bedrijven waarbij onderwijsinstellingen aan startups gedeelde operatieruimte bieden. Op die manier kunnen ondernemers en studenten genieten van een omgeving waarin samenwerking, mentoring, netwerking en financieringsondersteuning centraal staan. Een venture lab is een startup hub met als doel ondernemerschap te stimuleren en studenten en alumni te ondersteunen in het opstarten van hun eigen bedrijf.

Toenemende focus leggen op het meten van leren

De beschikbare gegevens die gegenereerd worden via de steeds meer geavanceerde onderwijstechnologie en digitale leerplatformen, bieden heel wat potentieel voor het meten en opvolgen van de leerresultaten en het leerproces van studenten. Als onderwijsinstellingen ten volle het potentieel willen benutten van deze trend waar datagestuurd onderwijs centraal staat, is het cruciaal dat geïnvesteerd wordt in het beter begrijpen en gebruiken van learning analytics. Het expertenpanel benadrukt hierbij het belang van een duidelijk onderscheid tussen het meten van participatie enerzijds en evaluatie van studenten anderzijds. Tenslotte wordt erop gewezen dat een data-gestuurde aanpak een doorgedreven interdisciplinaire samenwerking vergt tussen enerzijds institutionele onderzoekscentra en anderzijds studieloopbaanbegeleiding en de pedagogische ondersteuning van lesgevers.

1.3. Korte-termijntrends (een tot twee jaar)

Herontwerpen van de leeromgeving

De laatste jaren werd aanzienlijk gewerkt aan het hervormen van de klassieke klaslokalen naar activerende leerruimtes. Het ontwerp en de evaluatie van leerruimtes die activerende en samenwerkende werkvormen stimuleren, zoals klaslokalen, bibliotheken en informele leerruimtes vergen investering en strategische planning van onderwijsinstellingen. Een succesvolle herinrichting van activerende leerruimtes begint bij een samenwerking tussen en actieve betrokkenheid van de verschillende stakeholders (onder andere lesgevers, studenten, ontwikkelaars, IT, facilitaire diensten). Aansluitend bij de evolutie naar fysieke activerende leerruimtes wordt verwacht dat deze trend zal worden uitgebreid naar het herontwerpen van virtuele activerende leerruimtes. Zo herbergen nieuwe toepassingen in extended reality (XR) een potentieel voor het creëren van nieuwe interactieve en persoonlijke leerervaringen. Ten slotte wijst het expertenpanel op de noodzaak om de nodige aandacht te besteden aan pedagogische ondersteuning voor lesgevers voor een optimale overstap naar activerende leerruimtes.

Toename van gemengde leervormen

Blended learning of gemengd leren is in opmars. Traditioneel werd deze leervorm gedefinieerd als een combinatie tussen traditionele klassikale activiteiten en elektronisch leren. Blended learning wordt steeds vaker uitgebreid met de introductie van digitale leerplatvormen, gepersonaliseerd lesmateriaal, webinars en online tools die samenwerkend leren op afstand toelaten. Studenten geven aan dat gemengd leren een voorkeur geniet omwille van de flexibiliteit, de toegankelijkheid en de integratie van gesofisticeerde multimedia. 

Ondanks de toenemende populariteit van gemengd leren blijkt het voor onderwijsinstellingen een uitdaging om dat op grotere schaal aan te bieden. Ondersteuning van lesgevers in het efficiënt gebruik van digitale platformen en in de ontwikkeling van een pedagogisch repertoire dat samenwerkend leren en leren-op-maat benadrukt, draagt mee bij aan het succes van gemengd leren.

2. Uitdagingen die de acceptatie van technologie in het hoger onderwijs belemmeren

Het Horizon rapport beschrijft zes uitdagingen voor onderwijsinstellingen die dienen te worden aangepakt, wil men technologische innovatie op grote schaal in het hoger onderwijs bewerkstelligen. De uitdagingen worden in drie categorieën ingedeeld, met name oplosbare, moeilijke en netelige uitdagingen.

2.1. Oplosbare uitdagingen

Verbeteren van digitale vloeiendheid

Digitale ‘vloeiendheid’ (digital fluency) staat voor het vermogen om digitale instrumenten en platformen te gebruiken ten einde kritisch te communiceren, creatief te ontwerpen, geïnformeerde beslissingen te nemen en innovatieve oplossingen te bedenken voor bestaande en toekomstige problemen. Digitale vloeiendheid gaat een stap verder dan digitale geletterdheid, in de zin dat het een diepgaander begrip van de digitale omgeving vergt. Het rapport spoort onderwijsinstellingen aan om in te zetten op technologieën die kritisch en probleemoplossend denken en handelen bevorderen.

Toenemende vraag naar ervaring met digitaal leren en expertise in educatief ontwerpen inlossen

De opmars van activerend leren in het onderwijs gaat gepaard met een toenemende vraag naar expertise in educatief ontwerpen ter ondersteuning van lesgevers in de ontwikkeling en implementatie van activerende leerplatvormen, competentie-gecentreerde leermodellen, gamificatie en de toepassing van extended reality en andere technologische innovaties. Onderwijsinstellingen worden aangespoord om te investeren in educatieve ontwerpers en ontwikkelaars van instructies, ter bevordering van kwaliteitsvol onderwijs voor alle segmenten van de studentenpopulatie.  

2.2. Moeilijke uitdagingen

Betrekken van lesgevers bij de uitwerking van Edtech-strategieën

Het Horizon rapport wijst op het belang van de betrokkenheid van de verschillende actoren bij de uitwerking van Edtech-strategieën. Lesgevers zijn belangrijke stakeholders en moeten van in het begin worden betrokken bij de planning, implementatie en evaluatie van nieuwe digitale onderwijs- en leerinitiatieven. Verder wijst het Horizon rapport erop dat onderwijsinstellingen die inzetten op flexibele strategische planning en multimodale ondersteuning1 van lesgevers, beter geplaatst zijn om een geïntegreerd gebruik van Edtech op grote schaal te implementeren.

Dichten van de prestatiekloof

Het rapport benadrukt het belang van het wegwerken van de prestatiekloof. Volgens het expertenpanel kunnen de obstakels die slaagkansen van studenten belemmeren onder meer worden aangepakt door verhoogde inspanningen op het vlak van gepersonaliseerde leertrajecten, het aanbieden van vrije leermiddelen (open educational resources) en e-begeleiding. Het panel erkent dat het dichten van de prestatiekloof een complex gegeven en benadrukt dat er een grote nood is aan meer inzicht in de betekenis en indicatoren van een succesvol studietraject. 

  • 1. Multimodale ondersteuning verwijst naar ondersteuning die op verschillende vlakken geboden wordt, bijvoorbeeld op het vlak van face-to-face lesgeven, e-learning en blended learing.

2.3 Netelige uitdagingen

Bevorderen van digitale inclusie

Digitale inclusie verwijst naar gelijke toegang tot technologie, meer bepaald toegang tot een kwaliteitsvolle breedbandverbinding en toegang tot ongecensureerde content, opdat gebruikers op een volwaardige manier kunnen deelnemen aan het World Wide Web. Het inkomen, de opleiding, de leeftijd, het geslacht, de moedertaal en andere nationale, regionale en culturele dimensies kunnen kenmerken zijn die een mogelijke invloed hebben op internettoegang. Aangezien deze uitdaging de verantwoordelijkheid van de individuele onderwijsinstellingen overstijgt, roept het expertenpanel alle stakeholders van het hoger onderwijs op om een ruimer debat aan te gaan over hoe de digitale kloof kan worden gedicht.

Herdefiniëren van de praktijk van het lesgeven

Met de ingang van meer studentengecentreerd onderwijs zien we ook de onderwijspraktijken evolueren. De verschuiving van de rol van lesgevers van overdragers van informatie naar begeleiders van het leerproces, versterkt de behoefte aan strategisch geplande ondersteuning van docenten en vergt een herevaluatie van de rol van onderwijs en onderwijspraktijken.

3. Belangrijke technologische ontwikkelingen voor het hoger onderwijs

Het Horizon rapport beschrijft zes ontwikkelingen in de onderwijstechnologie waarvan verwacht wordt dat zij een belangrijke impact zullen hebben op onderwijspraktijken, leren en innovatief onderzoek in het hoger onderwijs. De ontwikkelingen worden verdeeld over drie tijdspannes die de ontwikkelingen naar verwachting nodig hebben om een brede adoptie te bereiken.

3.1. Een jaar of minder

Mobiel leren (M-leren)

Aangezien steeds meer studenten gebruik maken van hun smartphone voor het openen van en de interactie met lesmateriaal wordt steeds meer verwacht dat het lesmateriaal compatibel is met alle smartphones en mobiele toestellen. Mobiel leren is niet langer hoofdzakelijk gefocust op het gebruik van apps; de nadruk ligt vooral op het gemak en de toegankelijkheid van M-leren. De ontwikkelingen in extended reality hebben activerend leren en co-creatie in mobiel leren gestimuleerd. Het Horizon rapport wijst erop dat deze ontwikkeling vereist dat lesgevers getraind worden in het structuren van lesinhoud op een mobielvriendelijke manier, rekening houdend met kortere tijdspannes en het optimaliseren van mobielvriendelijke bestanden.

Data-analysetechnologie

Data-analyse technologie - en al de mogelijkheden die eruit voortvloeien - zal de komende jaren een bepalende factor worden voor het succes van onderwijsinstellingen. Onderwijsinstellingen doen steeds vaker een beroep op data-analysetechnologie voor de verwerking van studentengegevens. Dankzij deze technologie kunnen dynamische gedragspatronen worden blootgelegd en opgevolgd, waardoor we een beter inzicht krijgen in de sleutelfactoren voor succesvolle leertrajecten. Daarnaast kan risicogedrag van studenten ook sneller worden opgespoord en opgevolgd, waardoor de slaagkansen van alle studenten kunnen verbeterd worden. Innovatieve onderwijsinstellingen van de toekomst begrijpen het belang van dynamische geïntegreerde datasystemen en de daaruit voortvloeiende data-analysemogelijkheden.

3.2. Twee tot drie jaar

Mixed reality

Mixed reality (MR) bevindt zich op het snijvlak van de online en de offline wereld, waar digitale en fysieke objecten naast elkaar bestaan. Deze hybride ruimte integreert digitale technologieën in de fysieke wereld en creëert virtuele simulaties van fysieke ruimtes waardoor het onderscheid tussen beide werelden vervaagt. Virtual reality (VR) dompelt de gebruiker onder in een simulatie, terwijl augmented reality (AR) een tweede of derde dimensie toevoegt aan de reeds bestaande ruimtes of objecten. Het expertenpanel daagt onderwijsinstellingen uit om te reflecteren op welke manier mixed reality kan worden ingezet ter bevordering van immersive learning (leren door te ervaren) en op die manier kritisch denken kan stimuleren.

Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige of artificiële intelligentie (AI) werd voor het eerst aangehaald in het 2017 Horizonrapport en is sindsdien sterk in opmars. Het vermogen van AI om complexe datasets te analyseren, de werklast te verminderen en ervaringen en leerstof te personaliseren, stimuleert de adoptie  van kunstmatige intelligentie voor educatieve doeleinden. 

Bovendien kan AI onder meer worden ingezet bij de persoonlijke proactieve begeleiding van studenten en voor het versterken van de betrokkenheid van studenten. Deze ontwikkeling vergt van onderwijsinstellingen dat kritisch wordt nagedacht over hoe AI op een strategische en ethische manier kan worden ingezet op systeemniveau.

3.3. Vier tot vijf jaar

Blockchain

Blockchaintechnologie is gebaseerd op het principe van een logboek, waarin automatisch opeenvolgende transacties onuitwisbaar worden geregistreerd. Deze technologie wordt momenteel vooral gebruikt om cryptocurrencies, zoals bijvoorbeeld Bitcoin, te ondersteunen. Toepassingen voor het hoger onderwijs liggen onder meer in de mogelijkheid om op een betrouwbare manier studentenevaluaties, certificaten, vaardigheden en competenties van studenten te registeren, en dit binnen verschillende onderwijsinstellingen, leerwerkplaatsen en professionele organisaties (digitaal paspoort, badge, etc.). Ondanks het potentieel van deze technologie voor onderwijsinstellingen ziet het er niet naar uit dat een brede implementatie en acceptatie van blockchain in het hoger onderwijs voor de deur staat.

Virtuele assistenten

Het gebruik van virtuele assistenten (VA) is de laatste jaren aanzienlijk in populariteit gestegen.  De meeste hedendaagse smartphones, tabletten en computers zijn voorzien van een of meerdere virtuele assistenten, zoals Siri. Ondanks kritische stemmen omtrent de veiligheid en mogelijke schendingen van de privacy hebben de passief luisterende virtuele assistenten, zoals Amazon Alexa en Google Assistent een grote aantrekkingskracht omwille van de gebruiksvriendelijkheid. 

Deze technologie heeft zich uitgebreid naar het onderwijs in de vorm van onder meer chatboxen, die een antwoord kunnen bieden op veelgestelde vragen omtrent studentenvoorzieningen. Verwacht wordt dat het gebruik van virtuele assistenten in het (hoger) onderwijs zal worden uitgebreid naar onderzoek, redactiewerk en lesgeefpraktijken. Deze technologische ontwikkeling daagt onderwijsinstellingen uit om creatief na te denken over de manier waarop natuurlijke taalverwerking1 en just-in-time support kan worden ingezet ter ondersteuning van studenten.  

  • 1. Natuurlijk taalverwerking (natural language processing) is het analyseren van natuurlijke taal met behulp van computers.

4. Fail or scale

Het laatste hoofdstuk van het rapport heeft als titel ‘fail or scale’, en kijkt terug op drie belangrijke trends in educatieve technologie die in vorige Horizon rapporten werden beschreven: adaptief leren, augmented en mixed reality en gaming en gamification.  Aan de panelleden van vorige edities werd gevraagd om te reflecteren over de impact van deze drie trends op het hoger onderwijs en de factoren die daar een belangrijke rol in hebben gespeeld. Zijn deze technologieën inderdaad, zoals werd voorspeld, geïmplementeerd op grote schaal?

4.1. Adaptief onderwijs

Adaptief onderwijs verwijst naar de technologieën die de voortgang van studenten opvolgen en deze gegevens gebruiken om het lesmateriaal en instructies op maat van elke student aan te bieden. Adaptief leren werd voor het eerst geïntroduceerd in het Horizonrapport van 2015 als een belangrijke technologische ontwikkeling waarvan werd verwacht werd dat zij vier à vijf jaar tijd zou nodig hebben om op grote schaal te worden toegepast in het hoger onderwijs. In het rapport van 2018 werd echter voorspeld dat de adoptietijd wat langer op zich zou laten wachten, tot 2020-2021. Als we kijken naar de huidige stand van zaken, dan is het duidelijk dat adaptief onderwijs zich tot dusver niet tot het verwachte potentieel heeft ontplooid. Een van de grootste uitdagingen die wordt aangehaald, zijn de investeringen (in de vorm van tijd, geld, middelen en visie) die van onderwijsinstellingen worden verwacht om het lesmateriaal op maat te kunnen aanbieden en op grote schaal te implementeren.

4.2. Augmented en mixed reality

In het Horizon rapport van 2016 werd verwacht dat tegen 2018-2019 augmented en mixed reality op grote schaal zouden worden gebruikt in het hoger onderwijs. In 2018 werd het vooruitzicht van een brede adoptie verder vooruitgeschoven naar 2022-2023. Een van de belangrijkste redenen waaraan de moeilijke adoptie van deze technologische ontwikkeling in het (hoger) onderwijs wordt toegeschreven, is het ontbreken van een pedagogische visie over het belang van deze technologie voor onderwijs. Wat hopen we vanuit een pedagogisch perspectief te bereiken met deze technologie? Een gedragen perspectief over de pedagogische doelstellingen van augmented en mixed reality vormen een cruciale factor voor een succesvolle implementatie van deze technologieën in het leerontwerp.

4.3. Gaming en gamification

Gedurende drie jaar voorspelde de Horizon rapporten dat gaming en gamification een belangrijke rol zouden spelen in de onderwijstechnologie. Er werd ingeschat dat een grootschalige implementatie ongeveer twee à drie jaar zou duren. Sinds 2015 werd besloten om deze technologische ontwikkeling niet meer mee op te nemen in de Horizon rapporten. Volgens het expertenpanel wordt een grootschalige adoptie van pedagogische spellen in het (hoger) onderwijs bemoeilijkt door de hoge kostprijs en de relatief kleine afzetmarkt.

Samengevat

1. Wat zijn de te verwachten trends die de adoptie van technologie in het hoger onderwijs versnellen?

  • Lange-termijntrends (vijf jaar of meer): herdenken van de werking van onderwijsinstellingen, toename van modulaire diploma’s
  • Middellange-termijntrends (drie tot vijf jaar): stimuleren van innovatieculturen, toenemende focus leggen op het meten van leren
  • Korte-termijntrends (een tot twee jaar): herontwerpen van de leeromgeving, gemengde leervormen

2. Welke uitdagingen belemmeren de adoptie van technologie in het hoger onderwijs?

  • Oplosbare uitdagingen: verbeteren van digitale vloeiendheid, toenemende vraag naar ervaring met digitaal leren en expertise in educatief ontwerpen inlossen
  • Moeilijke uitdagingen: betrekken van lesgevers bij de uitwerking van Edtech-strategieën, dichten van de prestatiekloof
  • Netelige uitdagingen: bevorderen van digitale inclusie, herdefiniëren van de praktijk van het lesgeven

3. Wat zijn de belangrijke technologische ontwikkelingen voor het hoger onderwijs?

  • Brede adoptie op korte termijn (een jaar of minder): mobiel leren, data-analyse technologie
  • Brede adoptie op middellange termijn (twee tot drie jaar): mixed reality, kunstmatige intelligentie
  • Brede adoptie op lange termijn (vier tot vijf jaar): blockchain, virtuele assistenten

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen

Recente blogberichten