Voor u gelezen: OESO skills strategy diagnose rapport

OESO Skills strategy project

Met het OESO skills strategy project  begeleidt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) landen met hun strategie voor het opbouwen, onderhouden en inzetten van het eigen menselijk kapitaal om tewerkstelling en economische groei te stimuleren, en om sociale inclusie en participatie te verhogen. Vlaanderen was de tiende regio waar de OESO dit proces ondersteunde, na onder meer Nederland, Noorwegen, Portugal, Italië en Slovenië.

Het startschot voor het Vlaamse OESO-project werd gegeven in januari 2018. Gedurende een heel jaar analyseerde een team van OESO-experts het Vlaamse beleid inzake levenslang leren en volwasseneneducatie. Die experts gingen in gesprek met meer dan 100 Vlaamse specialisten uit het veld, waaronder sociale partners, sectoren, academici, overheidsmedewerkers, onderwijsinstellingen en andere opleidingsverstrekkers. Tijdens twee workshops met belanghebbenden  (in mei en september 2018) en diverse bezoeken werden hun bevindingen afgetoetst en aangevuld. Dit resulteerde in een lijvig diagnoserapport (OECD, 2019) dat in januari 2019 werd voorgesteld in het Vlaams Parlement, aan de ministers van Onderwijs en Werk. In deze bijdrage zetten wij de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit dit rapport voor u op een rij. 

OESO Skills strategy framework

Globalisering en digitalisering vereisen dat landen via hun burgers over de noodzakelijke skills beschikken, willen ze zich kunnen handhaven in een snel veranderende wereld. Individuen zullen steeds beter in staat moeten zijn om zich bij te scholen, om zo nieuwe taken in hun huidige of een nieuwe job op te nemen.

Hoewel er veel onzekerheid over bestaat, schat de OESO dat 14% van de Vlaamse werknemers een groot risico heeft om zijn job verloren te zien gaan door automatisering. Een bijkomende 29% mag grote veranderingen verwachten in het concrete takenpakket (Nedelkoska & Quintini, 2018).

Figuur 1. OESO dashboard voor Vlaanderen en enkele vergelijkbare landen (Bron: OECD, 2019:24)

De OESO maakt voor diverse landen een dashboard op, bestaande uit drie pijlers, die elk meerdere indicatoren omvatten (zie figuur 1). Het dashboard is opgebouwd volgens een kleurencode: donkergrijs betekent dat de regio in kwestie voor die indicator bij de 20% slechtst presterende regio’s hoort, terwijl donkerblauw erop wijst dat de beschreven regio deel uitmaakt van de 20% best presterende. Aan de hand van kleurgradaties worden tussenliggende categorieën gevisualiseerd. De drie pijlers worden hieronder beschreven.

1. Ontwikkelen van skills (developing relevant skills)

Skillsontwikkeling wordt in kaart gebracht aan de hand van het Programme for International Student Assessment, beter bekend als de PISA-studie. Zoals figuur 1 duidelijk maakt, scoort Vlaanderen op het vlak van skillsontwikkeling goed in vergelijking met andere OESO-landen. Vooral de scores voor wetenschap en lezen zijn goed; voor wiskunde is Vlaanderen zelfs bij top van de wereld. De cijfers uit de laatste PISA-bevragingsrondes wijzen echter wel op een daling van het globale niveau. Het skillssysteem in Vlaanderen blijkt ook vrij inclusief, in die zin dat het sterk gericht is op het bieden van gelijke onderwijskansen. Zowel jongeren als volwassenen scoren goed. Individuen die hoger opgeleid zijn, scoren zeer goed.

Om aangeleerde skills op peil te houden, is een cultuur van levenslang leren nodig. Hier zit Vlaanderen echter niet op het niveau van vergelijkbare landen met goede scores op skillsontwikkeling. Maar liefst 51% van de Vlamingen participeerde niet aan formele of informele opleiding gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de PISA-bevraging. Dit cijfer ligt veel lager in landen als Denemarken, Finland, Nederland en Canada. De verklaring ligt bij de lage bereidheid van de Vlaming tot leren: 82% van de volwassen Vlamingen wil niet participeren aan opleidingen, terwijl het OESO-gemiddelde slechts 76% bedraagt. 

2. Activeren van beschikbare skills (activating skills supply)

Ongeveer twee derde van de actieve Vlaamse bevolking is aan het werk. Dat is vergelijkbaar met het OESO-gemiddelde, maar het aandeel ligt lager dan in sterk presterende landen zoals Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen. Daar zijn gemiddeld drie op vier mensen aan het werk. Vooral ouderen zijn te weinig actief in Vlaanderen. Er is ook een te groot verschil tussen hoog- en laag opgeleiden. Bovendien is er een grote mismatch tussen vraag en aanbod op het vlak van technische beroepen en STEM-opleidingen.

3. Effectief gebruik van skills (putting skills to effective use)

De Vlaamse bevolking heeft een hoog niveau van skills, maar dat betekent nog niet dat deze ook effectief aangewend worden op de werkplek. Het OESO-rapport toont inderdaad op dat vlak een zeer groot onevenwicht aan, voor Vlaanderen. De skill ‘lezen op het werk’ scoort nog rond het gemiddelde, maar ‘rekenen op het werk’ bengelt onderaan de ranking van OESO-landen. We leren dus allerlei vaardigheden aan op school, maar we gebruiken die later niet meer. Een deel van onze torenhoge investeringen in vaardigheden en competenties gaat dus verloren. Nochtans scoort Vlaanderen wel vrij goed op de indicator high-performance workplace practices (HPWP, zie verder). Ook kent  Vlaanderen een innovatieve economie, met een groot aandeel werknemers in de sector onderzoek en ontwikkeling.

OESO Skills strategy framework: 5 aanbevelingen

Op basis van bovenstaande analyse schuift de OESO vijf aanbevelingen naar voor waarvan in Vlaanderen werk gemaakt moet worden. We vatten achtereenvolgens de vijf aanbevelingen samen. 

1. Ontwikkel een leercultuur

De motivatie om te leren is over het algemeen laag in Vlaanderen. Het is dan ook noodzakelijk dat zich in Vlaanderen een leercultuur ontwikkelt, die ervoor zorgt dat mensen bereid zijn om te blijven (bij)leren. Veel mensen zijn bovendien van mening dat hetgeen ze geleerd hebben op school, niet relevant is voor hun job.

Drempels om te participeren aan leren, zijn gebrek aan tijd en de combinatie met het gezins- en privéleven. Ons systeem van levenslang leren is ook slecht uitgebouwd, aldus de OESO. Weinig volwassenen halen een diploma terwijl ze aan het werk zijn. Er is over het algemeen ook weinig sprake van werkplekleren in de opleidingen. Vlaamse werkgevers, meer bepaald KMO’s, stimuleren onze werknemers bovendien onvoldoende om bij te leren. De OESO schuift 7 maatregelen naar voor die moeten bijdragen aan het ontwikkelen van een leercultuur (figuur 2).

Figuur 2. Maatregelen ter bevordering van een leercultuur.

De belangrijkste maatregelen samengevat:

  • Het aantrekkelijker maken van leren en het creëren van positieve leerervaringen is dé sleutel in het bevorderen van de ‘goesting’ om te leren. Lerenden moeten zich daarvoor in de eerste plaats bewust zijn van hun eigen loopbaan en opleidingsnoden.
  • Opleidingsinstellingen moeten een visie op levenslang leren opnemen in hun businessmodellen.
  • Curricula moeten tot stand komen in cocreatie tussen alle relevante stakeholders (overheid, werkgevers en opleidingsaanbieders).
  • De beschikbare leeromgevingen van volwassenenopleidingen moeten worden uitgebreid met bijvoorbeeld afstandsleren, elearning en duaal leren.
  • De lerarenopleiding, maar ook universiteiten, hogescholen en andere aanbieders van volwassenenopleidingen moeten ervoor zorgen dat alle medewerkers die betrokken zijn bij opleiding verder geprofessionaliseerd worden.
  • Opleidingen moeten beter dan nu het geval is worden afgestemd op de behoeften van volwassenen. Ze moeten worden opgezet in cocreatie met andere instellingen voor hoger onderwijs en met bedrijven/sectoren, wat voordelen oplevert zowel op het vlak van de inhoud (multidisciplinaire kennis) als de organisatie (minder personeel en infrastructurele kosten/overhead).
  • De overheid moet werkgevers en opleidingsaanbieders ondersteunen in het realiseren van een kader voor werkplekleren/duaal leren, dat minstens kwaliteitscriteria vaststelt voor het curriculum, de programmaduur, de randvoorwaarden en kwalificatievereisten.
  • Er moet een netwerk/partnerschap zijn waar alle stakeholders elkaar ontmoeten, geïnitieerd door werkgevers, vakbonden en sectorale opleidingsverstrekkers, met steun van de overheid. Onderzoekers uit de academische wereld kunnen mogelijks ook bijdragen.

2. Reduceer de skillsmismatch

Een slechte afstemming tussen vraag en aanbod van skills is nefast voor de economie. Dit uit zich in krapte op de arbeidsmarkt en moeilijk in te vullen vacatures. De skillsmismatch in Vlaanderen is redelijk beperkt wat betreft kwalificaties, maar deze neemt mogelijk nog toe door automatisering. Zo is er een dalend aandeel afgestudeerden in STEM-opleidingen. Dit baart de bedrijven terecht grote zorgen. Ons onderwijssysteem is dus onvoldoende responsief voor veranderingen op de arbeidsmarkt en de vraag naar skills. Jongeren en ouderen participeren in Vlaanderen veel minder aan arbeid dan in andere landen het geval is. Hun skills kunnen dus niet aangewend worden.

Het gebrek aan kennis, data en cijfermateriaal om een goed beeld te krijgen op de economie en de arbeidsmarkt is een ander pijnpunt. Er zijn wel tools voor loopbaanbegeleiding, maar ze zijn onvoldoende afgestemd op individuele noden. De arbeidsmobiliteit blijkt ook laag in Vlaanderen. Weinig mensen zijn bereid te verhuizen voor hun job. Dit verhindert dat de juiste skills tot bij de sectoren en bedrijven met grote vraag worden gebracht.

De OESO schuif concreet 7 maatregelen naar voor die moeten bijdragen aan het wegwerken van de skillsmismatch (figuur 3).

Figuur 3. Maatregelen om de skillsmismatch weg te werken.

De belangrijkste maatregelen samengevat:

  • De overheid moet erover waken dat mensen een evenwichtige set van skills aangereikt krijgen met aandacht voor cognitieve, sociale en emotionele skills en relevante vakspecifieke skills.
  • De overheid moet informatie over verloning verstrekken per studiegebied, en niet enkel per studieniveau. Dit kan potentiële studenten oriënteren naar sectoren die belangrijk zijn voor onze economie.
  • De overheid moet ervoor zorgen dat opleidingsinstellingen gestimuleerd worden om opleidingen aan te bieden waarnaar een grote vraag bestaat op de arbeidsmarkt.
  • De overheid moet zich beter bekwamen in het maken van voorspellingsoefeningen, eventueel samen met de andere regio’s in België.
  • Diensten en applicaties voor loopbaanbegeleiding (vb. Mijn loopbaan, loopbaancheques) en leerbegeleiding (vb. Onderwijskiezer) moeten beter op elkaar worden afgestemd. Er is nood aan geïntegreerde en interactieve tools die aanbod en vraag inzake skills beter kunnen matchen.
  • Het bewustzijn over Erkennen van Competenties (EVC) bij gebruikers en werkgevers moet vergroot worden. Dit kan bijvoorbeeld via een digitaal platform, zoals in Denemarken. UddannelsesGuiden is het Deense informatieportaal voor volwassenen en jonge studenten. Het subportaal over volwasseneneducatie en training geeft informatie over onderwijskeuzes voor volwassenen met verschillende opleidingsachtergronden.
  • Sectorale opleidingsfondsen moeten beter samenwerken om de transitie van werknemers uit afnemende sectoren naar groeisectoren te bevorderen en om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken, zoals het invullen van STEM-tekorten en het opnemen van meer digitale technologieën. 

3. Vergroot het gebruik van skills op de werkplek

OESO-landen hebben in het verleden vooral ingezet op het aanleren van skills, maar veel minder op het effectief gebruiken van skills op de werkplek. Nochtans is dit laatste ook belangrijk. Voor werknemers, omdat ze daardoor vaak meer verdienen en een grotere jobtevredenheid hebben. Voor bedrijven, omdat het leidt tot meer productiviteit en minder verloop.

Als we kijken naar Vlaanderen, dan zien we een grote spanning tussen het aanleren van skills enerzijds en het effectief gebruiken ervan op de werkplek anderzijds. Vlamingen maken redelijk goed gebruik van hun leesvaardigheden, maar voor het gebruik van rekenvaardigheden zit Vlaanderen onder het OESO-gemiddelde. Met de aankomende technologische revolutie is dit onrustwekkend. Rekenvaardigheden zullen cruciaal zijn voor de omslag die onze arbeidsmarkt gaat doormaken door automatisering. In KMO’s is het gebruik van rekenen en lezen op het werk beperkter.

Hoe komt dat Vlaanderen op dit vlak minder goed scoort? Een mogelijke verklaring is de kwaliteit van de arbeid. Dit wordt door de OESO gemeten aan de hand van de prevalentie van high-performance workplace practices (HPWP-indicator). Dat zijn managementinstrumenten om de productiviteit en winst van een onderneming te bevorderen, door middel van beloningssystemen, gevalideerde selectietools, employee-onboarding programma’s, etc. Bedrijven die hoog scoren op de indicator HPWP hebben meestal ook jobs die een hogere mate van skillsgebruik vereisen. Men zou dus kunnen verwachten dat de HPWP-indicator lager is in Vlaanderen, maar dat is niet het geval. 36% van de jobs in Vlaanderen wordt gekenmerkt door HPWP’s. Daarmee situeert Vlaanderen zich in de subtop. Er moet dus een andere reden zijn voor de slechte score. Mogelijk vormt de eerder vernoemde leercultuur een verklaring, of liever het gebrek daaraan. Er is weinig bewustzijn van en kennis over het feit dat skillsgebruik op de werkplek belangrijk is. Er is ook weinig kennis aanwezig, zeker bij KMO’s, omtrent HPWP’s.

De OESO schuift vier aanbevelingen naar voor om het effectief gebruik van skills op de werkplek te bevorderen.

Figuur 4. Maatregelen om het effectief gebruik van skills op de werkplek te bevorderen.

De belangrijkste maatregelen samengevat:

  • De overheid en de sociale partners moeten acties en netwerken opzetten om bedrijven bewust te maken van krachtige werkmethoden en om managers te doen nadenken over de werkorganisatie.
  • Er moet bekeken worden of bedrijven incentives kunnen toegekend krijgen om werkplekken anders in te richten en om managementopleidingen te volgen, specifiek binnen KMO’s. De kamers van koophandel kunnen hier een rol vervullen op het vlak van netwerking van bedrijven en het uitwisselen van best practices.
  • Bedrijven moeten aangemoedigd worden om te experimenteren met loopbaanmobiliteitsprogramma's waarin werknemers nieuwe rollen binnen een bedrijf kunnen uitproberen. Op die manier kunnen individuen ook andere taken bij een ander bedrijf op zich nemen.
  • Er is een rol weggelegd voor arbeidsbemiddelingsdiensten en kamers van koophandel om bedrijven te ondersteunen bij hun personeelsbeheer en om te onderzoeken of bedrijven vacatures niet ingevuld krijgen omwille van de inhoud van de jobs die aangeboden worden.

4. Versterk de governance van levenslang leren in Vlaanderen

Governance verwijst naar de verdeling van verantwoordelijkheden en beslissingen die uitgevoerd worden door samenwerking tussen de nationale overheid, regionale overheden en stakeholders. Omdat levenslang leren een gedeelde verantwoordelijkheid is van diverse stakeholders en de overheid, is deze pijler erg belangrijk voor het goed functioneren van het systeem. De betrokkenheid van diverse beleidsdomeinen en bestuursniveaus is cruciaal om van levenslang leren een succes te maken, maar in Vlaanderen is de aansturing ervan complex. Bevoegdheden op dat vlak zitten verdeeld over het federale niveau, de Gewesten en Gemeenschappen. Vlaanderen kent veel bestuursstructuren, met een sterke inmenging van stakeholders. Een gemeenschappelijke visie is dus cruciaal, en er moet regelmatig dialoog zijn tussen alle actoren. De OESO schuift 4 concrete maatregelen naar voor om de governance van levenslang leren te versterken. 

Figuur 5. Maatregelen om de governance van levenslang leren te versterken.

De belangrijkste maatregelen samengevat:

  • Er moet een sterke visie ontwikkeld worden inzake levenslang leren door overheid en stakeholders.
  • Verantwoordelijkheden en budgetten moeten toegewezen worden aan de relevante actoren en de financieringsmechanismen moeten bepaald worden.
  • Er moeten gezamenlijk Key Performance Indicators (KPI’s) opgesteld worden om de voortgang in de implementatie van de visie bij te houden en hierover te rapporteren.
  • De overheid moet ervoor zorgen dat de verschillende departementen en agentschappen goed kunnen samenwerken in vertrouwen en transparantie.
  • De effecten en de doeltreffendheid van beleidsbeslissingen moeten voortdurend gemonitord en gerapporteerd worden. Academici moeten feedback kunnen geven over de degelijkheid van de gebruikte instrumenten voor rapportering en monitoring.
  • Bevindingen moeten op grote schaal bekend gemaakt worden zodat stakeholders en eindgebruikers betere beslissingen kunnen nemen.

5. Verbeter de financiering van levenslang leren

Om een sterk systeem van levenslang leren uit te bouwen, is er nood aan een adequate financiering. Vlaanderen heeft zich geëngageerd om tegen 2020 te komen tot 15% deelname aan levenslang leren. Momenteel bedraagt dit cijfer 7%. De kostprijs van de opleiding blijkt geen grote barrière te zijn voor Vlamingen om te participeren. Wel de moeilijke combinatie met het gezinsleven en het feit dat opleidingen niet op een geschikte locatie of gepast tijdstip worden georganiseerd.

Er zijn heel wat financiële incentives die de overheid vandaag reeds inzet om mensen naar een opleiding te oriënteren, maar deze bereiken vooral de hoger opgeleiden. Zij die het meest gebaat zijn bij opleiding, participeren het minst. Hier speelt dus een Mattheüseffect. Wat is de oorzaak hiervan? Bedrijven zijn het minst bereid om te investeren in mensen met de laagste scholingsgraad. Bovendien is het voor werknemers in KMO’s vaak moeilijker om een opleiding te volgen, omdat ze niet vervangen kunnen worden tijdens hun afwezigheid.

Figuur 6. Maatregelen ter verbetering van de financiering van levenslang leren.

De belangrijkste maatregelen samengevat:

  • Alle middelen voor opleiding (betaald verlof, opleidingscheques, opleidingskrediet, cheques voor loopbaanbegeleiding en eventueel sectorale opleidingsfondsen) zouden samengevoegd moeten worden tot één leerrekening. Een voorbeeld dat door de OESO naar voor geschoven wordt, is de Compte Personnel de Formation in Frankrijk.
  • De belangrijkste kenmerken van zo een krediet zijn dat de opleidingsrechten behouden blijven bij jobverlies, dat ze overdraagbaar zijn tussen werkgevers, dat ze gericht zijn op geaccrediteerde arbeidsmarktgerichte opleidingen en dat er extra middelen toegekend worden aan laaggeschoolden.
  • Middelen moeten worden ingezet om drempels voor levenslang leren weg te nemen en moeten gericht zijn op groepen die er het meest baat bij hebben (laag opgeleiden, oudere werknemers, KMO-medewerkers) en op opleidingen die het meeste effect hebben op de economie en de arbeidsmarkt.
  • Sectorconvenanten kunnen ingezet worden om samenwerkingen tussen sectorfondsen te bevorderen.
  • De ontslagvergoeding moet omgezet kunnen worden in een krediet dat kan dienen voor counseling, opleiding en herplaatsing. 
  • Gezien het belang van niet-financiële drempels voor deelname aan levenslang leren, moet de overheid flexibele vormen van opleiding mogelijk maken: duaal leren, online leren, blended learning, Massive Open Online Courses (MOOC’s), afstandsleren, modulair leren,…
  • Er moeten extra incentives komen voor hogeronderwijsinstellingen om opleidingen aan te bieden in een vorm die aantrekkelijk is voor volwassenen.

Samengevat

  • Vlaanderen scoort goed op het vlak van skillsontwikkeling, maar we zien wel een daling de laatste jaren.
  • Vlaanderen kan nog verbeteren qua activatie en effectief gebruiken van skills.   
  • De OESO formuleert vijf aanbevelingen:
    • Stimuleer een leercultuur.
    • Zorg voor een betere matching tussen vraag en aanbod van skills.
    • Richt werkplekken zo in dat skills beter gebruikt worden.
    • Versterk de aansturing van levenslang leren.
    • Verbeter de financiering van levenslang leren.

Meer lezen?

Raadpleeg het volledige rapport hier.

Noot: We vertalen de Engelste term ‘adult education’ uit het OESO-rapport als levenslang leren. We bedoelen hiermee het geheel van onderwijs of opleiding gericht op volwassenen (niet-leerplichtigen).

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback!
Referenties

 

  • Nedelkoska, L. & Quintini, G. (2018). Automation, skills use and training. OECD Social, Employment and Migration Working Papers, No. 202. Parijs: OECD Publishing. https://doi.org/10.1787/2e2f4eea-en.
  • OECD (2019). OECD Skills Strategy Flanders: Assessment and Recommendations. Parijs: OECD Skills Studies, OECD Publishing.

Auteurs

SYNTRA Vlaanderen